OPROEREN

De regenten beschouwden zich als vaders van het land, die het beste voor hadden met de inwoners ervan. Maar er waren momenten dat niet iedereen dat zomaar accepteerde. Vooral wanneer de heren van het stadhuis weinig Oranjegezind leken te zijn. Toen de republiek in 1672 van ale kanten werd aangevallen, leidde dat in veel steden tot volksbewegingen tegen de regenten, die de benoeming van Willem III tot stadhouder zouden tegenwerken. Op 11 juli van dat jaar gooiden boeren en vissers de ramen van het stadhuis in en in de haven werd een schip van een regent geplunderd. De heren regenten werden gedwongen hun onderling contract te verscheuren en verzochten ontslag. Maar de Prins herstelde hen bijna allen weer in hun ambten. Een soortgelijke aanleiding was er in 1747. Franse troepen waren Zeeuws-Vlaanderen binnengevallen. Op de 25e april werd Willem IV in Veere tot stadhouder uitgeroepen. Nog diezelfde dag werden de ramen van het Zierikzeese stadhuis ingeworpen. De boeren van eiland kwamen naar de stad om “te helpen”. Enkele regenten werden gemolesteerd. Vooral dr. Jacob de Witte moest het ontgelden

omdat men hem, geheel ten onrechte, hield voor een familielid van de in 1672 vermoorde gebroeders de Witt. Een dag later werd het stadhuis geplunderd. Op de 27e dreigden scheepstimmerlieden af te rekenen met de regenten. De schrik zat er zo diep in dat geen van hen zich durfde te vertonen. Evenals in 1672 hielpen de predikanten, waarin het volk veel vertrouwen stelde, om een tijdelijke regering te benoemen, waarin vertegenwoordigers van het platteland werden opgenomen. De uit Den-Haag teruggekeede mr. Pieter Mogge, dezelfde die Zierikzee zo genereus zou bedenken met een legaat, werd gemolesteerd en in verzekerde bewaring gesteld. De komst van soldaten verhinderde verdere escalatie. De Prins (zie foto) bezocht op 2 juni de stad en ontsloeg 3 raadsleden, die zich erg gehaat hadden gemaakt. Een nog veel heviger oproer volgde in 1787. Veel regenten behoorden tot de partij van de patriotten. Na allerlei schermutselingen met de Oranjegezinden vanaf het jaar ervoor kwam het maandag 24 september 1787 tot een uitbarsting. Een compagnie van het patriottissche exercitiegenootschap “Voor Eendracht en Vrijheid” werd in het nauw gedreven en vuurde op het volk, hetgeen 3 levens kostte. Het woedende publiek nam wraak. De boerejn werden naar de stad gedirigeerd en 7 uur lang werden onder het luiden van de klokken de huizen van de patriotten geplunderd. Na afloop bood de stad een chaotische aanblik. Meer dan 100 huizen waren geplunderd, waarvan 73 geheel. De Oude Haven lag vol met kapot geslagen meubilair en de straten zagen wit van de veren van opengesneden matrassen en kussens. Onder leiding van de Oranjegezinde dokter Pieter Abraham de Jonge werd de rust weer hersteld. De Prins ontsloeg 6 regenten. Op 24 en 25 februari 1788 vonden nog uitgebreide plunderingen plaats in westelijk Schouwen.

 

bron: Zierikzee Monumentenstad aan de Schelde, tekst H. Uil