Oorsprong

De oudste geschiedenis van Zierikzee is nauw verbonden met die van Schouwen. Tot enkele eeuwen voor het begin van de jaartelling maakte Schouwen-Duiveland deel uit van een uitgerekt veengebied. Door dit veengebied liep onder meer de rivier de Schelde. Delen van dit veengebied waren nog voor het begin van onze jaartelling aangetast door de zee.

Eind 3e eeuw drong de zee opnieuw het land in. Via inbraakkreken werd klei op het land afgezet. De kreken slibden op den duur dicht. Door inklinking van de veengrond ontstond een landschap met hooggelegen kreekruggen met daartussen laag gelegen poelgronden.
In de 9e en 10e eeuw vonden opnieuw aanvallen van de zee plaats. De bevolking die zich op de kreekruggen had gevestigd, ging zich tegen de zee verweren door aanleg van dammen in de kreken.

ZIERIKZEE EN DE OORKONDE VAN 976

In 976 bevestigde keizer Otto II de Sint-Baafsabdij in Gent opnieuw in haar oude bezittingen, waaronder gronden op Schouwen. Dat was bijzonder, want Gent lag buiten het Heilige Roomse Rijk, terwijl Zeeland er wél toe behoorde. De keizer verleende de abdij hiermee een uitzonderlijke gunst.

Deze herbevestiging was dringend nodig. Tijdens de invallen van Noormannen en later Denen (850–883) werd de abdij grotendeels verwoest en ging een belangrijk deel van het archief verloren. De kloostergemeenschap vluchtte meerdere malen en hield zelfs tijdelijk op te bestaan. In die chaos eigenden wereldlijke machthebbers, onder wie de Vlaamse graaf, zich de verlaten abdijgronden toe, met het argument dat ze onder het ‘wildernisregaal’ vielen. Toen de monniken tussen 911 en 918 terugkeerden, waren zij vrijwel al hun domeinen kwijt. Het zou meer dan vijftig jaar duren voordat hun rechten grotendeels hersteld waren.

Onder abt Womar (965–981) wist de abdij bij de Duitse keizers opnieuw gehoor te vinden. In twee diploma’s van januari 976 werden belangrijke Zeeuwse bezittingen teruggegeven: schorren en schaapsgronden op Schouwen, Walcheren en Beveland, en ook land langs de Honte. Deze gebieden waren economisch van groot belang, omdat Gent een centrum van lakenproductie was en de Zeeuwse schorren uitstekende weidegronden boden. De oorkonde noemt zelfs expliciet:

“… dat is in de gouw Scaldis het bezit genaamd Creka en Papingalant met de kerk, en langs de rivier de Golda land waar 900 schapen kunnen worden gevoed, …”, wat de abdij toont als een welvarende en ondernemende instelling.


CREKA EN PAPINGALANT: HET VROEGERE ZIERIKZEE

In de oorkonde wordt een plaats genoemd als “Creka en Papingalant, met de kerk”, gelegen in de gouw Scaldis. Historici zien dit vrijwel unaniem als het latere Zierikzee. Creka verwijst duidelijk naar een kreek, waarschijnlijk de Zierikzeese Ee. Papingalant wordt meestal uitgelegd als “land van de papen (priesters)” of als het bezit van een familie Paping/Papo.

Opvallend is dat beide namen onvertaald in de Latijnse oorkonde staan, wat erop wijst dat het al vaste, lokale plaatsnamen waren. Samen vormen ze waarschijnlijk één nederzetting: een dorp aan een kreek, met een kerk en omliggende gronden. Het is mogelijk dat dit land toebehoorde aan priesters verbonden aan de Sint-Baafsabdij, maar even goed aan een rijke, gelovige leek of familie die zelf een kerk stichtte.


DE KERK EN DE OORSPRONG VAN HET DORP

De oorkonde laat zien dat er in 976 al een kerk stond. Die was vermoedelijk van hout en zonder fundament. Archeologisch bewijs ondersteunt dit vroege bestaan: onder het huidige Kerkplein zijn in 1979 twee boomstamgraven gevonden, gedateerd in de 10e eeuw. Zulke graven waren kostbaar en zeldzaam, wat suggereert dat hier vooraanstaande personen zijn begraven, mogelijk in of bij de vroege kerk.

Hoewel Zierikzee later een sterke band kreeg met de Sint-Baafsabdij – onder meer door de aan Sint Lieven gewijde stenen kerk uit 1151 – zijn er weinig aanwijzingen dat de abdij zelf de eerste kerk stichtte. Als dat zo was geweest, zou dat waarschijnlijk expliciet in de oorkonde zijn vermeld. Het is aannemelijker dat de kerk een zogenoemde eigenkerk was, gesticht door een rijke lokale grondbezitter.


WIE STICHTTE ZIERIKZEE?

