Tweede Wereldoorlog (WOII)

Zierikzee 1940 1945 boek L.A. Verburg

Veel is er geschreven over de geschiedenis van Zierikzee. Prachtige geschriften van gemeente-archivarissen welke graag worden gelezen. Over de jaren 1940 – 1945 is niet zoveel geschreven. Nadat er al enkele maanden na de bevrijding waren verstreken ontdekte de heer L.A. Verburg, destijds werkzaam bij de gemeentesecretarie van Zierikzee, dat niets er op wees dat de voornaamste gebeurtenissen, van het tijdstip waarop in 1940 de oorlog uitbrak tot en met de bevrijding in 1945, die in Zierikzee hadden plaatsgevonden, werden verzameld en in de vorm van een boekwerk zouden worden uitgegeven. Daarom heeft hij op 19 oktober 1945 een overzicht gemaakt van de vele gebeurtenissen die in bovengenoemd tijdvak plaats hadden en vastgelegd in het boekwerk “Zierikzee tijdens de oorlogsjaren 1940-1945”. Een indrukwekkend document, waarin Verburg de hoop uitsprak dat deze samenvatting, ook in later jaren, nog door velen zal worden gelezen, opdat ook de geschiedenis van Zierikzee over de jaren 1940 tot 1945 nimmer vergeten zal worden.

Donderdag, 9 mei 1940

Donderdagavond tijdens de schemer, vliegt een groot transportvliegtuig over Zierikzee in de richting N.O. – Z.W. De 9e Mei was een prachtige zonnige dag, waardoor velen die die avond nog een wandeling maakten, het vliegtuig moeten hebben gezien. Alhoewel menigeen gedacht zal hebben: “Typisch, nu komt er zo laat op de avond nog een vliegtuig over”, zal bij weinigen de gedachte opgekomen zijn, dat dat vliegtuig wel eens van een vreemde, cq. Duitse nationaliteit, geweest kon zijn. De inwoners van Zierikzee slaan echter geen acht op de late overkomst van deze “gemotoriseerde vogel” en een ieder begeeft zich zonder enige argwaan naar bed.

Vrijdag, 10 mei 1940

De volgende morgen, vrijdag 10 Mei, wordt men al vroeg gewekt door het gezoem van vliegtuigmotoren, hoog in de lucht. “Een oefening” denkt men. De oefening duurt echter voort en het geronk van de motoren neemt eerder toe dan af. Onwillekeurig stapt men het bed uit en kijkt eens naar de lucht. De mensen zien nu eenmaal graag vliegtuigen! Maar, alhoewel men het geronk van de motoren duidelijk kan waarnemen van vliegtuigen ziet men niets. Ze zijn zó hoog het luchtruim ingestegen dat ze voor het blote oog niet meer waarneembaar zijn. Intussen hebben enkele “vlugge” mensen zich aangekleed en de radio aangezet. Maar de schrik slaat hun om het hart, als zij horen, wat het geronk van de vliegtuigmotoren te betekenen heeft. “De Duitse troepen zijn de Nederlandse en Belgische grens overschreden. Nederland was door de Duitsers aangevallen”. Een ontstellend bericht. Vaak hebben we een dergelijke aanval verwacht, maar nu het werkelijkheid is, schijnt het toch een droom te zijn. “Nederland is in oorlog”. Onbegrijpelijk klinkt het. Maar het is de harde werkelijkheid. Onze dappere jongens aan de grenzen vechten tegen een verpletterende meerderheid, tegen de “Wehrmacht”.

Jhr.mr. Jacobus Schuurbeque Boeije 1940 1955 gemeentearchief SP 0553
Burgemeester Jhr.mr. Jacobus Schuurbeque Boeije 1940-1955 gemeentearchief SP 0553

Als een lopend vuurtje gaat het radiobericht door onze stad. Binnen enkele minuten weet iedere bewoner het: “Nederland in oorlog met Duitsland”. Maar we zijn niettemin vol goede moed! Onze soldaten zijn dapper; we weten het. Ons afweergeschut is doeltreffend. Onze waterlinie heeft al in vorige eeuwen bewezen een struikelblok voor de vijand te zijn. “Nee”, zo zegt men tot zichzelf en elkaar: “Dat zal de moffen niet meevallen”. Op het stadhuis zijn inmiddels de burgemeester, de secretaris P.F. Wittermans en het secretarie-personeel gearriveerd, wachtend op de dingen die thans zullen gaan gebeuren. Lang hoeft het wachten niet te duren. De ontvangst van een regeringstelegram doet de zogenaamde “Bekendmaking aan de burgerbevolking” aanplakken. Al enkele jaren liggen deze bekendmakingen in de blauwe geheime mappen opgeslagen in de “Mobilisatiekast”. De

“zegels” worden verbroken en de bevolking wordt officieel op de hoogte gebracht van het uitbreken van de oorlog. Onze regering had al lang met één en ander rekening gehouden en bereidde alles administratief zorgvuldig voor. Stap voor stap moest deze administratie -helaas- worden afgewerkt. Nu is echter een hoogtepunt bereikt: “Nederland is in oorlog met Duitsland”. De bevolking leest kalm en “vastberaden” de bekendmaking van de Ministerraad. Toch denken velen bij zichzelf: “Wat zal het worden?”. De burgemeester, Jhr. Mr. J. Schuurbeque Boeije (foto), is op dat punt ook niet al te optimistisch gestemd. Terwijl hij de trap van het polititiebureau oprent, zegt hij: “Nu is Nederland tot spoedige geestelijke en morele afbraak gedoemd”. (Welk een werkelijkheid werden zijn woorden!)

 

In de stad wordt het meer en meer onrustig. De mensen begeven zich in groepjes de straat op en bespreken de nieuw ingetreden toestand. Velen hebben een man, zoon of broer onder de wapenen, naar wie op dat moment de gedachten in bijzondere mate uitgaan. Een juffrouw, die ´s Zaterdagsmorgens haar wekelijkse kostwinnersvergoeding in ontvangst komt nemen, zegt met tranen in haar ogen: “Nu is het bloedgeld, mijnheer!”

Bureau van politie Meelstraat Zierikzee-Monumentenstad.nl
Voormalig Bureau van Politie Zierikzee aan de Meelstraat. (foto: Zierikzee-Monumentenstad.nl)

Omstreeks 09.00 uur wordt een aanvang gemaakt met het opbergen van N.S.B-ers en andere politiek verdachte personen. Met een luxe personenauto(!) wordt het merendeel opgehaald en voorlopig in verzekerde bewaring gesteld in het politiebureau aan de Meelstraat (foto). Vandaar worden zij kort daarop overgebracht naar het ´s-Gravensteen, om enkele dagen later vervoerd te worden naar Ellewoutsdijk (Zuid-Beveland). De Zierikzeese Burgerwacht maakt zich intussen ook “paraat” en in een kamertje bij de conciergewoning van het stadhuis ziet met de manschappen haastig enkele revolvers “in stelling brengen”. Op de gemeente-secretarie heeft men inmiddels de lijsten opgezocht, met namen van personen, die in geval van intreding van de oorlogstoestand, naar de gemeente Zierikzee zouden moeten evacueren. “Deze zullen nu ongetwijfeld spoedig arriveren”, zo denkt men op het gemeente-secretarie! Na enkele dagen wachten blijkt echter, dat van deze evacuatie niet veel terecht is gekomen. Er kome dan ook geen evacuees naar Zierikzee.

 

Terwijl in de stad de drukte nog steeds toeneemt en een groot gedeelte van de bevolking zich op straat heeft begeven, spreekt H.M. de Koningin voor de radio en doet de mededeling aan de Nederlandse bevolking van de ingetreden oorlogstoestand met Duitsland. Iedereen die destijds in Nederland verbleef, zal zich nog levendig kunnen herinneren, dat kort na het uitbreken van de oorlog door de radio de mededeling werd gedaan van het afwerpen van Duitse parachutisten uit vliegtuigen. Dit werkte op ieders zenuwen. We voelden dat ons leger in de rug werd aangevallen. Al spoedig wordt men ook opgeschrikt door allerlei geruchten, waarvan sommigen, helaas, wat later zou blijken, op waarheid hebben berust. Zo hoort men ook dat bij Kortgene (Noord-Beveland) parachutisten zijn afgeworpen. Later blijkt deze mededeling echter een vergissing te zijn. Dat één en ander inmiddels bij de bevolking van Zierikzee de nodige angst heeft gewekt, valt gemakkelijk te begrijpen.

