DE WILDEMAN (thans Hotel ’t Poortuus)

Links van het karakteristieke vrijpoortje staat het pand “de Wildeman” aan het Havenplein 25. Het pand bestaat uit een voor- en achterhuis. Van het voorhuis is achterhaald dat het in 1450 al bewoond werd. In 1600 is het buurpand erbij betrokken. De bewoners van het huis (vroeger A 327) zijn te vinden via het bevolkingsregister, dat openbaar is van 1809 tot 1938 en het boek “De Vroedschap van Zierikzee van de tweede helft der 16de eeuw tot 1795” van oud-stadsarchivaris P.D. de Vos. De eerst genoteerde eigenaar van het pand naast het Vrijslop (zoals het Vrijpoortje vroeger heette)  was in de 16de eeuw Pieter Witte Jacobszn. (schepen en burgemeester van Zierikzee). Hij kocht het grote huis aan de haven op 22 augustus 1512. In de overdrachtsakte treffen we de naam van het huis aan. “De Wildeman”. Het lijkt een eigenaardige naam, maar in die tijd was het in om je huis naar een mytische figuur te noemen. Een Wildeman werd als een beschermer beschouwd. Deze heren werden bijna naakt afgebeeld, gewapend met een knots. Wildemannen worden ook afgebeeld op de stadswapens van Veere, Bergen op Zoom, ‘s-Hertogenbosch en het land Denemarken.

Na Pieter Witte Jacobszn. werd het huis bewoond door Lieven Cornelisz. de Wale (1509-1579) Hij was raad, schepen, weesmeester, plaatwachter en accijsenaar. Op 9 november 1643 verleende de Zierikzeese stadsraad vergunning aan Pieter Gerritse van der Port en wijnsteker Pieter Remeussche om hun huizen te verbinden via een overwelving van het daartussen liggende Vrijslop. De ruimte in de overwelving ging bij het huis van Van der Port horen. Pieter van der Port (1612-1657) handelde in wijn en bier en was keurmeester van meekrap en deken der `oude schutters`. Waarschijnlijk was de opvolger in het huis A 327 mr. Hubertus Boeije, een afstammeling van een oude Zierikzees regentengeslacht. Boeije was Raad, Thesaurier, weesmeester, regent armenhuis en commissaris der dijkage van Dreischor. Vanaf 24 september 1769 treffen wij hier mr. Daniel van der Haer aan. Hij was raad, schepen, burgemeester, pensionaris honorair rentmeester der rentenieren, secretaris der weeskamer, secretaris der thesaurieren en overdeken van het kuipersgilde. De achttiende eeuw was politiek heel onrustig. In 1747 was er al een oproer in Zierikzee, maar het oproer van 1787 overtrof deze in hevigheid. Orangisten en Patriotten (resp. prinsgezinden en tegenstanders van het huis van Oranje) bevochten elkaar. Op 24 september 1787 werden de huizen van leden van de stadsregering en van mensen waarvan bekend was dat zij het patriottische gedachtegoed aanhingen geplunderd -geheel of gedeeltelijk- of ruiten stukgeslagen. Het was chaos in de stad, meubilair en alles wat los en vast zat werd kapotgeslagen en onder luid gejuich in de Oude Haven geworpen. Winkels werden leeggeroofd, linnen en kleren meegenomen en doorverkocht. Twee boekwinkels, die ook patriottische lectuur verkochtten, werden vernield. De boeken werden op de grond gesmeten en met inkt overgoten. Dat ging sneller dan verscheuren. Pas toen de regering toegaf en instemde met bestuurswijzigingen stopte men met plunderen. In het geheel waren er 116 huizen beschadigd, waaronder Van der Haer´s woonhuis, dat tot de hevigst getroffen categorie behoorde. Van der Haer werd afgezet als burgemeester en verhuisde met zijn echtgenote naar ´s-Gravenhage.

Het bevolkingsregister start in 1807 en dan staat er op dit adres Robert Carel Ermerins genoteerd. Ermerins was medicinea doctor van beroep en was lange tijd president van de plaatselijke Commissie voor Geneeskundig Toe(ver)zicht. Mogelijk heeft Ermerins in 1833 het huis met een lijstgevel voorzien, want toen heeft er, volgens kadastrale gegevens, een verbouwing plaatsgevonden.

