De strijd om de beste kreeftenvisplek barst weer los

Er wordt niets aan het toeval overgelaten bij de Zeeuwse kreeftenvissers vandaag. Zij moeten voor de tweede keer strijden om de beste plekken in de Oosterschelde om hun fuiken neer te zetten. Een goede voorbereiding is het halve werk bij de kreeftenrace en een sterke motor doet de rest.

Wanneer het startsignaal klinkt, mogen alle kreeftenvissers vanuit hun thuishavens op weg naar de beste plekken om hun fuiken uit te zetten. De race wordt dit jaar voor de tweede keer gehouden om de kreeftenvisserij op de Oosterschelde weer voor alle vissers toegankelijk te maken.

In het verleden zijn er door het ministerie van Economische Zaken te veel vergunningen uitgegeven aan kreeftenvissers. Met zo’n vergunning kan je in een vrij gebied in de Oosterschelde een kreeftenfuik neerzetten. Hierdoor is de Oosterschelde te vol geraakt, terwijl sommige vergunningen niet eens meer gebruikt worden. Bovendien werden er met boeien plekken in de Oosterschelde geclaimd.

Om de kreeftenvisserij weer wat inzichtelijker en eerlijker te laten verlopen, heeft het ministerie bij wijze van twee jaar durende proef daarom een februaristop ingesteld. Voor 1 februari moesten alle fuiken het water uit. Zo kunnen de plekken niet het hele jaar rond bezet blijven en maken alles vissers door middel van een kreeftenrace evenveel kans op een goede visplek.

De eerste kreeftenrace zorgde vorig jaar voor verontwaardiging onder veel vissers. “Als je als vissers onder elkaar alles goed afstemt, heb je zo’n race niet nodig,” zegt Huib Smits van Zierikzee 22. “Het lijkt nu allemaal wel eerlijk, maar wie de meeste PK’s heeft achter zijn boot, gaat de race winnen.”

Volgens Smits hebben de vissers in Zierikzee daarom dit jaar onderling afspraken gemaakt voor tijdens de race, om de schade zo veel mogelijk te beperken. “De een gaat eerst links, de ander gaat rechts en zo kom je hier al vandaan met een compromis.”

Kreeftenvisser Evert van de Zande ligt ook al een paar nachten wakker van de aanstaande race. Toch is hij niet bang voor een slechte afloop. “Ik heb de snelste boot hier,” zegt hij lachend. Een alternatief voor de race hoeft van hem dan ook niet zo nodig. “Ik zou niet weten hoe het anders moet. Er zijn redelijk wat vissers en ze willen allemaal de goede plekjes, dus dan moet je toch iets.”

Op het water moet je het uiteindelijk oplossen. Als je daar wat overlegt, kan iedereen lekker naast elkaar vissen.”

Evert van de Zande, kreeftenvisser uit Zierikzee

Wat Smits betreft is dit wel de laatste kreeftenrace in Zeeland, al moeten de vissers dan wel meer gaan samenwerken om tot een goed alternatief te komen. Daar wordt nu al wel over gepraat, maar de meningen verschillen nog te veel om tot een definitieve oplossing te komen. “Er zijn best een boel vrije vergunningen, maar als iedereen wil blijven vissen, zullen de vissers toch wat toe moeten geven. In goed overleg moeten we een heel eind komen. Waar een wil is, is een weg,” legt hij uit.

Evert gelooft niet zo in een goede uitkomst door onderling overleg. “Iedereen wil op de goede plekken liggen, dus daar kom je niet zo maar uit.” De jonge visser heeft meer vertrouwen in overleg op het water tijdens een kreeftenrace. “Op het water moet je het uiteindelijk oplossen. Als je daar wat overlegt, kan iedereen lekker naast elkaar vissen. Redelijk intensief, maar het is maar voor drie maanden,” besluit hij. Bekijk hier de video. (bron: Omroep Zeeland / foto: Omroep Zeeland)