Zo gaat de eerste dag van de oorlog, vrijdag 10 Mei 1940, voorbij. Slechts weinigen (misschien wel niemand) kunnen een behoorlijk overzicht krijgen van de werkelijke situatie, waarin het land verkeert.

Zaterdag, 11 mei 1940

Ook op zaterdag 11 Mei 1940 blijft de toestand ogenschijnlijk ongewijzigd. Men hoort vertellen, dat de eerste dag van de oorlog meer dan 100 Duitse vliegtuigen door onze luchtdoelartillerie zijn neergeschoten. Dit bericht heeft ons weer nieuwe moed, dat de Duitsers er niet gemakkelijk in zullen slagen ons land te overweldigen.

Zondag, 12 mei 1940

Eerste Pinksterdag. Het weer is, evenals de beide vorige dagen, bijzonder mooi. Maar wie let er deze dagen op het mooie weer en wie heeft er erg in dat het Pinksteren is? Men heeft slechts één gedachte: de oorlog. Met tussenpozen hoort men in de verte het oorlogsrumoer, waarschijnlijk exploderende bommen. Velen zien in één en ander al aanleiding om over te gaan tot het maken van schuilloopgraven, toen door velen schuilkelders genoemd. Zo verlopen er weer enige dagen en intussen doen honderden, misschien wel duizenden geruchten de ronde. Bijvoorbeeld: “Een autobus met vluchtende Hollandse militairen is door Duitse vliegtuigen aangevallen: bijna alle inzittenden werden gedood”. (Dit gerucht werd nimmer bevestigd)

Dinsdag, 14 mei 1940

Omstreeks dinsdag 14 Mei 1940 wordt bij Westenschouwen door het afweergeschut een Duits vliegtuig neergeschoten. De piloot, een onderofficier van ongeveer 21 jaar, wordt gevangen genomen en, na door de burgemeester van Zierikzee “verhoord” te zijn, in bewaring gesteld in één van de cellen in het politiebureau. De eerste Duitser (krijgsgevangene), die in Zierikzee gezien is!

Inmiddels neemt de spanning in de stad toe. De bevolking bemerkt meer en meer, dat de toestand van Nederland hachelijk is geworden. H.M. de Koningin en de regering verlaten het land en begeven zich naar Engeland. Velen denken: “De zaak is nu wel verloren”.

Woensdag, 15 mei 1940

De zwarte dag in de geschiedenis van Nederland. Via de radio wordt bekend gemaakt, dat het Nederlandse leger, teneinde verder bloedvergieten te voorkomen, de strijd heeft gestaakt; het heeft gecapituleerd! Een Hollandse officier, die juist op het politiebureau aanwezig is, hoort het radiobericht met gebogen hoofd aan, maar bij het het spelen van ons volkslied springt hij stram in de houding en zegt: “Maar wij vechten door!”

´s Avonds komt een omroeper door de stad en deelt mee, dat de Commandant van Zeeland bekend maakt, dat het bericht inzake de capitulatie vals is en de strijd in Zeeland wordt voortgezet. De bevolking weet niet waar ze aan toe is: door de radio officieel bekend gemaakt, dat de strijd is gestaakt; door de Commandant van Zeeland wordt meegedeeld, dat de strijd wordt voortgezet. Er wordt zelfs gedacht aan het nabootsen van de stem van de omroeper die op 10 Mei 1940 bekend was gemaakt als de “vertrouwde” stem. (Later blijkt, dat de Vesting Holland op 15 Mei 1940 capituleerde. Daarna werd in Zeeland nog enige dagen doorgevochten)

Donderdag, 16 mei 1940

Plotseling het gerucht, dat de Duitsers in Nieuwerkerk zijn! Mannen van de luchtbescherming rennen door de stad en waarschuwen de bevolking, dat zij zich binnenshuis moet begeven. Een ogenblik heerst en een paniekstemming, maar spoedig zijn bijna alle mensen van de straat verdwenen en wachten thuis de aankomst van de vijand af. Verschillende voorstellingen worden van de vijand gemaakt. Velen zien hem binnenkomen als een barbaar. (Zij blijken later terdege een goede kijk op de zaak gehad te hebben!) Maar donderdagavond verschijnen er geen Duitsers in Zierikzee, zodat de gemoederen weer wat tot rust komen.´s Nachts hoort men het geschut van een, naar men zegt Frans oorlogsschip, op de Oosterschelde, dat het waarschijnlijk op vijandelijke vliegtuigen geeft gemunt. Het is een angstaanjagend lawaai, terwijl men toch nog het gevoel heeft, dat men beschermd wordt. Het is als het gedicht “Lieven Heer van Zierikzee” van Tollens:

Wel lagen ginds, op de Oosterschelde,
De schepen van den Staat; 
Maar schoon men hulp en baat mogt wachten,
De dagen deden als de nachten:
Zij brachten hulp, noch baat.

Vrijdag, 17 mei 1940

Schepen in brand 10 mei 1940 Rykel ten Kate gemeentearchief KZN 1959
Schepen in brand (foto: Rykel ten Kate, gemeentearchief KZN 1959)

Al vroeg in de morgen worden de bewoners gewekt door het geknal van geweer- en mitrailleurschoten in de omgeving van de stad. Een ieder voelt zich wat angstig, maar men denkt: “De soldaten hebben zeker een bijzondere oefening”. Maar het schieten houdt aan en men ziet de Hollandse militairen door de straten sluipen. Intussen passen enkele manschappen van het Vrijwillig Landstormkorps Vaartuigendienst op de Nieuwe Haven de tactiek van de “verschroeide aarde” toe, door een aantal aldaar afgemeerd liggende schepen in brand te steken en tot zinken te brengen. Zwarte rookwolken stijgen hoog de lucht in. Het geweer- en mitrailleurvuur duurt inmiddels voort en men hoort nu zelfs het fluiten van kogels, welke over de stad vliegen. Al spoedig dringt het tot velen door dat er iets bijzonders gaande is en kort daarop hoort men dan ook, dat er Duitsers rond en zelfs in de stad zijn. Bewoners van de Oude Haven zien intussen Duitsers op motoren of lopend de stad binnenkomen. Maar de nog overvallen Hollandse militairen, die in feite niet voldoende op de hoogte zijn met de werkelijke situatie, weren zich dapper en vuren uit alle macht op de aanrukkende vijand.

Tijdelijk graf K.E. Diessl, Straatweg/Platteweg PJ Ochtman gemeentearchief O 0236
Tijdelijk graf Duits soldaat K.E. Diessl, Julianastraat/Platteweg (foto: P.J. Ochtman, gemeentearchief O 0236)

Van achter de pilaren in de Beuze (Beurs) beschieten zij de vijandelijke soldaten, die door de straat komen. Een op de hoek van het Visslop en het Havenplein verschijnende Duitse militair (de 28-jarige Karl Eduard Diessl uit Poschau, gefreiter (soldaat 1e klasse) bij de eerste compagnie van het 52-ste bataljon pionierstroepen) wordt neergeschoten en blijft dodelijk gewond liggen.

Helaas wordt ook een Hollandse militair, op de hoek van de Nieuwe Bogerdstraat – Nieuw Haven, dodelijk getroffen. Het is de soldaat (Finus) Levinus Daane, geboren op 30 Maart 1912, afkomstig uit Yerseke. Zijn naam zal in onze gedachten blijven voortleven, omdat hij viel bij de verdediging van onze stad en brengen wij hem dan ook alsnog vanaf deze plaats onze eerbiedige hulde. Ondanks het taaie verzet van onze soldaten blijkt het niet mogelijk te zijn de vijand tegen te houden en omstreeks 08.00 uur wordt het vuren gestaakt. Zierikzee is in Duitse handen!

 

(Noot: Nog dezelfde dag werd bovengenoemde Duitse soldaat Diessl begraven in de tuin van de familie C.D. Romeijn op de hoek van de Platteweg en de Provinciale Straatweg (thans Julianastraat).)

