TRAMlIJN
ISOLEMENT
Op het eiland Schouwen-Duiveland ontstond de behoefte om de bestaande vervoerverbindingen met omliggende gebieden te verbeteren met als doel het isolement te verkleinen. In 1891 voeren er alleen stoomboten vanuit Zierikzee naar Rotterdam en Middelburg. De Zierikzeesche Stoomboot Maatschappij en Rederij "Schelde" hadden elk een dagelijkse of tweedaagse verbinding. Tussen Zijpe en de Anna Jacobapolder was er een voetveer. De verbindingen op het eiland zelf waren slecht.
Rond 1891 werd een comité opgericht met als doel de aanleg van een tramlijn of lokaalspoorweg tussen Brouwershaven en Steenbergen via Zijpe. Dit was de afdeling Zierikzee van de Maatschappij tot Bevordering van Nijverheid, voorgezeten door de burgemeester van deze stad, Vermeijs. De Rotterdamsche Tramweg Maatschappij (RTM) uit Rotterdam gaf aan bereid te zijn deze lijn de exploiteren. Hierbij was er steun vanuit de overheid. Zowel de landelijke als de provinciale overheden zagen dat eerder -zonder staatssteun- aangelegde tramlijnen elders in het land dikwijls te goedkoop waren aangelegd: direct in de bermen van wegen en niet geschikt voor relatief hoge snelheden. Door toekomstige lijnen aan te leggen met een hogere kwaliteit kon een streven van de overheid, namelijk verbetering van reis- en vervoermogelijkheden, bereikt worden. De overheid hielp mee met renteloze voorschotten die pas terugbetaald hoefde te worden bij voldoende inkomsten. Een tracé waarover met een hogere snelheid gereden kon worden in combinatie met materieel dat ook snel kon rijden leidde er later toe dat de tramwegen van de RTM relatief lang konden blijven concurreren met autobussen.
OPENING TRAMLIJN
Op 30 april 1900 werd de lijn tussen Zijpe en Brouwershaven geopend. Op 1 april 1915 reden er ook trams tussen Brouwershaven en Burgh. Mede vanwege onteigeningsprocedures kon dit westelijke gedeelte pas later in gebruik worden genomen. De lijn had een belangrijke rol en het vervoer van goederen en personen op Schouwen-Duiveland. De RTM stoomveren sloten op de lijn aan vanuit de veerhaven Zijpe naar Numansdorp, Ooltgensplaat, Anna Jacobapolder, Stavenisse, Rotterdam en Zierikzee (Veerdienst Anna Jacobapolder-Zijpe).
Zierikzee kreeg in 1899 een station, waarvan de architectuur paste bij de historische stad. De aanbouw rechts van het perron werd gelijk met de bouw gerealiseerd. De andere zijde van het gebouw gebeurde later. Het emplacement is na het begin nogal wat veranderd. Zo werd er een tweede perron aangelegd dat was te bereiken via een pad over het spoor.
Aan het station was een brievenbus bevestigd met daarboven een lichtingschema. De per tram aangevoerde bestelgoederen werden met een houten kar getrokken door een paard in de binnenstad afgeleverd. Een verlengstuk van de besteldiensten van Van Gend en Loos.

RIJTUIGEN EN WAGONS
Vanaf de start van de tramlijn reden op Schouwen-Duiveland de 'vierkante' stoomtramlocomotieven van Backer & Rueb uit Breda. Deze Breda-locomotieven werden ookwel backertjes genoemd. Het meest karakteristiek, en typerend voor Nederland, was het uiterlijk van de backertjes met 'huilogen', een kopwand met een klein vierkant raam met aan weerszijden een smal hoog, aan boven- en onderkant afgerond raam.
Vanwege het vierkante uiterlijk werden ze door de Schouwenaren ookwel 'Koekedôazen' genoemd.

Locomotieven die op het eiland reden waren:
LOC21 - type Backertje, bouwjaar 1899-1900 Machinefabriek Backer & Rueb in Breda, Tweeasser; ’vierkante loc’. Afgevoerd in 1947-1954.
