VERANDEREND STADSBEELD

 

De grote industriële ontwikkelingen gingen Zierikzee goeddeels voorbij. Stonden elders de poorten in de weg voor het verkeer, in Zierikzee was dat nauwelijks het geval. Daarom bleven de 3 grote stadspoorten bespaard. Daarentegen werden de 3 kleine gesloopt, de Westpoort en de Zuidwellepoort in 1842 en de Hoofdpoort in 1869. De stadsmuren werden in 1849 eveneens gesloopt en voor een klein deel veranderd in plantsoen. Bij deze verliezen valt in het niet de catastrofe als gevolg van de brand van de Grote of Sint Lievensmonsterkerk in 1832. Hoewel het herstel mogelijk was, werd besloten tot afbraak. In 1845 kwam de Nieuwe Kerk gereed. Een nieuwe aanwinst, die het verlies van het oude niet kon vergoeden. De haven, vroeger zorgvuldig gekoesterd, werd nu als hindernis ervaren. De hoge kosten verbonden aan het onderhoud van de kaden was de belangrijkste reden om in 1871 en 1872 het deel van de Oude Haven vanaf de Gasthuiskerk met het aansluitende water tot de gracht te dempen. Hierdoor ontstond het Havenplein. in 1891 volgde het tweede deel waarop een parkje werd aangelegd. Daardoor verloor Zierikzee 2 karakteristieke bruggen: de Stenen of Brede Brug tegenover de Gasthuiskerk en de ophaalbrug bij het Kraanplein. Gelukkig bleef het resterende deel van de Oude Haven behouden, sinds 1992 bekend als Museumhaven. Oude scheepstypes geven ons een indruk welk fraai gezicht de haven in vroeger dagen te zien moet hebben gegeven. Ook aan de Nieuw Haven werd het stil. De koopvaardijschepen meden Zierikzee steeds meer. Daarentegen bleef voor de binnenvaart een belangrijke rol weggelegd. Zelfs kwam hier weer een kleine vissersvloot. Op initiatief van het raadslid en later burgemeester mr. A.J.F. Fokker vestigde zich in 1912 vanuit Tholen de 3 gebroeders Schot als mosselvissers. Later volgden andere families, vooral uit Zeeuws-Vlaanderen. Op politiek gebied vierde het liberalisme hoogtij. Schouwen-Duiveland vormde samen met Goeree-Overflakee één kiesdistrict. Steevast werd een liberaal naar de Tweede Kamer afgevaardigd, met uitzondering van 1901 toen een Anti-Revolutionair werd gekozen. Aanleiding daarvoor was de keuze van een protectionistsch beleid. Al eerder, in 1890, was een anti-revolutionaire burgemeester benoemd in de persoon van Ch. W. Vermeys. Tot de invoering van het algemeen kiesrecht bleven de liberalen in de meerderheid. Het vervoer werd beter en sneller door de stoomboten, die in de vaart kwamen. Vanaf 1847 voer een stoomboot van en naar Rotterdam en vanaf 1865 kreeg Zierikzee zo´n veerdienst met Middelburg. Een telegraaflijn werd in 1860 gelegd. In 1900 werd de tramlijn Steenbergen – Anna Jacobapolder en Zijpe – Zierikzee – Brouwershaven geopend, die in 1915 en 1916 werd verlengd tot Burgh. Bij Zijpe kon worden overgestapt op de boot naar Rotterdam. Ook op andere terreinen werd de moderne tijd zichtbaar. In 1869 werd een Hogere Burgerschool opgericht, daarentegen wrd de Latijnse school in 1880 gesloten. Uit deze H.B.S. is de Regionale Scholengemeenschap voortgekomen, die genoemd werd naar de bekendste leerling: de Nobelprijswinnaar Pieter Zeeman. In 1881 werd een ambachtsschool gesticht, voorloper van de Scholengemeenschap Schouwen-Duiveland. Elektriciteit kreeg Zierikzee in 1920 en de aansluiting op het waterleidingnet werd in 1930 verwezelijkt. Zierikzee moest ook verliezen incasseren. Zo werd de Arrondissementsrechtbank in 1923 opgeheven. Behouden bleef destijds het kantongerecht. Op economisch gebied verdwenen de sigarenmakerijen, die tot in de eerste helft van de 20e eeuw velen werk verschaften. Daar stond tegenover de oprichting van “Zeelandia” door H.J. Doeleman in 1900. Deze fabriek voor bakkerijgrondstoffen is uitgegroeid tot een internationaal concern en één van de pijlers van het huidige bedrijfsleven in Zierikzee. Het fabriekje waar alles begon is nog aanwezig. Het staat in de Witte IJestraat en herbergt nu het Bakkerijmuseum “Om den Broode“.

 

bron: Zierikzee Monumentenstad aan de Schelde, tekst H. Uil