Uitrusting Duitse militairen op 't Luitje (foto: Rykel ten Kate, gemeentearchief RK 0173)
Uitrusting Duitse militairen op 't Luitje (foto: Rykel ten Kate, gemeentearchief RK 0173)

Spoedig ziet men overal groepjes Hollandse militairen aankomen met beide handen omhoog; ze zijn nu krijgsgevangenen. Ze worden allemaal naar “de Zelke” gebracht, vanwaar ze de volgende dag verder worden getransporteerd. Wat een droevige dag is de 17e Mei 1940 voor Zierikzee. Onze eigen soldaten zitten in krijgsgevangenschap, terwijl de vijandelijke militairen door de straten patrouilleren. Zij die dit alles hebben meegemaakt, zullen dit nooit meer vergeten. Zij kunnen zich ongetwijfeld nog gemakkelijk de boeventronies van de bezetters voor de geest halen. Vanuit de Stadhuistoren zien men ondertussen de Duitsers met motoren over de Westhavendijk rijden, terwijl zij het Havenhoofd ook “benaderen” vanaf de zeedijk bij Cashoek. De “bezetting” van het Havenhoofd kost echter niet veel moeite, aangezien de Hollandse militairen het al enige dagen daarvoor hebben verlaten. Zo is dan Zierikzee door de Duitse troepen bezet. 17 Mei 1940: een historische dag voor deze stad.

uitse militairen 't Luitje Rykel ten Kate, gemeentearchief RK 0174
Duitse militairen op 't Luitje (foto: Rykel ten Kate, gemeentearchief RK 0174)

Menigeen vraagt zich af: “Welke toekomst gaan we nu tegemoet? Hoelang zal deze bezetting duren?” enz. De vijandelijke commandant wil zich inmiddels verzekeren van de orde en rust in de stad en laat bekend maken, dat, in geval van verstoring van de openbare orde, de stad aan verschillende zijnden in brand geschoten zal worden! (Een fraai en bemoedigend begin!) Gebruikmakend van de nog overal in de stad heersende verwarring, weet deze schrijver (L.A. Verburg) via zijn, in Colijnsplaat wonende ouders, telefonisch aan de Hollandse militairen op Noord-Beveland mee te delen dat Zierikzee door de vijand is bezet. Het blijkt dat deze militairen met een Duitse bezetting van Schouwen en Duiveland op dat ogenblik nog geen rekening houden, aangezien zij aan de echtheid van het telefonisch bericht twijfelen. Zij geven in verband hiermee bevel aan een in Colijnsplaat geëvacueerde schipper uit Yerseke, om onmiddellijk met zijn schip enkele in burger gekleede militairen naar Zierikzee te brengen, voorzien van een witte vlag. In Zierikzee aangekomen, komen de soldaten natuurlijk tot de ontdekking, dat ze deze keer met geen gerucht te doen hebben. Zij weten zich de volgende dag echter via Zijpe en Zuid-Beveland bij de in Colijnsplaat gelegerde troepen te voegen. Tot ontzetting van velen blijkt men in het gevangenkamp in Ellewoutsdijk geen kans meer gezien te hebben de aldaar geïnterneerde N.S.B.-ers enz. verder te vervoeren, zodat deze bij aankomst van de Duitsers op vrije voeten worden gesteld. Het duurt dan ook niet lang of Ilcken en zijn kornuiten keren in Zierikzee terug. Voor de stad Zierikzee is nu een tijdperk afgesloten en een nieuw vangt aan; een tijdperk van onderdrukking door de vijand en zijn handlangers, maar ook een tijdperk van fier en moedig verzet. Wel gebogen, maar niet gebroken!

Dinsdag, 11 juni 1940

Het eerste proces-verbaal inzake verzet tegenover de vijand wordt opgemaakt, namelijk tegen Jacob Stoutjesdijk, Scheepstimmerdijk, wegens “belediging” van Anthonie Olree uit Ouwerkerk. Stoutjesdijk scheldt Olree uit voor “landverrader”.

Dinsdag, 16 juli 1940

De Duitse luitenant Leopold laat bekend maken dat het publiek de verkeersregels erg slecht in acht neemt. (“Nur in der Heimat ist alles gut!”).

Woensdag, 31 juli 1940

Door een Engels vliegtuig worden bommen geworpen in het Havenkanaal. Bij het tot ontploffing brengen van de bommen springen verschillende ruiten, terwijl enkele daken van woningen worden beschadigd.

Woensdag, 8 januari 1941

Bij de Westbrug worden Duitse borden door “onbekende daders” onleesbaar gemaakt.

Maandag, 3 februari 1941

C.L. van Tiggelhoven, J.B. Buijze en J.F. Arnold worden in arrest gesteld op last van de “Ortskommandant”, omdat zij met Duitse matrozen gevochten hebben.

Vrijdag, 4 april 1941

Op last van de Sicherheitspolizei wordt het Padvindersgebouw (voor meisjes) aan de Meelstraat en dat (voor jongens) aan het Kerkhof Zuidzijde verzegeld.

Zaterdag, 5 april 1941

Door de W.A. wordt een mars door de straten van Zierikzee gemaakt. Mensen, die tijdens het passeren van de “troep” hun rug naar de W.A. keren, worden gegrepen en omgedraaid.

Zondag, 4 mei 1941

A. Flikweert, lid van de W.A., gooit C. Linders van een ladder, terwijl deze N.S.B.-biljetten verwijdert van de woning van H. van Geesbergen.

Zondag, 25 mei 1941

Op last van de Sicherheitspolizei worden de volgende personen in arrest gesteld:

  – P.A.E. Holty,

  – C.A. Kohschulte en

  – R.J. van Nieuwland,

allen wonend in Zierikzee. Reden van de arrestatie: Betrokkenen hebben tijdens een filmjournaal, toen Mussert op het doek verscheen, “bal gehakt” geroepen.

Woensdag, 20 augustus 1941

Op last van de Ortskommandant worden in arrest gesteld: J. Bom, Joh. van Klinken, C.A. Visser en C.A. Lievense, allen wonend in Nieuwerkerk. Deze personenhebben op een aanplakbiljet de letter “V” geschrapt uit het woord  “Vliegers”, zodat er daarna stond te lezen: “Generaal der liegers”.

Dinsdag, 30 september 1941

De Sicherheitspolizei deelt mee, dat in de Oudeweg een kabel van de Duitse Wehrmacht is doorgesneden. Sabotage! In verband hiermee wordt uit burgers een verplichte bewakingsdienst ingesteld. Later blijkt, dat de kabel met een eg onopzettelijk is doorgesneden door L. Snijders uit Zierikzee.

Dinsdag, 24 maart 1942

De volgende joodse stadsgenoten worden door de bezetter weggevoerd:

  – D. Dreyfuss,

  – F.L. van Dijk, 

  – I. van Dijk,

  – J. van Dijk, 

  – J.V. van Dijk,

  – R. van Dijk, 

  – A.S. Frenk,

  – B. Frenk,

  – C. Heuman, 

  – L. Heuman,

  – L. Heuman,

  – E.L. Israëls,

  – B. Labzowki,

  – R. Labzowki,

  – A. Spalter,

  – R. Spalter,

  – A. Wilkes,

  – A.A. Wilkes,

  – B.R. Wilkes,

  – I.A. Wilkes,

  – S. Wilkes.

Maandag, 4 mei 1942

De volgende gijzelaars worden gearresteerd en weggevoerd:

  – G. de Puit, op last van de bezetter ontslagen hoofdagent van politie;

  – R. Gerritsen, ontvanger der registratie en domeinen en

  – Mr. W. Nieuwenhuijsen, advocaat in Zierikzee.

Zaterdag, 11 juli 1942

De volgende gijzelaars worden door Duitsers in burger gearresteerd en weggevoerd naar Haren (via het “Oranjehotel” te Scheveningen):

  – J.J. van den Ende, notaris;

  – J.E. van den Broek;

  – F.L. Timmerman;

  – Jhr.P.H. Verspyck, arts; en

  – C. van der Vliet,

allen wonende in Zierikzee.

Maandag, 12 april 1943

Havenhoofd duise militairem mei 1940 foto Rykel ten Kate RK 0176 gemeentearchief Schouwen-Duiveland
Westhavenhoofd Duise militairem, mei 1940. (foto: Rykel ten Kate, gemeentearchief Schouwen-Duiveland no. RK 0176)

Op last van de Duitse Wehrmacht wordt ´s morgens begonnen met het afbreken van het huisje op het Westhavenhoofd. Na 3 dagen is de afbraak voltooid.

Donderdag, 15 april 1943

De klokken in de beide torentjes van de Kleine Kerk worden verwijderd.

Vrijdag, 16 april 1943

Zuidhavenpoort 1930-1940 foto ZM 1940, gemeentearchief Schouwen-Duiveland
Zuidhavenpoort 1930-1940. (foto: Gemeentearchief Schouwen-Duiveland, no. ZM 1940)

De klokken in de Zuidhavenpoort worden verwijderd.

Dinsdag, 11 mei 1943

Er wordt begonnen met het verwijderen van het carillon uit de Stadhuistoren. De volgende morgen, 12 Mei 1943, zijn alle klokken uit de beugels genomen. Donderdag 13 Mei 1943 staan ze op de begane grond, gereed om te worden weggevoerd. (Terwijl Verburg dit opschreef werd bekend gemaakt dat vrijwel alle klokken, die door de Duitsers werden weggevoerd, gespaard zijn gebleven en naar Zierikzee teruggebracht zullen worden.).