Na Ermerins werd het pand bewoond door Hendrik Marinus de Bruijn de Neve Moll (1813-1898), rector van de Latijnse School. Na diens dood bleef het pand in de familie, als stond het op naam van zijn vrouw, de hoofdbewoner was mr. Bonifacius Christiaan Cau. Cau was getrouwd met Wilhelmina Johanna Ermerins, jongste dochter van Robert Carel Ermerins. Cau was voorzitter van het Waterschap. Pas rond 1860 werd het in Zierikzee verplicht  om een vergunning aan te vragen als je je huis wilde laten verbouwen. Dat gold toen nog niet voor de dorpen. De aanvragen zelf en de antwoorden werden bewaard. De bouwtekeningen (als die er zijn geweest)  werden weggegooid. Vreselijk jammer, want op die aanvrage werd maar heel summier aangegeven wat de plannen waren. De erven van mr. B.C. Cau hebben in 1882 het een en ander laten verbouwen aan het huis. Namens hen vroeg metselaar J. van de Linde op 27 mei 1882 `toestemming tot het gedeeltelijk afbreken en vebouwen van het huis A 327, bestaande  uit het vernieuwen eener muur, grenzend aan het Vrijslop`. Drie dagen later(!) stuurde de gemeentebouwmeester Matthieu Couvée het positieve antwoord naar de aanvrager, `waarbij is bepaald dat de nieuwe muur eene dikte zal verkrijgen van minstens 33 centimeter en eene hoogte van twee en een halve meter`

Nadat het echtpaar Cau-Ermerins was overleden kwam in oktober 1883 vanuit Utrecht mr. Johan Francois van der Lek de Clerq met zijn gezin in het huis wonen. Waarschijnlijk huurde hij het, want zijn naam komt bij de kadastrale gegevens niet voor.. Zijn beroep was advocaat en gemeentesecretaris. Hij was ambachtsheer van Renesse en Stavenisse. Op 5 oktober 1890 vertrok het gezin naar Rotterdam.

Op 18 maart 1891 trok metselaar Van der Linde weer aan de bel bij de gemeente. Deze keer was het het plaatsen van een nieuw kozijn in de voorgeven van het bijgebouw (de overwelving).

Per 1 november 1913 betrok Johan Pieter Cau zijn ouderlijke woning samen met zijn vrouw. Cau was president van de arrrondissementsrechtbank aan het Havenpark 33. Na Cau werd de woning eind 1919 bewoond door Adriaan Cornelis de Oude. Hij was medeoprichter van de kunstmestfabriek E.N.C.K in Vlaardingen en lid van het dagelijksbestuur van de Verenigde Suikerfabrieken in Dinteloord. In 1942 werd het huis door hem verkocht. In die tijd zocht de gemenete ruimte in de stad om er een eilandelijk hoofdkwartier voor de Marechaussee in te vestigen. Het pand Havenplein 25 was vanwege zijn omvang heel geschikt voor dit doel. De Marechaussees kwamen allen van elders en hadden elk een slaapkamertje in het huis. Hun hoofd, commissaris Haverhoek, woonde met zijn gezin een paar huizen verderop, waar nu schoenwinkel Verton is gevestigd. Na de Tweede Wereldoorlog kwam het pand leeg te staan.

Na korte tijd (1949) werd er een rusthuis voor bejaarden in gevestigd, dat de naam `Havenoord` droeg. Officieel luidde de benaming `het Nederduitsch Hervormd Diaconie Armbestuur te Zierikzee`. De directrice heette Elisabeth Sies. Het aantal bewoners lag ergens tussen de 20 en de 25. De hulpprediker van de Rechtzinnig Hervormde gemeente, Henk Bakker, vond er ook onderdak. Dat er kleine kamertjes in waren gemaakt voor de Marechaussee, was een voordeel voor de verbouwing. Toch werd het behoorlijk vernieuwd, volgens de kadastrale gegevens. Slechts enkele jaren heeft het gebouw ouderen gehuisvest, want de ramp van 1953 sloeg hard toe op het eiland. De overwelving stortte in, samen met het belendend pand `de Witte Swaen`. Een wonder dat er geen  bewoner bij omkwam. Allemaal moesten ze evacueren, net als het grootste deel van de eilanders. Ze kwamen in Den Haag terecht. Na hun terugkomst werden ze in rusthuis `Irene` ondergebracht, dat er vlak achter stond, aan de Hoge Molenstraat. Havenpark 25 huisvestte nadien nog enkele particulieren, totdat hun eigen wonig weer bewoonbaar was. De jaren van wederopbouw braken aan. Heel even werd de Marechaussee weer tot leven geroepen, en vorderde Haverhoek het gebouw. Een paar weken later ging `Dienst Dijkherstel` vanuit het huis opereren. Later kreeg de dienst een eigen onderkomen aan de Van Veenlaan.