LOC35 - Bouwjaar 1906 Werkspoor Amsterdam, Tweeasser; ’vierkante loc’. Afgevoerd in 1947-1954. stoomloc. (reed hier rond 1918)
LOC22, type Backertje, bouwjaar 1899-1900 Machinefabriek Backer & Rueb in Breda, Tweeasser; ’vierkante loc’. Afgevoerd in 1947-1954 (reed hier rond 1935)
LOC38 - Bouwjaar 1906 Werkspoor Amsterdam, Tweeasser; ’vierkante loc’. Afgevoerd in 1947-1954.
LOC39 - Bouwjaar 1906 Werkspoor Amsterdam, Tweeasser; ’vierkante loc’. Afgevoerd in 1947-1954.
LOC36 - Bouwjaar 1906 Werkspoor Amsterdam, Tweeasser; ’vierkante loc’. Afgevoerd in 1947-1954. (reed hier rond 1938)
LOC33 - type Backertje, bouwjaar 1904 Machinefabriek Raab & Rueb in Breda, Tweeasser; ’vierkante loc’. Afgevoerd in 1947-1954. (reed hier rond 1947)
Het RTM-museum is sinds 2010 bezig met de bouw van een replica van een Backertje en wel van de RTM 37, een Werkspoor-backertje. Van de RTM-backertjes was het de 37 die het laatst, nl in 1956, afgevoerd werd. Daarom is het een replica daarvan die het meest geloofwaardig getoond kan worden in combinatie met het bewaard gebleven RTM-dieselmaterieel uit begin jaren 50.
Enkele wagons die op het eiland hebben gereden waren:
Wagon 342, met een gewicht van 5025 kg
Goederenwagon 615
Goederenwagon 505
Personenwagon 368
Personenwagon 344
Personenwagon 422
MR. J.P. CAUBRUG
Op 29 december 1916 schreef mr. J.P. Cau, president van de arrondissementsrechtbank, een brief aan het gemeentebestuur. Hij herinnerde aan het voorstel om een betere verbinding te verwezenlijken van het station naar de binnenstad. Dat was om financiële redenen verworpen. Mr. Cau verklaarde zich bereid om de gemeente tegemoet te komen in de kosten die werden geraamd op 1500 gulden. De enige voorwaarde was dat de gemeente met hem in overleg moest treden ten aanzien van het plan voor de bouw. Op dat moment was de Eerste Wereldoorlog nog in gang. Mr. Cau gaf in overweging met de uitvoering te wachten tot het vrede was omdat de materialen erg duur waren.
De gemeenteraad, die de brief op 8 januari 1917 behandelde, was verheugd over het aanbod en wat niet vaak gebeurde: in de raadzaal klonk applaus voor het genereuze gebaar van deze telg uit een oud Zierikzees geslacht. Toen het plan werd uitgewerkt, bleek dat de kosten hoger uitvielen dan 1500 gulden. De aannemers Imming en Van Tongeren in Zeist kwamen uit op fl. 2363,80. Notaris J.S.L. Korteweg, bewoner van ‘Schouwenoord’ aan de Wandeling, had al eerder grond en 500 gulden toegezegd. Die grond werd bestemd voor de aanleg van een nieuwe straat, die in 1917 Drie Koningenstraat werd gedoopt. Later werd dat Driekoningenlaan.
Mr. Cau was genereus genoeg om toe te zeggen de totale bouwkosten voor de brug voor zijn rekening te nemen. Wel bedong hij dat de 500 gulden van notaris Korteweg bestemd zouden worden voor een plantsoen en parkje tegenover de brug. De notaris had er geen moeite mee. Als eerbetoon aan de schenker had de gemeenteraad de brug de naam Mr. J.P. Caubrug gegeven.
OPENING
De bouw verliep voorspoedig en op 15 mei 1918 was het mr. Cau zelf die de brug opende. Voorafgaand sprak burgemeester mr. A.J.F. Fokker. De schenker vertelde over de band tussen Zierikzee en zijn familie die zich vanuit Westenschouwen hier had gevestigd. Als openingshandeling knipte de schenker een lint door. Bij de onthulling verzocht de schenker de naam in te korten tot Caubrug, als herinnering aan zijn familie. Aan dat verzoek voldeed de gemeente na een schriftelijk verzoek van de schenker in 1924. Mr. Cau was inmiddels in Den Haag woonachtig. Bij de opening was er nog een incident: een al te enthousiaste toeschouwer raakte in het water. Maar het was een warme dag zodat dit weinig hinderde. Mr. Cau had zijn toespraak afgesloten met: ‘Moge deze brug van de welvaart en bloei van Zierikzee lang getuige zijn’. Dat werd welgeteld 35 jaar, want werd later door de Watersnoodramp van 1953 volledig vernield.