Vrijdag, 14 mei 1943

Er wordt bekend gemaakt, dat alle radiotoestellen ingeleverd moeten worden.

Donderdag, 3 juni 1943

Omstreeks 16.25 uur wordt de “Zuiderzee” vanuit vliegtuigen beschoten. Hierbij worden enkele personen gewond, maar er vallen geen doden te betreuren.

Maandag, 7 juni 1943

Er wordt een begin gemaakt met het inleveren van radiotoestellen.

Maandag, 21 juni 1943

Laatste dag van de inlevering van radio’s.

Vrijdag, 3 september 1943

Omstreeks 07.45 uur wordt de “Prins Hendrik” nabij de Leendert Abrahampolder (Noord-Beveland) door 7 vliegtuigen (vermoedelijk geallieerde) aangevallen en tot zinken gebracht. Het schip was met burgerpassagiers en Duitse militairen op weg van Zierikzee naar Katseveer (Zuid-Beveland). Een aantal personen kan worden gered, maar helaas komen 19 burgers bij deze ramp om het leven. Twee Duitse militairen worden eveneens vermist. De opvarenden worden per sleepboot naar Zierikzee gebracht. Op de kade van de Nieuwe Haven heeft zich inmiddels een mensenmassa verzameld, waaronder voornamelijk familieleden van hen, die zich ’s morgens aan boord hebben begeven. Angstig vragen zij aan de bemanning van de sleepboot, of hun man, hun zoon of een ander familielid ook gered is. Helaas kan slechts in enkele gevallen een bevestigend antwoord worden gegeven. 3 September 1943 is een zwarte dag voor Zierikzee. Vele inwoners worden op die dag in diepe rouw gehuld.

De uit Zierikzee afkomstige slachoffers zijn:

Van de bemanning: Jac.den Boer, stuurman; D. Schmelzer, machinist; G. van Wanrooij, matroos; W.J. van der Ploeg, machinist; F. Vermeirssen, hofmeesterbediende en J.J. van Hoeve, hofmeester.

Van de passagiers: L. Berrevoets, schilder, Balie; W.L. van der Schelde, koopman, Regenboogstraat en J.M. Wisse, vrouw en kind, Varremarkt.

 

Omdat werd aangenomen dat de ramp had plaatsgehad op het grondgebied van de gemeente Kortgene heeft het bestuur van die gemeente herhaaldelijk pogingen ondernomen om het wrak van de “Prins Hendrik” te doen lichten, opdat alle lijken geborgen zouden kunnen worden. Deze pogingen hebben echter tot op heden geen resultaat gehad.

Donderdag, 16 september 1943

Wederom wordt de spoorboot, die ’s avonds kwart voor zeven van Katseveer vetrekt, uit vliegtuigen beschoten. De volgende personen worden daarbij gedood: P. Vaane, hulpmachinist uit St. Laurens en D. Padmos, kassier Boerenleenbank uit Elkerzee.

Donderdag, 23 september 1943

Omstreeks 08.55 uur wordt de “Stad Zierikzee” door 6 à 7 vliegtuigen aangevallen en beschoten. Gelukkig wordt bij deze aanval niemand gewond of gedood.

Maandag, 14 februari 1944

De burgemeester ontvangt ´s avonds een telegram met het bericht dat een bevel tot algehele ontruiming van de gemeente Zierikzee zeer spoedig te verwachten is.

Woensdag, 16 februari 1944

Er vindt een vergadering plaats van de burgemeesters van Schouwen en Duiveland, waarin door de Duitsers wordt meegedeeld dat Schouwen en Duiveland is aangewezen als evacuatie-gebied en ‘Niemandsland’ zal worden. Op 5 Maart 1944 moet het gehele eiland door alle bewoners verlaten zijn. Als er nadien zich daar nog iemand vertoond, zal deze als parachutist behandeld worden.

Donderdag, 17 februari 1944

Er worden bekendmakingen aangeplakt dat de gemeente vóór 5 maart 1944 geëvacueerd moet zijn. De burgerij is verslagen. Op het stadhuis verdringen zich de vragende mensen tussen de werkende ambtenaren. De evacuatie neemt een aanvang. Men ziet allerlei vervoermiddelen door de stad rijden. Veel ongevallen en enkele branden gaan met de exodus gepaard. een groot percentage van de bevolking evacueert met de veerboot van Jac. Berrevoets. Volgepropt met mensen, meubelen, beddegoed enz.,  ziet men het bootje de Oosterschelde oversteken in de richting van Colijnsplaat. Zo stroomt Zierikzee als het ware leeg, zij het op enkele honderden inwoners na. Verlaten blijft de zo vertrouwde stad achter en haar bewoners moeten elders in den vreemde een onderdak zien te vijden. Hard valt het afscheid van Zierikzee. Wanneer zal men het weer binnentreden? Het is nog een open vraag.

Donderdag, 16 maart 1944

Luitenant Schaap (N.S.B.-er) neemt het gezag over van de gemeentepolitie, die van mening is dat dit korps tengevolge van de reorganisatie van de politie is overgegaan naar de Marechaussee. Weldra blijkt dat hij zich schromelijk heeft vergist.

Vrijdag, 7 april 1944

(Goede Vrijdag) De gemeente-adminisratie van Zierikzee wordt voor een groot deel geladen in de motorboot van schipper J. van Duivendijk, om overgebracht te worden naar de evacuatie-secretarie te Kloetinge, gehuisvest in het gebouwtje van de Christelijke Bewaarschool.

Dinsdag, 8 augustus 1944

De Duitsers maken bekend, dat wederom 180 personen uit Zierikzee moeten evacueren.

Donderdag, 24 augustus 1944

De Duitsers maken bekend, dat de evacuatie voor de aangewezen personen uit Zierikzee onherroepelijk is geworden en snel voortgang moet hebben.

Zondag, 3 december 1944

WOII Aveling Ordnungspolizei foto Rykel ten Kate, RK-0182 gemeentearchief Schouwen-Duiveland)
Ordnungspolizei voor de Aveling (foto: Rykel ten Kate, RK-0182 gemeentearchief Schouwen-Duiveland)

Op last van de Duitse Wehrmacht moeten alle mannen van 17-40 jaar zich melden op de gemeente-secretarie. In de nacht van 7 op 8 December 1944 worden de politie-ambtenaren C.C. van Ast, J.W. Renshof, A. Pipping en C.J. Klinke, samen met de achtergebleven Marechaussee, gearresteerd en overgebracht naar het “Wehrmachtsheim” aan de Oude Haven (foto) in Zierikzee. De politie wordt ontwapend. Deze arrestaties en ontwapening hadden voor de Duitsers een reden. Zij stonden namelijk in verband  met de volgende geschiedenis, welke is ontleend aan een rapport van de heer C.C. van Ast, hoofdagent van politie te Zierikzee.

Tot 4 Januari 1945 werd de bedrijfstelefoon van de Provinciale Electriciteits Maatschappij in Zierikzee met de geallieerden in het geheim een verbinding onderhouden, terwijl Schouwen en Duiveland nog in Duitse handen was. Begin December 1944 werd over de verbinding aan de geallieerden gevraagd, een aantal illegalen, afkomstig uit veschillende plaatsen op Schouwen en Duiveland, naar de geallieerde zijde te halen, teneinde daarna bij eventuele landingen behulpzaam te kunnen zijn. Menke Koos van der Beek, wachtmeester der gemeentepolitie, stond in verbinding met 2 Engelsen en 1 Nederlander afkomstig van een op Schouwen en

Duiveland aangekomen zweefvliegtuig, welke een noodlanding had moeten maken. Deze personen waren na deze noodlanding ondergedoken bij Joost Ringelberg uit Zierikzee, alwaar zich tevens een Armeens onderofficier bevond, die aan een spionagedienst ten gunste van de geallieerden meewerkte. In totaal zouden 17 personen door de geallieerden gehaald moeten worden, de militairen inbegrepen. Maandag 4 en Dinsdag 5 December 1944 werden de telefonische besprekingen met de geallieerde officieren op Sint Philipsland hervat en werd overeengekomen, dat allen in de avond van 6 December 1944 om 20.00 uur, gehaald zouden worden. De 17 mensen bevonden zich op de avond voor het bewuste doel om 19.00 uur aan de zeedijk, recht voor de Boerenweg in Zierikzee. Door van der Beek werden aldaar, met een afgeschermde lamp, seinen gegeven in de richting van Colijnsplaat (Noord-Beveland). Tot 20.30 uur zaten de 17 personen aan de zeedijk, echter zonder iets van de geallieerden te bespeuren, zodat zij allen naar de stad teugkeerden, gelukkig zonder door de Duitsers te worden opgemerkt. De volgende dag werd weer telefonisch in verbinding getreden met de geallieerden en werd afgesproken, dat zij die avond (7 December), de poging tot overtocht zouden herhalen. Om 20.00 uur zaten dan ook alle 17 personen weer aan genoemde zeedijk. Van der Beek gaf weer seinen met de seinlamp. Van geallieerden werd echter weer niets bemerkt.

