Pieter Caland (1826-1902)

Deze waterbouwkundige was de geestelijke vader van de in de jaren 1864-1873 aangelegde Nieuwe Waterweg tussen Rotterdam en Hoek van Holland, de levensader van internationale havenstad Rotterdam die deze stad veel welvaart bracht.

GEBOREN

Hij werd geboren op 23 juli 1826 in Zierikzee in het pand Oude Haven 51 'de Hoope' als zoon van Abraham Caland en Catharina Wilhelmina van der Plas.

Pieters vader was Abraham Caland was van dijkwerkersjongen opgeklommen tot ingenieur eerste klasse bij Rijkswaterstaat. Met zijn gezin had hij zich in 1826 in Zierikzee gevestigd waar ze elf jaar bleven wonen. In 1837 werd vader Caland benoemd tot het hoofd van de waterstaat in Zeeland en verhuisde het gezin naar Middelburg. In de rang van hoofdingenieur bleef hij actief tot 1854. Abraham Caland werd vervolgens president van de Centrale directie van de Polder Walcheren.


MILITAIRE ACADEMIE

Pieter werd op 15 jarige leeftijd toegelaten op de militaire academie in Breda als cadet voor waterstaat. Hij doorliep in deze dienst alle rangen, waarbij hij beurtelings in Middelburg en Zierikzee dienst deed als adspirant-ingenieur.

Pieter werd op 15 jarige leeftijd toegelaten op de Koninklijke Militaire Academie in Breda waar hij vanwege zijn talenten toegelaten werd tot de studie van cadet voor de waterstaat.

Koning Willem II had zich daarvoor persoonlijk ingespannen op verzoek van Pieters vader. Beiden hadden elkaar leren kennen in Zierikzee en vriendschap gesloten.

Pieter werd na zijn studie op negentienjarige leeftijd benoemd als aspirant-ingenieur bij de Waterstaat. Hij was werkzaam in Overijssel, Friesland en Zeeland waarna hij als ingenieur van de tweede klasse werd geplaatst in Purmerend en vervolgens in Brielle. Die standplaats bracht hem in aanraking met het probleem van de bereikbaarheid van Rotterdam. Grote zeeschepen konden die stad niet bereiken en moesten daardoor aanleggen voor Brouwershaven waarna de lading werd overgezet in kleinere schepen.


In 1850 keerde Pieter terug naar Zierikzee om daar in het huwelijk te treden met jonkvrouw Helena Carolina de Jonge (1828-1893), dochter van jhr. K.W. de Jonge, ontvanger der registratie en wethouder.

Uit dit huwelijk weren zeven kinderen geboren, waaronder de latere hoofdingenieur-directeur van Rijkswaterstaat Zeeland, Marinus Caland.

NIEUWE WATERWEG

Pieter Caland werd in 1857 secretaris van de toen ingestelde Raad van de Waterstaat. Het jaar daarop vervaardigde hij het gewaagde plan om de zeewering (duinen) bij Hoek van Holland te doorgraven en de rivier de Nieuwe Maas te dwingen de kortste weg naar zee te nemen. Na aanvaarding van het plan door het parlement werd dit enorme werk ter hand genomen. 


Op 31 oktober 1866 zette prins Willem van Oranje, de oudste zoon van koning Willem III, de eerste spade in de grond.

Weldra rees twijfel over de haalbaarheid en de kritiek die Pieter Caland te verduren kreeg, was niet mals. Vader Caland moest Pieter vaak een hart onder de riem steken. In 1868 schreef hij aan zijn zoon: ‘Bedenk dat er nooit iemand geweest is, of hij leed aanstoot, miskenning en somtijds verguizing; doch voor wien men naderhand geen lofzangen genoeg had, ja er zelfs standbeelden voor oprigtte’.


In 1870 werd Pieter Caland hoofdingenieur en chef van de algemene dienst. Onder zijn leiding kwam onder andere de herziening van het Amsterdamse Peil tot stand en werden allerlei nieuwe onderzoeken gestart. Drie jaar later werd Caland inspecteur van de Waterstaat. Met de Nieuwe Waterweg ging het slecht. In 1877 was de bereikbaarheid van Rotterdam nog even lastig als voorheen omdat de diepgang

slechts drie meter was. In de uitschurende werking had Caland zich inderdaad vergist maar uitbaggeren bracht de redding. Op 1 april 1881 werd Caland benoemd tot hoofdinspecteur.

ERKENNING

In 1907 werd in het Scheepskwartier in Rotterdam het Calandmonument onthuld naar een ontwerp uit 1906 door H.J. Evers met Arend Odé dat werd bekostigd door de Rotterdamse burgerij.