Onder leiding van molenaar A.M. de Rijke uit de Lange Nobelstraat is in 1969 actie gevoerd om de Caubrug terug te krijgen. Binnen korte tijd was 5300 gulden ingezameld. Maar veel verder kwam men niet en daarom ging dat plan niet door. De rustieke uitvoering van de brug was het meest karakteristieke aan deze verbinding waarover oude Zierikzeeënaars nog wel eens mijmeren als ze herinneringen ophalen.
tekst: Wereldregio 2018
ANDERE TRAMLOCOMOTIEVEN
Verder reden ook de locomotieven:
M73 - overgenomen van de Zeeuwsch-Vlaamsche Tramweg-Maatschappij (ZVTM) uit Terneuzen. (Reed hier rond 1948)
M67 - (foto) door RTM zelf herbouwd uit de in 1947 verbrande M68 en heeft tot 1966 dienst gedaan in Voorne)
M74 - bleef, na opheffing van de tramlijn, in de remise in Brouwershaven achter en werd vergeten. 1n 1966 werd de M74 door transportbedrijf de Vlieger, die inmiddels eigenaar was van de loods, gesloopt.
Serie MBD 70, 72 - 73, 74, bouwjaar 1916, 1930, van fabrikant Allan, La Brugeoise, waren vier motorrijtuigen afkomstig van de Zeeuwsch-Vlaamsche Tramweg-Maatschappij en door de RTM overgenomen in 1948. De ZVTM had deze motorrijtuigen in dienst onder de nummers ME 15 - 19, het waren van oorsprong personenrijtuigen met de nummers AB 15 - 16 en AB 17 - 19. Motorrijtuig ME16 werd bij de RTM direct gesloopt waarbij het frame werd gebruikt voor de bouw van motorrijtuig MABD 1602. De andere motorrijtuigen werden afgevoerd in 1951-1957.
Een zestal Backertjes was niet gebouwd door de Machinefabriek Breda, maar door
Werkspoor, namelijk de RTM 35 - 40. Deze waren gebouwd in 1906 en technisch vrijwel identiek aan de RTM 16 - 34. Uiterlijk waren ze alleen herkenbaar aan de andere vorm van de fabrieksplaat.

DE JAREN '50
Modern dieselmateriaal komt in plaats van de dampende stoomtractie. Staalplaat vervangt teakhout, de trams krijgen kleur en in de interieuers komen buismeubelen met comfortabele zittingen.
Henry Tap (1905-1983) was van 1946 tot begin jaren 70 de vaste ontwerper van de RTM. Hij ontwierp het crème-bordeauxrood kleurenschema en gaf elke tram, bus en vrachtauto een eigen, met de hand geschilderde afbeelding van dieren of planten met hun naam.
Op deze manier kreeg de op Schouwen-Duiveland rijdende dieselelektrisch motorrijtuig MABD 1602 de naam 'Reiger'.
M1602 'REIGER' TOEN
M1602 'REIGER' NU
Dit dieselelektrisch motorrijtuig MABD 1602, met de naam ‘Reiger’ was een stoomtramrijtuig van de Zeeuwsch-Vlaamsche Tramweg-Maatschappij (ZVTM) en in 1935 omgebouwd tot motorrijtuig ME16.
Na opheffing van het trambedrijf van de ZVTM in 1949 is het naar de RTM gekomen en daar direct gesloopt. Het frame en mogelijk andere onderdelen werden gebruikt voor de bouw van motorrijtuig MABD 1602. Dit motorrijtuig kwam in 1951 in dienst samen met bijpassend rijtuig BPD 1631 en werd in eerste instantie ingezet op de Tramlijn Zijpe - Burgh en reed daar de laatste dienst in de rampnacht van 31 januari 1953/1 februri 1953.
In 1967 werd het verkocht aan het stoomtrammuseum in Hellevoetsluis. In 1971 werd het rijtuig, dat door brandstichting grotendeels was uitgebrand, weer opgebouwd.
In 1997 volgde een grote revisie met inbouw van een nieuw interieur naar oud voorbeeld.