WOII Duitse militairen op zeedijk foto Rykel ten Kate, RK 0176 geneemtearchief Schouwen-Duiveland
Duitse militairen op de zeedijk, mei 1940. (foto: Rykel ten Kate, RK 0176 gemeentearchief Schouwen-Duiveland)

Later is gebleken, dat de seinen inderdaad door de geallieerden zijn waargenomen, die van Colijnsplaat met een boot waren uitgevaren in de richting van Zierikzee. Omstreeks 20.35 uur moest het seinen worden gestaakt, aangezien een auto

voorbijreed. Ongeveer 7 minuten later werd weer geseind, maar later is komen vast te staan, dat deze seinen niet meer door geallieerden zijn waargenomen. Even na 21.00 uur vertrokken de 17 mensen dan ook weer en zij beschouwden de onderneming wederom als mislukt. Tegen 21.30 uur arriveerden de geallieerden echter alsnog aan de zeedijk, maar de af te halen personen waren inmiddels verdwenen. De geallieerde patrouille is daarop weer naar de boot teruggekeerd en zowel heen als terug moesten ze voorbij een Duitse schildwacht sluipen. Bij het aan boord gaan heeft deze schildwacht waarschijnlijk de aanwezigheid van mensen geconstateerd en schoot een vuurpijl af, teneinde de andere Duitse militairen te alarmeren. Aangezien de 17 personen inmiddels nog geen kans hadden gezien in Zierikzee een veilig onderkomen te vinden, stuitten ze onderweg op en patrouille van 7 Duitsers. Een hevig vuurgevecht ontwikkelde zich, wat in het voordeel van de Duitsers, door een betere bewapening, wordt beslecht. 7 van de 17 mensen konden nog ontvluchten, maar de andere 10, waaronder van der Beek, werden gevangen genomen en naar het “Wehrmachtsheim” in Zierikzee overgebracht. Aldaar werd onder andere van der Beek door de zogenaamde Zollsekretär met een gummistok op beestachtige wijze mishandeld. Inmiddels werden alle ambtenaren van de gemeentepolitie, alsmede de Marechaussee, gearresteerd. 

 

Op 8 December 1944 werden bovenbedoelde gevangenen, behalve de heer Lazonder uit Renesse, die bij de gevangenneming zwaar gewond werd, naar Brouwershaven vervoerd en bij het overbrengen naar het aldaar liggende schip wederom beestachtig mishandeld. Bij het uitvaren uit de haven sprong de Armeense onderofficier overboord. Of deze ontkomen of verdronken is, is niet bekend. Zijn naam was York Mikiniejan, die samen met van der Beek de stafkaarten bijwerkte. De andere gevangenen werden hierna opnieuw mishandeld en werden gedwongen voorover op het dek van de boot te gaan liggen. Tegenover iedere man kwam een Duitser te staan, die de kolf van het geweer in de rug van betrokkene duwde. Bij aankomst in Ouddorp, evenals Middelharnis, werden de gevangenen opnieuw op wrede wijze mishandeld. In Middelharnis werd direct na aankomst begonnen met de zogenaamde berechting. Deze was zaterdagmorgen, 9 December 1944 om ongeveer 03.30 uur afgelopen. Alle 10 personen werden ter dood veroordeeld, terwijl het vonnis door middel van de strop voltrokken zou worden. ook de zwaargewonde C. Lazonder werd ter dood veroordeeld. Daarna zijn de 9 gevangenen vervoerd naar Haamstede, waar zij in een bunker werden opgesloten. ’s Zondagsmorgens, 10 December 1944, vóór her vervoer naar de plaats van de terechtstelling, heeft Ds. H.C. Voorneveld, Gereformeerd predikant in Haamstede, hen allen geestelijk bijgestaan. Deze heeft voor hen gelezen Psalm 23 (“De Heer is mijn Herder”) en op verzoek van de eveneens ter dood veroordeelden I. van der Bijl uit Zonnemaire, las genoemde predikant Psalm 91 (“Die in de schuilplaats des Allerhoogsten is gezeten, die zal vernachten in de schaduw des Allemachtigen”) Daarna zijn de 9 gevangenen in een gesloten huifkar vervoerd naar de laan van “Slot Moermond” in Renesse en aldaar door middel van ophanging ter dood veroordeeld. Onder het zingen van “Een vaste burcht is onze God” zijn allen de heldendood ingegaan. De lijken moesten op bevel van de moffentirannen 24 uur blijven hangen, terwijl het lijk van de inmiddels op 11 December 1944 overleden C. Lazonder eveneens naast de andere lijken werd opgehangen. De naaste familieleden, alsmede 5 ingezetenen uit iedere gemeente op Schouwen en Duiveland, werden gedwongen langs de slachtoffers te lopen.

Met welk een helden hebben we hier te doen! De moffen hebben niet één woord betreffende het ondergrondse werk uit hun kunnen krijgen. Deze mannen hebben hun jonge leven gegeven voor onze vrijheid. Voor hen waren de woorden “Den Vaderland getrouwe, blijf ik tot in den dood” geen holle phrase! Laten wij, bewoners van Schouwen en Duiveland en met ons alle Nederlandsers, deze “mannen van groot formaat”  een eresaluut brengen!. Laten wij hen nimmer vergeten; ook hun achtergebleven verwanten niet. De winwoners van schouwen en Duiveland hebben in dezen een dure ereschuld te voldoen!

Menke Koos van der Beek. (foto: AR 0489-0935-001 Gemeentearchief Schouwen-Duiveland)
Menke Koos van der Beek. (foto: AR 0489-0935-001 Gemeentearchief Schouwen-Duiveland)

Zierikzee rouwt over de dood van de heer Menke Koos van der Beek, in leven wachtmeester der gemeentepolitie te Zierikzee, geboren in Tegelen op 23 November 1918. Zijn onverschrokken moed en ongeëvenaarde vaderlandsliefde zijn ons allen steeds een lichtend voorbeeld.

Zijn leven en zijn jong geluk,
Heeft hij voor onze zaak gegeven. 
Hij is zijn land, in nood en druk,
Tot in den dood getrouw gebleven.

Hij streed den ondergrondschen strijd
En wilde het gevaar niet achten; 
Zijn frissche jeugd bleef beter tijd,
Den gulden vrijheidsdag verwachten.

Die dag, met Hollands vlag getooid,
Mocht met zijn gloed hem niet bestralen; 
Vergeten wij zijn offer nooit,
Zijn moed moog’ onze veerkracht stalen.

Wij leggen op zijn graf een bloem,
Geplukt op drooggebleven velden; 
Hij krijg’ de eer, deel’ in de roem
Van Neerlands dapp’re vrijheidshelden.

 

Onder dagtekening van 10 December 1944 wordt op last van de Duitsers het volgende bekend gemaakt:

“Op last van de Inselkommandant van de Duitse Wehrmacht wordt bekend gemaakt dat heden, 10 December 1944, door middel van de strop, het doodvonnis is voltrokken aan:J.P Jonker uit Haamstede;
  – L.M. Jonker uit Haamstede; 
  – W.M. Boot uIt Renesse:
  – Joh. Oudkerk uit Renesse;
  – A.M. Padmos uit Renesse; 
  – M.P.M. van der Klooster uit Brouwershaven;
  – J.A. Verhoef uit Brouwershaven;
  – I. van der Bijl uit Zonnemaire; 
  – M.K. van der Beek uit Zierikzee.

 

De secretaris van Renesse, die bij de gevangenneming gewond werd, wordt later berecht.