6 maart 2018
zierikzee
Nieuws, Omroep Zeeland, Evert van de Zande, Huib Smits, kreeft, Kreeftenrace, Nationaal Park Oosterschelde, ZZ22

Het bruinvisleven in Oosterschelde meer ontrafeld

Sinds Stichting Rugvin in 2009 een deel van haar onderzoekspijlen ook richtte op de Oosterschelde, is de kennis over Nederlands talrijkste walvisachtige, de bruinvis, toegenomen. Vooral de herkenning van individuele dieren aan de hand van systematisch foto-identificatie onderzoek heeft hieraan bijgedragen. In de afgelopen drie jaar zijn er duizenden foto’s genomen. En met een succesvol resultaat! In 2009 startte Stichting Rugvin met de jaarlijkse bruinvistelling in de Oosterschelde, gevolgd door akoestisch onderzoek in 2010. Sinds enkele jaren is daar een belangrijk onderzoek aan toegevoegd, namelijk het foto-identificatie project (“Photo ID”). Bij dit onderzoek worden individuele bruinvissen op foto’s herkend aan de hand van kleurpigmenten, rugvinvorm en littekens. Hiermee wordt een beeld gevormd over de populatiegrootte van de in de Oosterschelde levende bruinvissen, hoe lang de dieren in deze wateren verblijven en wat hun locatie voorkeur is. Daarnaast is het soms, door de aanwezigheid van een kalf, mogelijk het geslacht van het volwassen dier te bepalen. Lees verder. (bron: stichting Rugvin / foto: Annemieke Podt)

15 november 2017
zierikzee
nieuws 2017 november, Annemieke Podt, bruinvis, Nationaal Park Oosterschelde, stichting Rugvin

Nieuwe percelen voorkomen mosseltekort

Met opslagplaatsen, officieel verwaterpercelen, op nieuwe plekken midden in de Oosterschelde wil de mosselsector voorkomen dat mosselen besmet raken met tetrodotoxine (TTX) en dat er leveringsproblemen ontstaan zoals vorig jaar. Toen raakten veel mosselen in de voorraadkamer besmet met het gif. De nieuwe opslagplaatsen liggen vlak bij de Zeelandbrug bij Zierikzee. Hier liggen de mosselen die klaar zijn voor consumptie. De nieuwe plek is beter, omdat het water daar meer ververst wordt dan bij Yerseke waar de meeste verwaterpercelen liggen. “De percelen bij Yerseke liggen in een kom en daar stroomt het water in een rondje, wat het ontstaan van TTX bevordert”, aldus voorzitter Wouter van Zandbrink van de Vereniging De Mosselhandel. Het is niet zo dat nu alle mosselvoorraad wordt verplaatst naar de percelen bij de Zeelandbrug. Dat is voor de mosselhandelaren economisch niet aantrekkelijk, omdat die percelen op een uur varen liggen van Yerseke. Logistiek gezien is het beter om de voorraad dicht bij de deur te hebben van de vissersplaats. Zeker in het hoogseizoen, wanneer de fabrieken 24 uur per dag draaien, is het niet fijn dat de voorraad zo ver varen van de fabrieken ligt”, aldus Van Zandbrink. De nieuwe opslagplaatsen zijn er eigenlijk alleen in geval van nood, wanneer de percelen bij Yerseke gesloten worden vanwege de aanwezigheid van TTX. Dit jaar verwacht de sector dat er twee tot drie weken geen gebruik gemaakt kan worden van de gebieden bij Yerseke en dat ze dan moeten uitwijken naar Zierikzee. Het probleem waar de mosselhandelaren vorig jaar tegen aan liepen, was dat ze geen back-up hadden voor de verloren voorraad. Dat willen ze nu voorkomen.  Tot vorig jaar was er weinig kennis bij experts over TTX. Toen het gif werd gevonden in de mosselen wisten de instanties in eerste instantie niet wat ze ermee moesten doen. Vanwege het gebrek aan kennis, besloot de rijksoverheid toen te controleren op nul-tolerantie. Wat betekent dat er weinig tot geen TTX in de mosselen mocht zitten om ze te mogen verkopen.  Onder druk van de mosselsector is er door Nederland aangedrongen om een Europese norm in te stellen. Alleen Nederland controleert op TTX en grijpt ook in als dat nodig is. Andere Europese landen doen dat niet. Vorige maand kwam het Europese milieu agentschap, EFSA, met het advies dat de norm verhoogd kan worden naar 44 microgram per kilo lichaamsgewicht. Nu mag iemand maar 20 microgram TTX naar binnen krijgen per kilo lichaamsgewicht. Inmiddels hebben Nederlandse onderzoekers, van onder meer het RIVM, de Nederlandse Voedsel en Waren autoriteit en de Universiteit Utrecht geconcludeerd dat de norm verhoogd kan worden naar 110 microgram per kilo zonder schadelijke gevolgen. Het ministerie van Volksgezondheid heeft nog geen besluit genomen over een nieuwe norm. Dat betekent dat er voorlopig nog net zo streng gecontroleerd wordt als vorig jaar. Het ministerie heeft laten weten volgende week in overleg te gaan met de mosselsector over een eventuele nieuwe norm. Bekijk hier de video. (bron: Omroep Zeeland / foto: Omroep Zeeland)