De RTM BPD 1631 is een historisch interlokale personenrijtuig van de Rotterdamsche Tramweg Maatschappij (RTM). Het rijtuig heeft een A-status omdat het het laatste stoom- of motortramrijtuig is dat een tramwegbedrijf volledig in eigen beheer heeft ontworpen. Samen met motorwagen MABD 1602 ("Reiger") vormt het rijtuig het bekende "Zeeuwse stel".
Beiden zijn te vinden bij het RTM trammuseum in Ouddorp, waar het na een verbouwing in 1951 als erfgoed wordt bewaard en ingezet.

TRACÉ
Het traject van de tramlijn werd aangelegd tussen Zijpe en Burgh via verschillende kernen op Schouwen-Duiveland. Bij Zijpe, nabij Bruinisse, bestond van oudsher al een verbinding met Tholen via een (voet)veer. Het trajectdeel tussen Brouwershaven en Burgh kwam pas later in gebruik.
Al in de voorplanning was het niet de bedoeling geweest om een vaste verbinding aan te leggen tussen Zijpe en Anna Jacobapolder. De kosten van deze vaste verbinding werden destijds als te hoog ingeschat. Rond de haven van Zijpe was een bescheiden emplacement aanwezig voor de afhandeling van zowel het goederen- als het reizigersverkeer. Op vrijwel alle stations en grote bedrijven langs de lijn waren zijsporen aanwezig, zowel om treinen te kruisen alsook om wagons op te stellen of om te laden en te lossen.
Op enkele plekken op de route is het tracé later in de tijd gewijzigd. Waar de overige tramlijnen van de RTM ontworpen waren in een tijd dat snelheid en kwaliteit belangrijker waren dan kosten en de overheid meehielp de meerkosten te verkleinen, was dat niet het geval bij de tramlijn op Schouwen-Duiveland. Het gebruikte tracé was namelijk reeds in 1891 vastgesteld samen met het lokale waterschap. Destijds was er nog weinig steun vanuit de overheid voor snelheid en kwaliteit waardoor er veelal de bestaande wegen werden gevolgd. Hierdoor waren er veel scherpe bogen en steile hellingen.
Om de snelheid te verhogen werden op enkele plekken werkzaamheden uitgevoerd. Dat vond bijvoorbeeld plaats in Nieuwerkerk waar in 1914 de tram verdween van de Kerkring en net zuidelijk buiten het dorp werd aangelegd. Ook in Oosterland, Capelle, Stenendijk en Schuddebeurs vonden dergelijke wijzigingen plaats. Rond Zonnemaire, Zierikzee, Brouwershaven en Noordwelle zijn wel voorbereidende werkzaamheden uitgevoerd, maar is een tracéverandering nooit ten uitvoer gebracht.

SNELHEID
Het baanvak en het materieel werd aangeschaft om snel te kunnen rijden, tot 40 km per uur. Toch was de snelheid bij opening beperkt tot 20 km/u vanwege de bestaande wetgeving voor openbaar middelen van vervoer. In 1902 wijzigde de wetgeving. De snelheid van 20 km/u bleef conform het Tramwegreglement 1902, maar het was onder voorwaarden mogelijk het baanvak en het trambedrijf geschikt te maken om te vallen onder het Vereenvoudigd Locaalspoorreglement 1902. Na verbeteringen werd de lijn in 1910 geschikt geacht voor de 35 km/u met uitzondering van lokale snelheidsbeperkingen. In 1933/1934 volgde een verdere verhoging naar 45 km/u. De tramwegen van de RTM waren smalspoortlijnen met een spoorwijdte van 1067 mm.
WATER
Kenmerkend aan de tramlijnen op de Zeeuwse en Zuid-Hollandse eilanden was het ontbreken van kwalitatief goed water voor in de stoomketels. Er was geen
waterleiding aanwezig en het lokaal aanwezige sloot- en grondwater te
brak. In eerste instantie werd een
bron gebruikt in
Schuddebeurs bij halte Rustenburg aan de Kloosterweg. Bij de latere verlenging naar het westen kon het duinwater gebruikt worden. Het stationsgebouw kreeg van
Burgh kreeg hierbij ook de functie van watertoren en is daardoor opvallend van hoogte. Er werd gebruik gemaakt van waterwagens om water bij het eindpunt in Zijpe te transporteren.Op 1 april 1915 is de 'winplaats Rustenburg' ontmanteld.