Dadelijk na de voltrekking van het vonnis, is ter plaatse aan de vertegenwoordigers uit elke gemeente het volgende medegedeeld:

Dit vonnis is voltrokken, omdat deze personen hebben getracht te vluchten en samenwerking te zoeken met de vijand en zich bij hen te voegen, om zodoende gezamelijk de Duitse weermacht te bestrijden. De eigendommen, alsmede vee en levende have, worden verbrand of verbeurd verklaard. De familie van de veroordeelden mag alleen de lijfkleding behouden, die ze aan hebben. Volgens mededeling van de Inselkommandant bevinden zich op dit eiland nog 2 Engelsen, 1 Nedetlander in uniform en 1 voortvluchtige Armeense onderofficier. De bevolking wordt verplicht door samenwerking met de Duitse Wehrmacht deze personen op te sporen. Wanneer deze opsporing plaats heeft vóór dinsdag 12 December 1944 om 12.00 uur, volgen geen strafmaatregelen. Bij aantreffen na genoemd tijdstip worden uit de bevolking verdere gijzelaars gesteld, die eveneens zullen worden veroordeeld tot de strop. Van de bevolking wordt verwacht loyale samenwerking met de Duitse Wehrmacht, of althans neutraal blijven en in geen geval begunstiging van de vijand.

Vrijdag, 22 december 1944

Door de Ortskommandant worden alle bewoners van 17 tot 40 jaar opgeroepen voor arbeidsinzet. In totaal 52 personen. Ze vertrekken om 16.00 uur. In 3 dagen tijd vertrekken 172 personen.

Donderdag 28 december 1944

Op bevel van de Ortskommandant moeten alle veldgrijze Nederlandse uniformen woren ingeleverd. Het havenhoofd wordt door de geallieerden vanuit Colijnsplaat met granaten beschoten. Sinds die datum wordt ongeveer dagelijks de stad Zierikzee of haar omstreken met granaten bestookt.

Vrijdag, 29 december 1944

De Visserdijk wordt door geallieerde vliegtuigen gebombardeerd. Enige woningen worden vernield, andere zwaar beschadigd.

Dinsdag, 2 januari 1945

M. van de Panne wordt door granaatvuur gedood.

Vrijdag, 5 januari 1945

Villa Zelkenhof 1928 foto ZZG 0512 gemeentearchief Schouwen-Duiveland
Villa Zelkenhof 1928. (foto: gemeentearchief Schouwen-Duiveland, no. ZZG 0512

Het woonhuis “Zelkenhof ” (foto)  van de burgemeester wordt door geallieerde vliegtuigen gebombardeerd en totaal verwoest. In deze woning was de Duitse militaire “staf” gehuisvest. Het gebouw van de wasscherij “Schouwen en Duiveland” aan de Platteweg, in gebruik als manschappenverblijf en munitieopslagplaats wordt eveneens verwoest. Het bombardement gebeurde op verzoek van het verzet. In totaal kwamen daarbij 6 Duitse militairen om het leven.

Noot: “Zelkenhof”  was het mooiste en grootste landhuis ooit in Zierikzee gebouwd en stond aan de Provinciale Straatweg D609a. De woning werd tot aan de evacuatie in 1944 bewoond door burgemeester Schuurbeque Boeije.

Zondag, 7 januari 1945

P. Verloo en M. Pankow worden door granaatvuur gedood.

Donderdag, 11 januari 1945

Door de Ortskommandant wordt gelast, dat alle mannen van 16-55 jaar zich bij hem moeten melden.

Zaterdag, 13 januari 1945

Alle mannen van 55-65 jaar moeten zich melden bij de Ortskommandant.

Vrijdag, 19 januari 1945

Door de Ortskommandant wordt gelast, dat alle mannen, geboren van 1900 tot en met 1926, zich moeten melden voor het verkrijgen van een vrijstellingsbewijs voor arbeidsinzet.

Zondag, 21 januari 1945

De Duitse Wehrmacht maakt bekend, dat tegen een ieder, die een vijandelijke soldaat of vijandelijke burgerpersoon onderdak verleent of aanwezigheid van dergelijke personen niet onmiddellijk meedeelt, de strengste maatregelen zulllen worden genomen. `Voor ieder vijandelijk soldaat of -burger, die door de Duitse Wehmacht wordt aangetroffen en door ingezetenen van Zierikzee of omgeving op één of andere wijze hulp is verleend, zullen 50 Nederlandse burgers worden gearresteerd en volgens de Duitse oorlogswetten worden berecht.`

Vrijdag, 26 januari 1945

De Ortskommandant gelast, dat op 27 Januari 1945 alle mannen van 16-65 jaar zich moeten melden.

Vrijdag, 2 februari 1945

Alle vrouwen, uitgezonderd zij die al voor de Duitse Wehrmacht werken, moeten zich melden bij de Ortskommandant om 08.30 uur.

Maandag, 5 februari 1945

De Ortskommandant gelast, dat alle mannen van 16-55 jaar zich op 6 Februari 1945 om 08.00 uur moeten melden, uitgezonderd slagers en bakkers. Met ingang van 5 Februari 1945 om 20.00 uur, mogen honden niet meer loslopen.

Dinsdag, 13 februari 1945

De Ortskommandant maakt het volgende bekend:

“Vanaf 20 Februari 1945 mag geen burger het unidatiegebied betreden, zonder begeleiding van een Duitse soldaat. Degene die desondanks toch aangetroffen wordt, wordt als spion behandeld en moet met de strengste straf rekening houden”.

Maandag, 19 februari 1945

Watertoren Jan Ochtman op ruine P.J. Ochtman O 0284 gemeentearchief Schouwen-Duiveland
Watertoren, Jan Ochtman op ruïne. (foto: P.J. Ochtman, gemeentearchief Schouwen-Duiveland, no. O 0284)

Om 10.45 uur wordt de watertoren door de Duitsers opgeblazen, waardoor deze totaal vernield wordt.

Zondag, 25 februari 1945

De Duitsers menen dat de grenzen van verschillende gemeenten op Schouwen en Duiveland niet langer in haar huidige vorm gehandhaafd kunnen worden. Plotseling komt een grenswijziging ter sprake! Echter niet met inachtneming van de bepalingen van de gemeentewet! De Duitse commandant bepaalt, dat vanaf 23 Februari 1945 de gemeente Kerkwerve en het ‘gehucht’ Schuddebeurs (tot aan de Haneweg) tot de gemeente Zierikzee zullen behoren en dientengevolge onder het gezag van de burgemeester van Zierikzee zullen staan.

Maandag, 26 februari 1945

Door de Duitsers wordt in de Stadhuistoren een springlading aangebracht.

Maandag, 5 maart 1945

De Sint Lievensmonstertoren krijgt enige voltreffers van door de geallieerden afgeschoten ganaten.

Zaterdag, 24 maart 1945

Door granaatvuur worden de volgende personen gedood: 

  – Anna Buijse geb. van den Boomgaard;
  – Jacomina Buijse; 
  – Jans bij de Vaate;
  – N.A. Quist.

De Nieuwe kerk krijgt voltreffers.

Maandag, 16 april 1945

De winkel van Gebr. Thien aan de Appelmarkt brandt tengevolge van een granaattreffer geheel af.

Vrijdag, 20 april 1945

De springlading in de Stadhuistoren wordt wederom weggenomen. Dit houdt zeer zeker verband met het feit, dat de op het eiland aanwezige Duitse militairen zoetjesaan gaan inzien, dat de oorlog praktisch is afgelopen. Ongeveer geheel Duitsland is nu door de geallieerde strijdkrachten onder de voet gelopen en men kan in feite slechts meer spreken van plaatselijk verzet. Inmiddels wordt ook een aanvang gemaakt met het afwerpen van voedselpakketten boven de zogenaamde hongerprovincies, door geallieerde vliegtuigen. De Duitsers, overtuigd van hun onmacht, nemen ook daarbij een tegemoetkomende houding aan. Op 28 April 1945 wordt via de radio bekend gemaakt, dat de Duitsers bereid zijn te capituleren. Kort daarop wordt dan ook definitief de capitulatie bekend gemaakt. Of nu ook de Duitse commandant in Nederland zal capituleren, blijft een open vraag. Deze vraag wordt echter beantwoord op vrijdagavond 4 mei 1945. De radio maakt namelijk bekend dat ook de Duitse commandant in Nederland besloten heeft de strijd te staken. De vijandelijkheden zullen geacht worden te zijn beëindigd op zaterdag 5 Mei 1945 om 08.00 uur. Eén en ander houdt in , dat nu het eiland Schouwen en Duiveland spoedig bevrijd zal zijn, hetgeen voor een groot gedeelte van de bewoners van Colijnsplaat, met zijn vele evacueés uit genoemd eiland, een aanleiding is om zich naar de haven te begeven om te zien of in Zierikzee misschien de vlaggen al wapperen. Op vrijdagavond, 4 Mei 1945 wordt van vlaggen echter niets bemerkt. De volgende morgen, zaterdag 5 Mei 1945, staan wederom al vroeg vele bewoners van Colijnsplaat en vooral “Schouwse” evacuee´s op de haven aldaar, turend in de richting Zierikzee. En jawel, vanuit Colijnsplaat ziet men op één van de hoogste punten van de gasfabriek de vlag wapperen. Dat deze ontdekking voor de verbannen bewoners van Zierikzee een bijzondere veugde betekent, behoeft haast niet te worden vermeld. Een iede denkt: “Nu zullen we spoedig thuis zijn”. Zaterdag 5 Mei 1945 bemerkt men echter nog niets van de plannen van de geallieerden, die opeen overtocht naar Schouwen en Duiveland wijzen. De Streekcommandant in Schouwen en Duiveland meent intussen het volgende aan de bevolking bekend te moeten maken:

