mr. Pieter Mogge (1698-1756)
Pieter Mogge werd op 29 december 1698 in Zierikzee in de Meelstraat geboren. Mogge is de zoon van Hubertus Mogge en Martina Ockersse. Hij erft van zijn vader de heerlijkheid van Renesse en Dreischor en in 1742 van zijn oom Jan Ockersse, pensionaris in Zierikzee, slot Windenburg in Dreischor. Mogge is raad van Zierikzee en afgevaardigde van Zeeland ter Staten Generaal.
Als zoon van een Zierikzees regent was ook hij voorbestemd voor een carrière op de regeringskussens. Pieter ging naar de Latijnse school in zijn vaderstad en studeerde rechten in Leiden en Utrecht. Terug in Zierikzee begon zijn bestuurlijke loopbaan met die van heemraad van Schouwen. In 1720 werd hij lid van de vroedschap en schepen. Later volgden nog andere banen zoals die van opperdijkgraaf van Schouwen. Driemaal was Mogge een jaar lang burgemeester van Zierikzee (in 1728, 1732 en 1736). Hij werd in 1737 lid der Alg. Rekenkamer te 's Gravenhage en 2 jaren later namens Zeeland lid der Staten-Generaal.
NALATENSCHAP
Mogge had dankzij zijn ouders een fors kapitaal tot zijn beschikking. Als enige zoon erfde hij van zijn vader de heerlijkheid Renesse en van zijn kinderloze oom Ockersse de heerlijkheid Dreischor.
Mogge bezat drie heerlijkheden, een groot deel der tienden in Staats-Vlaanderen en 1,6 miljoen aan effecten. Mede daardoor was Mogge, die ongehuwd bleef, een schatrijk man. Hij behoorde tot de rijkste Nederlanders van zijn tijd. In zijn werkkamer schreef hij op 20 februari 1743 eigenhandig zijn voor Zierikzee zo ruimhartig testament. Hij bedacht verschillende mensen en instellingen in zijn testament met giften. Vooral Zierikzee profiteerde daarvan. Zijn erfgenamen moesten zich daar blijvend vestigen, en daarnaast reserveerde hij 420.000 gulden voor de oprichting van een Hoge school. Mogge hoopte dat Zeeland, net als andere provincies, een eigen hogeschool zou krijgen en dat Zierikzee zich zou ontwikkelen tot een levendige academiestad.
WEERSTAND
De band met Zierikzee bleef ondanks het feit dat Mogge er niet vaak meer kwam. Hij wist zich behendig door de politieke stormen van zijn tijd heen te loodsen. In het bijzonder in 1747 was het spannend toen ons land in oorlog raakte met Frankrijk. Toen Mogge op 29 april 1747 vanuit Den Haag aan het Havenhoofd in Zierikzee arriveerde, werd hij door de menigte uitgescholden voor landverrader en mishandeld. Men verdacht hem ervan tegen de stadhouder te zijn en dus tegen de machtsovername van de prins. Om te voorkomen dat het uit de hand liep, bracht een wachtsofficier hem op een vuilniswagen naar het Heerenlogement. Daar werd hij voor zijn eigen veiligheid vastgehouden. Toen Willem IV arriveerde, werden de regenten die door het volk waren afgezet weer in hun functies hersteld. Ook Mogge kreeg toen op 2 juni 1747 zijn vrijheid terug.
Mogge bezat voldoende flexibiliteit om zich in de nieuwe verhoudingen te schikken en keerde terug naar Den Haag om Zeeland te blijven vertegenwoordigen.

PRAALGRAF
Na Mogge's overlijden op 6 november 1756 in Den Haag werd zijn lijk overgebracht naar Dreischor om te worden bijgezet in de grafkelder van zijn ooms Ockersse in de Sint Adriaanskerk in Dreischor.
Bij de begrafenis van kregen de genodigden behalve brood, wijn en kaas, ook tabak en pijpen voorgeschoteld.