Het gedenkteken bestaat uit een monumentale fontein waarin een vierkante hoge onderbouw een obelisk draagt die door een bolvormige motief wordt bekroond. Hierop staat als symbool voor Rotterdam een gevleugelde vrouwenfiguur, die de Mercuriusstaf hooghoudt. Hieronder staan de wapens van stad en provincie, die herinneren aan de loop van de Waterweg. Aan de voorzijde staat een gedenksteen met het bronzen profiel van Caland, door een lauwerkrans en toepasselijk opschrift omgeven. Toepasselijke opschriften bevinden zich ook op de gedenktafels die tegen de drie overige zijden zijn geplaatst. Twee bronzen kinderfiguren symboliseren de handel en nijverheid van Rotterdam als handelsplaats.

Het monument stond van 1907 tot 1939, dus net voor de Tweede Wereldoorlog, aan het Van Hogendorpsplein, ongeveer waar nu het Churchillplein is.

In 1939 werd het monument om verkeerstechnische redenen verplaatst naar de Veerkade bij de Veerhaven, en heeft daardoor het bombardement van mei 1940 overleefd.


In 1952 vermeldt Ringers: "De tijd is nu gekomen, om te erkennen dat Caland's opzet om de Waterweg onbelemmerd naar zee te laten stromen via doorgraving van de Hoek van Holland, geslaagd mag worden genoemd en voor Rotterdam en heel Nederland zegenrijke gevolgen heeft gehad.".

PLAQUETTE

Het idee om Pieter Calands geboortehuis te markeren met een plaquette was afkomstig van C. Postma, van 1964-1968 gemeentearchivaris van Zierikzee. Hij bracht het idee in bij het bestuur van de Vereniging Stad en Lande van Schouwen-Duiveland waarvan hij secretaris was. Contact werd gelegd met het Historisch Genootschap Roterodanum. Om het plan te verwezelijken werd financiële steun ontvangen van de Stichting Havenbelangen te Rotterdam en het gemeentelijk havenbedrijf in die stad.

Een probleem was de precieze locatie van het geboortehuis. De bevolkingsadministratie was op dat punt niet duidelijk. Twee panden kwamen in aanmerking, terwijl de voorganger van Postma, P. van Beveren, nog een derde pand aanwees. Uiteindelijk kwam men uit bij het pand Oude Haven 51, toen aangeduid als wijk A nummer 416. Die keus was ingegeven door het feit dat het zeker was dat zich in dat huis het gezin Caland zich had gevestigd bij hun komst in 1826. Toen de famiie Caland in 1837 naar Middelburg

verhuisde – vader Abraham Caland was benoemd tot hoofd van rijkswaterstaat in Zeeland – bewoonden

zijn opvolgers, J.W. Conrad en later W. Badon Ghyben datzelfde pand met hun gezinnen.


Op vrijdag 16 mei 1969 kwam een delegatie van Roterodanum naar Zierikzee waar ze ontvangen werden door burgemeester Kastelein in de schutterszaal in het stadhuis, dat is de zolder met de fraaie open kap. Dr. J.J. Westendorp Boerma, voorzitter van Stad en Lande, gaf een toelichting. De burgemeester wees op de goede contacten met de gemeente Rotterdam, die Zierikzee hielp met de restauraties van de

gemeentelijke rijksmonumenten. Mr. W.F. Lichtenauer, voorzitter van Roterodanum belichtte Pieter Caland. Daarna toog het gezelschap naar de Oude Haven zuidzijde. De eer om de bronzen plaquette te onthullen, was voor Pieter Hendrik Kemper. Hij was de oudste achterkleinzoon van Pieter Caland. Zijn grootouders waren Catharina Wilhelmina Caland (1851- 1924), oudste dochter van Pieter Caland, en gehuwd met Pieter Hendrik Kemper (1847-1928), ook een beroemd waterbouwkundige, die onder meer

de leiding had over de aanleg van het Merwedekanaal.


Op de gedenkplaat aan de gevel van zijn geboortehuis is de tekst aangebracht:

"In dit huis werd op 23 juli 1826 geboren Pieter Caland, ontwerper van de Nieuwe Waterweg en daardoor grondlegger van Rotterdams welvaart".

  • Titel dia

    Schrijf uw onderschrift hier
    Knop
  • Titel dia

    Schrijf uw onderschrift hier
    Knop

Eerbewijzen kreeg hij zoals gewoonlijk pas na zijn dood. Rotterdam eerde hem met het Calandplein en in zijn geboortestad Zierikzee werd het raadsbesluit van 30 juni 1955 in de nieuwbouwwijk Malta de Calandweg naar hem genoemd. Later kreeg ook Zierikzee een Calandplein (Maltaplein).


bron: WereldRegio

bewerkte tekst: Huib Uil

pagina aangemaakt: 18-09-2026

laatst gewijzigd: 05-10-2026