 

‘VERORDENING van de Streekcommandant Schouwen’

Er is in de grote steden Amsterdam, Rotterdam en Den Haag een schorsing van vijandelijkheden ingetreden. De bevolking van het eiland Schouwen moet rustig haar arbeid vervolgen, ook bij de Weermachtsarbeiders. Er is nog geen wapenstilstand. Nadere bekendmakingen van de zijde van de Duitse Weermacht volgen. Grote samenscholingen worden niet toegelaten. Het betreden van militaire gebieden is verboden om nodeloos bloedvergieten te voorkomen. Het hijsen van communistische vlaggen is verboden.

De Streekcommandant,

(get.) Hinricher, opperluitenant”

Zondag, 6 mei 1945

Verder wordt onder dagtekening 6 Mei 1945 door hem het volgende bekend gemaakt:

 

“Op 6 Mei 1945 is een waarborgvrede tussen de Duitse Wehrmacht en de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten (verzetsbeweging) ingetreden. Elementen die de rust en orde verstoren, worden zowel door de Duitse Wehrmacht als door de Binnenlandse Strijdkrachten als communisten behandeld. Er wordt zeer scherp tegen hen opgetreden. De sper-uren voor Nederlanders werd van weerszijden vastgesteld van 22.00 uur tot 04.00 uur. Alle onopgehelderde burgerlijke vragen voor het gehele eiland beslist tot nader order de heer Vriesendorp, Slot Moermond in Renesse. Voor alle afzonderlijke gemeenten de bevoegde burgemeesters. Ouders en volwassenen op het eiland Schouwen: Let op uw kinderen. Wees voorzichting met het verlaten van militaire doelen. Zorg daarom dat kinderen niet spelen met gevonden losse patronen, lonten enz. Vermijdt meer dan ooit mijnenvelden, opdat de oorlog niet meer slachtoffers eist. In verband hiermee zou ik als Districtscommandant, ook namens de Ortskommandant, de bevolking van het eiland Schouwen en vooral de aangestelden in Openbare Dienst, mijn dank uitspreken voor de loyale samenwerking en opgeofferde medewerking voor het bewaren van de rust en orde, zowel voor het aan mij bewezen vertrouwen. 

(get.) Hinricher,

Ob. Ltn. U. Bezirkskommandant”.

 

In de nacht van zaterdag 5 op zondag 6 Mei 1945 wordt de schrijver, L.A. Verburg,  telefonisch door de burgemeester van Kortgene medegedeeld, dat de geallieerden in de loop van de zondagmorgen 6 Mei, naar Schouwen en Duiveland zullen vertrekken. In verband daarmee arriveert zondagmorgen ook de burgemeester van Zierikzee, Jhr. Mr. J. Schuurbeque Boeije in Colijnsplaat, gereed om naar zijn gemeente terug te keren. Aangezien die zondagmorgen de weersgesteldheid voor de geallieerden niet voldoende gunstig blijkt te zijn, wordt de overtocht uitgesteld tot maandagmorgen, 7 Mei 1945 omstreeks 07.30 uur.

Maandag, 7 mei 1945

Op genoemd uur heeft zich op de haven van Colijnsplaat al een groot aantal Engelse militairen (zogenaamde commandotroepen,  met de bekende groene muts, no. 47) verzameld. Van landingsvaartuigen is op dat ogenblik echter nog niets te bespeuren. Deze ziet men omstreeks 08.00 uur verschijnen vanuit de richting Katseveer. Het zijn platte, grijs geschilderde, vaartuigen. Aan de voorzijde zijn zij voorzien van een soort deur, welke geopend kan worden en alsdan als loopplank dienst doet. Omstreeks 08.15 uur begeven de commando’s zich aan bord, zwaar bewapend met moderne tommi-guns enz. De “Royal Artillery” rondom Colijnsplaat heeft inmiddels de kanonnen opgesteld, met de vuurmonden in de richting Schouwen en Duiveland, gereed om hun kameraden in de boten hulp te verlenen, wanneer de moffen het alsnog in hun hoofd zouden halen tegenstand te bieden. Om 08.30 uur verlaten 3 landingsvaartuigen, voorzien van een witte vlag, de Noord-Bevelandse kust en zetten koers in de richting van Zierikzee. Halverwege de Oosterschelde blijven 2 van de vaartuigen heen en weer varen, terwijl de derde, met de witte vlag gehesen, koers zet naar de Schouwse dijk tussen het Westelijk Havenhoofd en de Boerenweg. Daar aangekomen begeven de Britse onderhandelaars zich naar de Duitse commandant in Zierikzee, met wie de overgave wordt besproken. Na enige tijd ziet men in Colijnsplaat ook de beide andere vaartuigen koers zetten naar de Schouwse kust, hetgeen als een gunstig teken wordt beschouwd. Inmiddels worden  de onderhandelingen in Zierikzee voortgezet en de Duitsers verklaren zich bereid terug te trekken op het Westelijk gedeelte van het eiland. Twee van de landingsvaartuigen begeven zich daarna weer naar Colijnsplaat, waar zich ondertussen verschillende burgemeesters en een groot aantal politie-ambtenaren hebben verzameld, klaar om naar Schouwen en Duiveland te worden overgebracht, teneinde aldaar de bestuurstaak, respectievelijk de handhaving van de orde en rust, voor hun rekening te nemen. Even na aankomst, om ongeveer 15.00 uur, begeven zich de bedoelde personen aan boord. Het ene vaartuig is bestemd voor de burgemeesters, enkele burgerambtenaren en de politie; het andere voor de inmiddels ook aangekomen Militaire Commissaris voor Schouwen en Duiveland, kapitein Ir. C.B. Roest en zijn helpers. Kort daarop verlaten de boten de Noord-Bevelandse kust en zetten koers in de richting Zierikzee. Halverwege de Oosterschelde cirkelt een klein legervliegtuig boven de boten. Gevaar voor beschieting bestaat er nu gelukkig niet meer. De boten bereiken weldra de zeedijk, even ten westen van het Havenhoofd. De in de ochtenduren aan land gezette troepen ziet men ijverig de dijk op en neer sjouwen. Zij halen namelijk materiaal uit hun boot. aan de glooïng ziet men, tot grote verbazing, nog een gewapend Duits officier staan. Het schijnt, of hij van de capitulatie weinig of niets heeft vernomen. Bij het aan land gaan wordt ons medegedeeld, dat wij ons niet mogen begeven buiten de strook, door de Britse soldaten met witte banden aangegeven, terwijl men zich op de dijk niet buiten de betonnen rand mag begeven. Gevaar voor landmijnen! Slechts enkele minuten vóór aankomst kwam een verpleegster uit het ziekenhuis van Noordgouwe met een landmijn in aanraking en werd zeer ernstig verwond. (Zij overleed nog diezelfde dag)

Wat een droevig gezicht vertoont het Schouwse landschap. Alles water en nog eens water rond de stad. Slechts hier en daar steekt een half woonhuis of een stuk schuur boven de eindeloze watervlakte uit. Dat alles was, volgens de Duitsers, “kriegswichtig!”. Over de betonrand begeven we ons daarna naar de Boerenweg. Tot onze grote verwondering zien we daar nog twee Duitsers in volle vrijheid voorbij fietsen, met het geweer op de rug. Onbegrijpelijk op het eerste gezicht! Inmiddels zijn enkele boerenwagens uit Zierikzee aangekomen, waarop we verder naar de stad vervoerd worden. Dichterbij Zierikzee gekomen stappen we van de wagen af en onder het zingen van Vaderlandse liederen marcheren we verder de stad in naar het havenpark, waar de “stoet” ontbonden wordt en waarna een ieder tracht een onderdak te verkrijgen, teneinde de volgende morgen een aanvang te maken met de wederopbouw van Zierikzee. De stad vertoont duidelijk de sporen van de oorlog, al blijkt de schade in hoofdzaak te zijn aangebracht aan ruiten en dakpannen. Toch zullen er voorlopig handen tekort zijn om alles weer in normale banen te leiden. Een uitgebreid arbeisveld, voor hen die weten aan te pakken, ligt gereed.