RESTAURATIE
De eeuwenoude beelden van het praalgraf gingen in rap tempo achteruit gingen. Met de 6500 gulden die de gemeente in dat verre verleden als legaat voor onderhoud heeft gekregen lukte het niet om de boel op te knappen. Ook al kwam dat legaat na gemeentelijke herindelingen keurig bij de gemeente Schouwen-Duiveland terecht en vertegenwoordigen die duizenden guldens van toen inmiddels een waarde van 1,9 miljoen euro. Met de rijkssubsidiëring wegwerken restauratieachterstand uit 2008 lukte het wel. Met vereende krachten (onder meer door kerkrentmeesters en gemeente) werd een aanvraag ingediend. Op 29 mei 2009 werd de benodigde subsidie toegekend en kon de restaurantieklus kon beginnen.
Een bijzondere klus, want om de monumenten op te knappen zijn de rijkelijk versierde praalgraven volledig gedemonteerd en afgevoerd naar de werkplaats van steenhouwerij Zederik (dochter van de Koninklijke Woudenberg) in Tienhoven. Het complete karwei vergde ongeveer een jaar. De volledige grafkapel is, van het zwart-gouden traliewerk bij de entree tot de beschilderde zoldering, onder handen genomen.
Op vrijdag 21 januari 2010 werden de indrukwekkende praalgraven van Mogge en zijn ooms Ockersse na restauratie onthuld door toenmalig burgemeester Gerard Rabelink van de gemeente Schouwen-Duiveland.
HOGE SCHOOL
Voor de oprichting van een Universiteit had hij een bedrag van 420.000 gulden nagelaten aan zijn vaderstad. Bijna alle gewesten hadden een hogeschool. Zeeuwen moesten echter naar elders om te studeren. Daarin wilde Mogge verandering brengen en tegelijkertijd zijn vaderstad een nieuwe impuls geven. Tot in detail had Mogge zijn plan uitgewerkt waarin hij had vastgelegd hoeveel professoren er moesten zijn, hoeveel zij zouden verdienen en hoe hun benoeming geregeld werd. Als de toestemming voor de oprichting langer dan drie jaar op zich liet wachten, moest het geld worden gebruikt om een tehuis te bouwen van minstens 18.000 gulden. Dat tehuis was bedoeld voor kinderen van overleden militairen beneden de rang van officier, die in Zeeuwse dienst waren geweest. Zij mochten daar wonen tot hun twintigste jaar.
Om de wil van hun stadsgenoot uit te voeren wendde de Zierikzeese vroedschap zich tot de Staten van Zeeland voor hun medewerking. De Staten aarzelden want de stad Leiden maakte bezwaar. Deze, gesteund door de Staten van Holland, beriepen zich op het octrooi van 13 januari 1575, waarin Prins Willem had vastgelegd dat de universiteit van Leiden bestemd was voor voor Holland én Zeeland. Hoeveel moeite de Zierikzeese regenten ook deden, niets mocht baten. Na ruim tien jaar debatteren zag het Zierikzeese stadsbestuur zich in 1767 genoodzaakt het hoofd in de schoot te leggen.
Omdat de vastgestelde termijn al lang was verstreken, moest men overgaan tot de bouw van het genoemde weeshuis. Er deed zich echter een onverwachte situatie voor: er waren helemaal geen kinderen voor wie het bedoeld was, omdat de provincie Zeeland geen eigen troepen had.
De erfgenamen legden zich erbij neer dat het hiervoor bestemde bedrag naar de stad zou gaan, op voorwaarde dat zij de helft kregen van de rente die in al die jaren was opgebouwd.
Het stadsbestuur gebruikte het oorspronkelijke bedrag voor de verbouwing van het stadhuis in 1775–1779 en de feestelijkheden rondom het bezoek van Koning Lodewijk Napoleon in 1809. Ook ging een groot deel van het legaat naar De Nieuwe Visscherij, een semipublieke onderneming die in 1818 werd opgericht om de zeevisserij te stimuleren. Tot in de jaren ’60 van de twintigste eeuw, toen het de gemeente Zierikzee financieel zeer slecht ging, werd het legaat van Mogge te gelde gemaakt voor restauratie van vele monumenten.
Helaas bleek het fonds uitgeput toen in 2004 de Zeeuwse universiteit – De Roosevelt Academy – alsnog werd opgericht.

STANDBEELD
Op 14 november 2008 werd door toenmalige burgemeester Jack Asselbergs van de gemeente Schouwen-Duiveland en R. Erenst van de Stichting Renesse een fraai bronzen beeld van Pieter Mogge onthuld.
Het standbeeld is een geschenk van de Stichting Renesse en gemaakt door beeldend kunstenares Marian van Puyvelde (86). Zij boetseerde Mogge in elegante houding en sierlijke kleding. Zo staat hij nu statig op een zuil met met zijn familiewapen en jaartallen (1698-1756) als tastbare herinnering aan de man die Zierikzee met een eigen universiteit zo graag een nieuwe impuls had gegeven. Het beeld staat omlijst door bomen naast de Nieuwe Kerk met zicht op de Dikke Toren.
STRAATNAAMBORDEN
Andere sporen die Pieter Mogge op Schouwen-Duiveland heeft achtergelaten zijn zichtbaar in de vorm van straatnaambordjes, naar de naar hem vernoemde straten Moggestraat in Zierikzee en de Mr. P. Moggestraat in Dreischor.