DIENSTREGELING
Op de tramlijn van Zijpe naar Burgh werd een dienstregeling uitgevoerd die verschilde door de jaren heen. Kenmerkend aan een grotendeels enkelsporige tramlijn was dat alleen op kruisingstations tegentrams gepasseerd konden worden. Dat waren niet alleen trams voor reizigers, maar ook goederentrams. Daarnaast werd op het oostelijke eindpunt in Zijpe aangesloten op de veerdiensten naar zowel Anna Jacobapolder (en tot een bepaald jaar ook Stavenisse) als Numansdorp. Het veer naar Anna Jacobapolder voer relatief vaak en bood aansluiting op de tramlijn naar Steenbergen. De boot naar Numansdorp sloot daar aan op de tram naar Rotterdam.
In de tijd van de tram had elke matschappij nog zijn eigen tariefsysteem. Eigen vervoersbewijzen (kaartjes) en eige opvattingen over dienstbetoon en tijdschema's.
De RTM gebruikte lange gekleurde lappen , waarop de conduscteur met inktpotlood twee strepen zetteom aan te geven van waar de reis zou gaan, tegen welk tarief en op welke datum.
Op dit biljet een enkele reis tweede klasse.
Hieronder wordt een aantal dienstregelingen beschreven als voorbeeld.

1911
- In de zomerdienstregeling van 1911 is er alleen een tramverbinding tussen Zijpe en Brouwershaven. De verbinding naar Burgh komt pas 4 jaar later. Met als start en eindpunt Brouwershaven worden 7 retourritten per dag gereden. Enkele dagen per week is er ook nog een tussenrit tussen Zijpe en Zierikzee. De dienstregeling van de reizigerstrams is te rijden met 2 omlopen.[1]
- De eerste tram vertrekt rond 05:30 vanuit Brouwershaven en arriveert omstreeks 07:05 in Zijpe.
- In Zijpe is aansluiting op de boot naar Anna Jacobapolder (soms afkomstig vanuit Stavenisse) en vervolgens de tram naar Steenbergen die daar omstreeks 08:40 arriveert. Niet duidelijk is of deze tram ook doorreed over het tramnet van de ZNSM naar Roosendaal. In 1924 is er in elk geval wel dagelijks één doorgaande tram die om 09:00 arriveert in Roosendaal.
- In Zijpe is ook aansluiting op de boot naar Numansdorp-Haven. De overtocht duurt van 07:10 tot 08:55. Te Numansdorp-Haven vertrekt de tram naar Rotterdam omstreeks 09:10 en arriveert in Rotterdam omstreeks 10:55, vijf en half uur na vertrek uit Brouwershaven.
- Vrijwel alle tramritten geven in beide richtingen aansluiting op de boot naar Anna Jacobapolder, waar overigens niet op elke boot een tram naar Steenbergen klaarstaat. De veerdienst naar Numansdorp kent maar 3 retourvaarten.
1929
- In de zomerdienstregeling van 1929 is het volledige traject tot aan Burgh in gebruik. Het aantal volledige retourritten, startend vanuit Burgh, is 5. Op enkele dagen van de week is er nog een extra rit tussen Zijpe en Burgh, een tussenrit tussen Burg en Zierikzee en terug en een tussenrit van Zijpe naar Zierikzee en terug.[1]
- De eerste tram vertrekt rond 04:35 vanuit Burgh en arriveert omstreeks 06:30 in Zijpe.
- In Zijpe is aansluiting op de boot naar Anna Jacobapolder (soms afkomstig vanuit Stavenisse) en vervolgens de tram naar Steenbergen die daar omstreeks 08:00 arriveert. Niet duidelijk is of deze tram ook doorreed over het tramnet van de ZNSM naar Roosendaal. In 1924 is er in elk geval wel dagelijks één doorgaande tram die om 09:00 arriveert in Roosendaal.
- In Zijpe is ook aansluiting op de boot naar Numansdorp-Haven. De overtocht duurt van 06:40 tot 08:40. Te Numansdorp-Haven vertrekt de tram naar Rotterdam omstreeks 08:55 en arriveert in Rotterdam omstreeks 10:30, zes uur na vertrek uit Burgh.