ZIERIKZEE IS BEVRIJD !

 
Oppakken NSB'ers RJ Ochtman O 0867
Oppakken NSB'ers. (foto: RJ Ochtman, gemeentearchief Schouwen-Duiveland, no. O 0867)

De vreugde straalt van de gezichten van de achtergebleven bewoners af. Zij kunnen het zelf nog niet geloven: bevrijd! Verlost van de tyrannie. Het is bijna ongeloofelijk na 5 jaren bezetting. Maar het is werkelijkheid. Ondertussen worden de N.S.B.-ers en andere landsverraderlijke elementen door de politie gearresteerd en achter slot en grendel gezet. Voorts wordt een aantal zogenaamde moffenmeiden “geknipt”, hetgeen voor velen een aangename verpozing betekent.

WOII Oppakken NSB'ers R.J. Ochtman O 0867
Oppakken NSB'ers. (foto: R.J. Ochtman, gemeentearchief Schouwen-Duiveland nr. O 0867)

Donderdag, 10 mei 1945

Christelijk Gereformeerde kerk Zevengetijstraat 1924 foto ZM 0780 gemeentearchief Schouwen--Duiveland
Christelijk Gereformeerde kerk, Zevengetijstraat, 1924 (foto: gemeentearchief Schouwen-Duiveland nr. ZM 0780)

Op 10 Mei 1945 wordt ’s middags in de Christelijk Gereformeerde Kerk een kerkdienst gehouden, teneinde God te danken voor de geschonken bevrijding. Sprekers zijn: Ds. F.C. Kleinman, Nederlands Hervormd predikant in Renesse (tekst: Genesis 32:10) en Ds. J. Meester, Gereformeerd predikant in Brouwershaven (tekst: Psalm 46:10)

Vrijdag, 11 mei 1945

Op 11 Mei 1945 vindt een kranslegging plaats in de laan van slot Moermond in Renesse, waar 10 December 1944 de vrijheidshelden ter dood werden gebracht. De Militaire Commissaris voor Zeeland, overste Slot, alsmede Ds. H.C. Voorneveld, Gereformeerd predikant in Haamstede, voeren daarbij het woord. Door de aanwezigen, waaronder de familie van de slachtoffers, wordt het Wilhelmus gezongen. In de avonduren van 11 Mei 1945 wordt in Zierikzee met enige feestvreugde de bevrijding gevierd. Door sergeant Kik, van het Nederlands Rode Kruis, worden daarbij sigaretten en chocolade gratis aan de bevolking uitgedeeld.

gedenksteen Menke Koos van der Beek

Gedenksteen Menke Koos van der Beek

Ter nagedachtenis aan verzetsheld Menke Koos van der Beek werd in de muur van het stadhuis, rechts van de ingang van het vroegere Bureau van Gemeentepolitie een gedenksteen aangebracht.

Joodsmonument

Ter nagedachtenis aan de joodse stadsgenoten die op dinsdag 24 maart 1942 door de Duitse bezetter werden weggevoerd en nooit meer terugkeerden, werd op woensdag 4 mei 1960 door opperrabijn E. Berlinger uit Utrecht op de hoek Caustraat-Grachtweg een eenvoudig monument onthuld met daarop de namen van de weggevoerden:

 

D. Dreyfuss, F.L. van Dijk,  I. van Dijk, J. van Dijk,  J.V. van Dijk, R. van Dijk,  A.S. Frenk, B. Frenk, C. Heuman,  L. Heuman, L. Heuman, E.L. Israëls, B. Labzowki, R. Labzowki, A. Spalter, R. Spalter, A. Wilkes, A.A. Wilkes, B.R. Wilkes, I.A. Wilkes en S. Wilkes.

 

Munitiedumping

Dumping van restpartijen munitie uit de 1e en 2e Wereldoorlog zijn in het verleden simpelweg in de Noordzee gedumpt (o.a. bij het Havenkanaal van Zierikzee). Dit heeft plaatsgevonden tussen 1945 en 1967. In een TNO-onderzoek in 1999 bleef het Ministerie van Defensie nog vaag over het aantal fosforgranaten. Op donderdag 23 augustus 2001 heeft het Ministerie van Defensie de onderzoeksresultaten bekendgemaakt van twee nieuwe studie’s naar eventuele risico’s voor de volksgezondheid ten gevolge van een tussen 1945 en 1967 uitgevoerde stort van ca 30.000 ton munitie in de Oosterschelde op een locatie ten zuidwesten van Zierikzee. Op de foto: Een AP-mijn, twee 40 mm granaten en een bakelieten koker met AT26-ontsteker.

 

TNO gaat er van uit dat de totale hoeveelheid munitiegerelateerde stoffen zeer geleidelijk over een periode van ongeveer 500 jaar zal vrijkomen en vermeldt dat de milieu-implicaties van de munitiestort gering lijken. Vastgesteld is dat de concentraties aan potentieel schadelijke stoffen uiterst laag zijn. Zo worden in het water TNT-concentraties gemeten die tenminste een factor 20 lager zijn dan de (Duitse) eis voor drinkwater. In de waterbodem kon geen TNT of witte fosfor worden aangetoond. Het onderzoek concludeert dat er geen gevaar voor de volksgezondheid aanwezig lijkt. Ter illustratie wordt in dat kader vermeld dat een levenslange dagelijkse consumptie van mosselen die midden in het munitiedepot zijn grootgebracht, niet leidt tot opname in het lichaam van meer dan 1 procent van de toegestane hoeveelheid van de meeste onderzochte potentieel schadelijke stoffen.

Verder is nog een TNO rapport beschikbaar gekomen ten aanzien van de vraag of op de Oosterscheldekust aangespoelde, hoogst waarschijnlijk uit de munitiestort afkomstige, ontstekers risico’s voor persoonlijk letsel opleveren. Het onderzoeksinstituut concludeert dat dit risico kan worden verwaarloosd. Betreffende rapportage bied ik u bijgaand ter kennisname aan (TNO-PML 2003-A60 “Onderzoek AT 26 ontstekers). 

In opdracht van het ministerie van Verkeer en Waterstaat werd, mede namens LNV en Defensie, door het Rijksinstituut voor Kust en Zee (RIKZ) een (verkennend) onderzoek uitgevoerd ter beantwoording van de vraag in hoeverre, en tegen welke kosten, het mogelijk zou zijn het vrijkomen van munitiegerelateerde stoffen te beïnvloeden door afdekking van de munitiestort. Dit rapport van dit onderzoek is beschikbaar “Verkennend onderzoek afdekking munitiestort Oosterschelde”.

Samengevat concludeert het rapport onder meer dat:

  • munitiegerelateerde stoffen via grondwaterstroming niet of pas na vele honderden jaren het polderwater ten zuidwesten van Zierikzee kunnen bereiken;
  • door afdekking van de stort met een stabiele (niet erodeerbare) laag zand en/of klei ter dikte van enkele decimeters de afgifte van deze stoffen naar het oppervlaktewater van de Oosterschelde verder kan worden vertraagd of, onder bepaalde omstandigheden, zelfs tot stilstand kan worden gebracht;
  • een afdeklaag van ca 50 cm de voorkeur verdient uit een oogpunt van bescherming tegen verstoring (bijvoorbeeld ten gevolge van overtreding van het ankerverbod op de stortlocatie).

Aangegeven wordt dat het gebied waar daadwerkelijk munitie ligt globaal een oppervlakte heeft van 700.000 m2. De totale kosten van een afdekking met een laag van 50 cm zand en 10 cm grind worden door het RIKZ geraamd op 6,8 miljoen Euro.

De Staatssecretaris van Defensie stelt, mede namens de bewindslieden van V&W, LNV en VROM, vast dat er op grond van de uitkomsten van het tot dusver uitgevoerde onderzoek, alsmede vanuit budgettaire overwegingen, op dit moment geen aanleiding bestaat voor een besluit tot het uitvoeren van een bodemafdekking op de stortlocatie. 

Een eventuele wenselijkheid of noodzaak van zo’n maatregel zal in de toekomst regelmatig worden geëvalueerd aan de hand van de uitkomsten van periodieke controle op water- en waterbodemkwaliteit van de stortlocatie.