Vaak wordt aangenomen dat Zierikzee is gesticht door een zekere Ziringus of Zierik (Siric), een uit Pannonië (Hongarije) verdreven ontdekkingsreiziger, naar wie de kreek (de Ee) en later de nederzetting is genoemd, dus Zieriks Ee. Maar de oudere benaming Creka en Papingalant wijst eerder op een andere oorsprong. Het ligt voor de hand dat niet Zierik, maar een familie Paping/Papo een sleutelrol speelde bij de vroege ontwikkeling van de plaats en de stichting van de kerk. De naam Zierik zou dan later die oudere naam hebben verdrongen.

Romantisch maar niet ondenkbaar is de gedachte dat de gevonden boomstamgraven toebehoorden aan deze vroege grondleggers. Zo geven oorkonde, naamkunde en archeologie samen een beeld van een 10e-eeuws dorp aan een kreek: economisch actief, kerkelijk betekenisvol en waarschijnlijk ontstaan uit lokaal initiatief, later ingebed in de macht en rijkdom van de Sint-Baafsabdij.

RINGDIJK

De stormvloed van 1134 vormde de directe aanleiding om Schouwen te voorzien van een ringdijk. Aan de zuidoostzijde van het eiland, waar de Gouwe overging in de Schelde, ontstond Zierikzee. Vanuit de Gouwe liep een kreek het eiland in, waarlangs zich een kleine nederzetting ontwikkelde, vermoedelijk van vissers en schapenhouders.

De oudste bebouwing lag in het westen van het huidige Zierikzee. Later breidde de nederzetting zich oostwaarts uit. De kreek werd waarschijnlijk afgedamd ter hoogte van het zuidelijk deel van de huidige Dam, midden in de stad. Een noordelijke zijtak van deze kreek ontstond vermoedelijk door een stormvloed. Deze werd aanvankelijk afgesloten met de Sint Anthoniesdam. In deze dam bevond zich een getijdemolen, die in 1220 wordt genoemd en geldt als de oudste vermelding van een watermolen in Nederland. De straatnaam Watermolen herinnert nog aan deze plek. In een latere fase werd ook deze zijtak verder naar het zuiden gedempt, bij het noordelijk deel van de Dam.

STADSRECHTEN

Rond het midden van de 12e eeuw begon men met de bouw van een nieuwe kerk in de vorm van een romaanse basiliek. In dezelfde periode maakte de nederzetting een sterke groei door. Tegenover de kerk werd een kasteel gebouwd, dat volgens kroniekschrijvers gesticht zou zijn door de Vlaamse graaf Boudewijn V en in 1048 in handen kwam van de Hollandse graaf. Dit onderstreept het strategische belang van Zierikzee en omgeving, die door het Hollandse gravenhuis tot hun territorium werden gerekend.

Volgens dezelfde bronnen werd Zierikzee in 1205 door de Vlamingen belegerd. Als dit klopt, moet de plaats toen al over verdedigingswerken hebben beschikt. Kort daarna verleende de graaf stadsrechten aan de nederzetting. De oorspronkelijke stadskeur is verloren gegaan, maar vaststaat dat dit tussen 1217 en 1222 gebeurde. Op 11 maart 1248 werden de stadsrechten door Rooms-koning Willem II vernieuwd en uitgebreid. Deze privileges droegen sterk bij aan de verdere groei van de stad. In de loop van de 13e eeuw wordt Zierikzee onder meer genoemd met een gasthuis en een vleeshal, wat wijst op een zich ontwikkelende stedelijke samenleving.

KLOOSTERS
In de loop van de middeleeuwen vestigden zich diverse kloosters en religieuze gemeenschappen in Zierikzee. De bedelorden waren vertegenwoordigd door de Minderbroeders, die zich in 1260 in de stad vestigden, en door de Predikheren, die in de jaren 1270 als eerste in Holland en Zeeland in Zierikzee kwamen. Al vóór 1256 was er een Begijnhof.
Van kortere duur waren het klooster van de Ekstebroeders in de 13e eeuw en het aan Sint Agatha gewijde klooster van de Bogarden, dat tussen 1470 en 1482 werd gesticht. De bezittingen daarvan gingen in 1483 over op de Cisterciënzers (Bernardieten), die zich vervolgens in de stad vestigden. Daarnaast hadden de Karmelieten een termijnhuis in Zierikzee.
Verder vestigden zich voor 1443 de Augustijner Servitinnen, ook wel Celle- of Zwarte Zusters genoemd, gevolgd door de Franciscaanse Tertiarissen (Grauwe Zusters) in 1490. Tot slot was er vanaf omstreeks 1430 het Driekoningenklooster, bewoond door ongeveer twintig nonnen. Ondanks hardnekkige overleveringen hebben Johannieters en Tempelieren zich nooit in Zierikzee gevestigd.

artikel geplaatst: 23-08-2010

laatst bijgewerkt: 08-02-2026