Zierikzees volkslied

 

ZIERIKZEES VOLKSLIED ♫

 

Wij houden van ons stadje,
ons dierbaar Zierikzee; 
En wie het mocht kleineren,
wij doen daaraan niet mee.
Al is ’t geen ville lumière,
geen Londen of Berlijn,
geen Amsterdam of Brussel,
het mag er toch wel zijn.

 

Wij pronken met de toren,
in ’t ganse land bekend; 
Die spreekt tot alle tijden,
van Keldermans’ talent.
De beide Havenpoorten,
’t Stadhuis, de Kleine Kerk,
zijn onze trots en glorie,
als machtig mensenwerk.

 

Wij houden van ons stadje,
ons dierbaar Zierikzee; 
Wij leven er gelukkig,
het ademt rust en vree.
De vreemde, die zich aanmeldt,
dien haalt men blijde in;
Wordt daad’lijk opgenomen,
als lid van ’t groot gezin.

 

Wij leven er als buren,
elk kent hier iedereen; 
Elk mens heeft er zijn vrienden,
verlaten is er geen.
Is er verschil van inzicht,
het deert den vrede niet;
Wij gunnen gaarne ruimte,
aan hem die ’t anders ziet.

 

Wij houden van ons stadje,
van onze Schouwse grond; 
De kleine oude vesting,
waar onze wieg eens stond.
Wij blijven er voor strijden,
zolang onz’ adem gaat;
Wij hopen er te rusten,
als eens ons sterfuur slaat!

 

(tekstschrijver onbekend)