VLIEDBERG

Het binnenland was in het begin van onze jaartelling veenachtig. Op dat

veen heeft zich tussen 300 en 800 na Christus zanderige grond met een toplaag van zeeklei van 20 tot 30 cm afgezet, die de basis vormt van de tegenwoordige welvaart. Die klei is de neerslag van veelvuldige overstromingen. Het was een schorren landschap doorsneden door kreken, die bij vloed volliepen. Enkele natuurlijke verheffingen in de bodem gaven veiligheid bij hoog water. Later wierp men kunstmatige heuveltjes op, de zogenaamde Vliedbergen. Deze heuveltjes waren echter te klein om te beboeren of te bewonen. In de loop van de tijd werden deze vliedbergen gebruikt als “motten”; lokale verdedigingswerken van de ambachtsheer, met houten verdedigingstorens, palissades en doornstruiken.

Op Schouwen-Duiveland moeten er tenminste 32 geweest zijn. Nu bestaan er nog 2 die aan de egaliserende ruilverkaveling zijn ontsnapt. Eén bij Elkerzee en één ten noorden van Zierikzee (foto), aan de Heuvelsweg nabij de kruising met de Oudeweg. (foto: Zierikzee-Monumentenstad)