Jhr. mr. Willem Maurits de Brauw (1772-1841)

De inhuldiging van Willem Alexander op 30 april 2013 als onze nieuwe koning heeft diepe indruk gemaakt. In ons land is ons koningshuis een constante factor en laten we dat zo houden. Tradities spelen daarin een grote rol en de inhuldiging heeft dat opnieuw gedemonstreerd. Bij zijn inhuldiging heeft Willem Alexander trouw beloofd aan de grondwet. Voor de eerste keer gebeurde dat op 30 maart 1814. De dag ervoor had een vergadering van notabelen hun goedkeuring gehecht aan het ontwerp. Ook die plechtigheid vond plaats in de Nieuwe Kerk te Amsterdam toen Willem I de nieuwe grondwet plechtig beëdigde. 

Tot degenen die deze vergadering van notabelen, die eveneens in de Nieuwe Kerk werd gehouden, bijwoonden, behoorden drie Zierikzeeënaars: mr. Willem Maurits de Brauw, mr. Willem Adriaan de Jonge en mr. Johan Schuurbeque Boeije. Zij behoorden tot de selecte groep van 600 notabelen waarvan er 474 kwamen opdagen. De vergadering begon met toespraken van prins Willem I en de minister van justitie, mr. C.F. van Maanen. De laatste zette de uitgangspunten van de grondwet uiteen. Gelegenheid voor debat werd niet gegeven. 448 notabelen, onder wie de drie Zierikzeeënaren stemden voor, 26 tegen. Nog diezelfde dag werd onze eerste grondwet afgekondigd.

Een van het driemanschap was Willem Maurits de Brauw. Zijn aanwijzing was terecht. Hij had zich onafhankelijk opgesteld tijdens de voorafgaande, moeilijke jaren en genoot daarom groot vertrouwen onder de Zierikzeese burgerij. De Brauw had een actief aandeel gehad in het verdwijnen van de Fransen in 1813.

Willem Maurits was geboren in Hulst. Zijn vader, Cornelis de Brauw, was militair en eindigde zijn loopbaan als luitenant-generaal van Zeeland. Zijn broer, Daniel Maurits de Brauw, was raad, schepen en burgemeester van de stad. Hij zal degene zijn geweest die de weg naar de regeringskussens opende voor zijn twee neefjes Daniël en Willem Maurits. Daniel de Brauw werd in 1788 raad van de stad en later was hij schepen en secretaris van het Landrecht. In 1792 werd hij militair. Zijn vertrek uit Zierikzee opende de mogelijkheid voor zijn broer om lid te worden van het stadsbestuur. In 1793 werd Willem Maurits raad en een jaar later schepen. Zijn bestuurlijke loopbaan was kort want als gevolg van de omwenteling in 1795 moest hij zijn ambten neerleggen.

In 1799 week Willem Maurits de Brauw uit naar Duitsland om zich te voegen bij de Oranjeaanhangers. Hij werd cadet-sergeant bij de Hollandse brigade in Engeland. Al snel hield hij het voor gezien want in 1802 keerde De Brauw weer terug naar Zierikzee. Een jaar later werd hij opnieuw benoemd tot schepen van de stad. Kort daarop, in 1804, werd Willem Maurits rentmeester van de geestelijke goederen op Schouwen-Duiveland. Vier jaar later werd hij weer opgenomen in de Zierikzeese vroedschap. Na de inlijving van ons land bij het Franse keizerrijk werd De Brauw de eerste ontvanger der registratie en domeinen en hypotheekbewaarder. Tegelijkertijd werd hij rechter in de Rechtbank van Eerste Aanleg, later arrondissementsrechtbank genoemd. Na de verdwijning van de Fransen, verliet Willem Maurits de stad met zijn gezin omdat hij promotie had gemaakt. Hij werd in Middelburg directeur van de registratie en domeinen in Zeeland. In 1824 werd hij in Den Haag directeur van de Staatsloterij, een functie die De Brauw tot zijn overlijden vervulde. In 1839 werd hij met zijn wettige nakomelingen in de adelstand verheven. Zijn gelijknamige kleinzoon was minister en later Commissaris des Konings in Zeeland. (foto: Collectie gemeentearchief Schouwen-Duiveland nummer: SP 0088) 

 

(tekst: Huib Uil, archivaris gemeente Schouwen-Duiveland)