In 1961 kreeg het pand een geheel andere bestemming. De `Bata` vestigde er een schoenwinkel in. Weer werd het pand verbouwd en nu als winkelpand ingericht. De winkelruimte aan het Havenplein en het Magazijn erachter. Bedrijfsleider W.H.J.M. van Hout en zijn vrouw woonden er boven. In die tijd is er veel vernield aan oude elementen van het pand. Zo zijn er onder andere vier van de vijf keldergewelven gesloopt om de vloer te kunnen verlagen. Gelukkig bleef er één bewaard, die na de laatste verbouwing (2006-2007) in ere is hersteld en thans in gebruik is als een klein haute cuisine restaurant.

Tussen 1992 en 1996 werd `de Wildeman` verhuurd aan Theo Raayen. Het pand was inmiddels eigendom van de heer Wolffensperger, een vastgoedonwikkelaar uit Laren (NH). Raayen verkocht prachtig behang en alle mogelijke kleuren verf. Tussen 2001 en 2004 werd het pand verhuurd aan Emely Geuze, waarin Emely´s Home Fair gevestigd was.

Daarna kochten en bewoonden Jo en Henriette Meerdink het enorme pand. Meer dan lang genoeg om te bedenken welke mogelijkheden het gebouw biedt voor een grand café en hotel. In 2006 werd begonnen met de enorme verbouwing. Voor dit karwei heeft Meerdink de Zierikzeese restauratie-architect Pieter van Traa van bureau De Steunbeer aangetrokken, die gespecialiseerd is in dergelijke verbouwingen. De entree, en tevens Grand Café liggen aan het Havenplein. Deze ruimte is ongeveer 4.50 meter hoog en heeft een uitermate sfeervolle Engelse uitstraling. Het oude, hoge balken plafond is intact en zichtbaar gemaakt.

In het achterhuis is het restaurantgedeelte met uitzicht op de stadstuin. Hier zijn de resten van het circa honderd jaar oude, beschilderde plafond het uitgangspunt geweest. Ook dit hoge plafond is in stijl gerestaureerd. Onder het restaurant, aan de tuin, liggen de kelder en het enig ovegebleven gewelf. In de kelder werd in de zeventiende en achttiende eeuw gekookt voor de heer en vrouw des huizes. In de kelder kunnen gasten nu loungen en in het gewelf is een klein haute-cuisine restaurant gevestigd.

In de ommuurde stadstuin kunnen de gasten zich met mooi weer rustig verpozen. De monumentale rode beuk van meer dan 125 jaar oud met een stamomvang van ruim drie meter is eind 2006 helaas verwijderd omdat deze van binnen geheel rot was.

De ingang van het hotel is aan het Vrijpoortje, de kamers liggen op de eerste en zolderverdieping. In het trapportaal is nog te zien dat het voor- en achterhuis in het verleden gescheiden en weer met elkaar verbonden waren, afhankelijk van de vroegere eigenaren. Op de eerste verdieping liggen aan de voorkant drie kamers en de toegang tot de bruidsuite (boven het Vrijpoortje). Aan de achterzijde liggen twee kamers. De voorzolder heeft een prachtig houten balkconstructie met opvallende kruisspanten. De kamers hebben geen nummers, maar namen als Oosterschelde en Grevelingen. Alles gebaseerd op ´t Getij…

Op 28 maart 2007 werd het Hotel Café Restaurant ´t Getij officieel geopend.

 

Meer informatie:  Hotel Grand Café ’t Poortuus

 

Tekst: Betty Blikman-Ruiterkamp

(foto’s: resp. Zierikzee-monumentenstad; Gemeente en ’t Getij)