2 juni 2017
zierikzee
nieuws 2017 juni, Omroep Zeeland, De Mosselhandel, EFSA, gif, Mosselen, Nationaal Park Oosterschelde, Nederlandse Voedsel en Waren autoriteit, opslagplaats, RIVM, Tetrodotoxine, TTX, Universiteit Utrecht, Vereniging, Wouter van Zandbrink, Zeelandbrug, Zierikzee

Jongeren adviseren over bedreigingen bruinvis

Middelbare scholieren uit Goes en Zierikzee presenteren op 1 februari hun ideeën om de bedreigingen voor de bruinvis in de Oosterschelde te verminderen. IVN Zeeland daagde de Zeeuwse leerlingen uit om mee te helpen aan onderzoek naar de kleinste tandwalvis in Zeeland. Nationaal Park Oosterschelde (NPO) is er trots op dat de bruinvis voorkomt in Zeeland. Het nationaal park deelt deze trots graag met jongeren. Maar de bruinvis staat ook onder druk, onder meer door scheepvaart, vervuiling en voedseltekort. Over de bedreigingen waar hij in NPO mee te maken heeft, is nog veel onbekend. IVN Zeeland betrekt jongeren bij de problematiek in het kader van het project ‘Scholen voor Duurzaamheid Zeezoogdieren’. Drie klassen hebben zich de afgelopen maanden verdiept in de bedreigingen voor de bruinvis. De beste adviezen worden op 1 februari in Goes gepresenteerd aan betrokken deskundigen van NPO, stichting Rugvin, Hogeschool Zeeland, provincie Zeeland, onderzoeksinstituut TNO en EHBZ (Eerste Hulp Bij Zeezoogdieren). Momenteel leggen leerlingen van het Calvijn College Goes (eerstejaars gymnasium) en Pontes Pieter Zeeman in Zierikzee (4 havo/vwo Technasium) de laatste hand aan hun adviezen. Voor hun onderzoek hebben ze een gastles gehad van een wetenschapper/onderzoeker en proeven gedaan in het waterlab van HZ of buiten. Op deze manier kregen de jongeren een beeld van hoe het is om onderzoeker te zijn. De adviezen van de leerlingen richten zich op vragen als: Heeft de aanleg van kunstmatige oesterriffen effect op de bruinvis en het ecosysteem in NPO? Inventariseer de akoestische vervuiling die een bruinvis in NPO ervaart. Kies één verstoring uit en bedenk een alternatief. (bron; WereldRegio)

27 januari 2017
zierikzee
Nieuws, bruinvis, Nationaal Park Oosterschelde, Oosterschelde, Pontes Pieter Zeeman, Zierikzee