- Vrijwel alle tramritten geven in beide richtingen aansluiting op de boot naar Anna Jacobapolder, waar overigens niet op elke boot een tram naar Steenbergen klaarstaat. De veerdienst naar Numansdorp kent maar 2 retourvaarten.

1951
- In de zomerdienstregeling van 1951 is het volledige traject tot aan Burgh in gebruik. Er zijn circa 9 retourritten per dag, waarvan er 2 starten vanuit Brouwershaven en de rest vanuit Burgh. Daarnaast rijdt er 1 autobusrit als extra rit tussen Zierikzee - Zijpe - Brouwershaven - Zierkzee.[1]
- De eerste tram vertrekt rond 04:10 vanuit Brouwershaven en arriveert omstreeks 05:10 in Zijpe. Daar wordt aangesloten op het veer naar Anna Jacobapolder, dat inmiddels circa 27 keer per dag een retourvaart doet.
- De eerste tram vertrekt vanuit Burgh omstreeks 05:30 en arriveert rond 07:10 in Zijpe.
- Vanaf Zijpe vertrekt tweemaal per een boot naar Numansdorp-Haven, met vertrek om 07:15 en aankomst om 09:10. De tram naar Rotterdam staat klaar en arriveert in Rotterdam om 10:05.
WACHTKAMER TRAMHALTE SAS
RESTANTEN TRAMLIJN
Van de lijn is weinig meer terug te vinden op het eiland, door ruilverkaveling is het tracé goeddeels verdwenen. In Zierikzee is op de hoek van Scheepstimmerdijk en het Sas nog de wachtkamer der RTM aanwezig. Eind 2016 is het bord verwijderd, maar in 2019 weer teruggeplaatst.
In Burgh staat het voormalige tramstation er nog, eerst in gebruik als busstation en nu in gebruik als woning.
Hert stationsgebouw Haamstede is nu een restaurant. De plek waar de weegbrug was is nog te zien. Achter het gebouw kun je nog een grasstrook vinden waar het spoor heeft gelegen. Die strook gaat verderop door als Vroonweg en is meest fietspad.
Bij Renesse is de overgang Vroonweg-Roelandsweg ook nog wel herkenbaar. Aan de Roelandsweg is ook nog het voormalige tramstation, maar het ziet er nu heel anders uit. (Boutique hotel) Het ruiterpad daar is de oude trambaan.
In Brouwershaven is bij de reconstructie van de havenkade in 2019 door middel van twee lijnen in het straatwerk de loop van de tramlijn deels weergegeven aan de Haven Zuidzijde. En er is het Trampad. De brandweerkazerne is de oude remise.
Bij Noordgouwe is het stationsgebouw er nog en bij Schuddebeurs is een deel van de beheerderswoning van de RTM bij halte Rustenburg nog intact. In Zonnemaire is er de Trambaan. In Nieuwerkerk is er de Stationstraat en bij de Deltastraat was het station. In Oosterland staat het stationsgebouw er nog aan de Molenweg en is nu horeca. In de haven van Zijpe bij Bruinisse zijn de spoor-niveaus nog zichtbaar.
STATIONSGEBOUW
Het stationsgebouw werd geheel hersteld en gemoderniseerd en als busstation in gebruik genomen. Het exterieur van het gebouw kreeg een lichte kleur.
In het kantoor werd ook de goederenadministratie van het gehele net van de RTM ondergebracht, wat voorheen in Rotterdam gebeurde. Na de verhuizing van de directie van de RTM uit Rotterdam is het gebouw nog korte tijd in gebruik geweest als hoofdkantoor maar werd uiteindelijk in 1972, na het gereedkomen van het nieuwe gebouw, gesloopt.
Het nieuwe stationsgebouw was de zetel van de N.V. Streekvervoer Zuid-West-Nederland (ZWN).
Na ruim een halve eeuw trouwe dienst verdween de tram van Schouwen-Duiveland. Alle personenrijtuigen en motorwagens werden met behulp van een hulpspoor via de haven van Brouwerhaven per sleepschip afgevoerd naar Numansdorp.
MEER INFORMATIE:
- RTM eilandentram (film met tram 1602 bij station Zierikzee)
pagina aangemaakt: 13-09-2026
laatst gewijzigd: 20-09-2026