De dikke toren (2)

 

                                        de

                           dikke toren

 

       meisjesjaren lang heb ik mijn leven gedeeld

       met dat lelijke beeld dat mijn uitzicht spleet:

       hoe ver had ik wel kunnen kijken, hoe blauw

       was de hemel wel/niet geweest als die grauw

    gebakken lucht, onaf en louter overgewicht, daar

    niet had  gestaan? o,  zonder dat monster was ik

    zeker van een mooier bestaan! met het guur van

    de winter vroor de toren zich  vast in de kilte van

    mijn  slaapkamerraam en met het zomers getuur

    van toeristen wist ik geen raad want zagen ze mij

  ook als ik hen kon zien staan? mijn blikveld verruim-

  end met lezen trof mij evenwel een bijzonder gege-

  ven:  in één acht zes zeven bleek de toren bestegen

  door Victor Hugo! o hoe vlug klom ik de 281 treden

  en  kuste berouwvol en  vurig  die koude torenrand

waar naar ik hoopte ooit rustte de superbe dichtershand

 

 

Belle van Bru