MIJNENJAGER ZR.MS. ZIERIKZEE

Nauw met Zierikzee verbonden is de mijnenjager Zr.Ms. Zierikzee van de Koninklijke Marine. Het is binnen de Marine traditie om schepen te vernoemen naar steden. Grote steden geven hun naam aan grote schepen, zoals Zr.Ms. Rotterdam en Zr.Ms. Amsterdam. Mijnenjagers, en vroeger de mijnenvegers, worden veelal vernoemd naar middelgrote of kleine steden. Trots is Zierikzee dan ook dat een schip naar de stad is vernoemd. Van dit schip werd de kiel gelegd op 25 februari 1985. Het werd te water gelaten op 4 oktober 1986 en in dienst gesteld op 7 mei 1987. Voorgangers waren:

1653-1673 Linieschip, Admiraliteit van Zeeland

1688-1712 Schip, Admiraliteit van Zeeland

1693-1696 Schip, Admiraliteit van Zeeland

1733-1782 Linieschip, Admiraliteit van Zeeland

1747-1747 Hoeker, Admiraliteit van Zeeland

 

 

In de jaren 70 besloten Frankrijk, België en Nederland om gezamenlijk een mijnenjager te ontwikkelen.

De landen zouden zelf de scheepsrompen bouwen, waarna Frankrijk de apparatuur voor het mijnenjagen zou leveren, België het elektronische systeem en Nederland de voortstuwing. Vanwege deze drievoudige samenwerking is de internationale naam van deze scheepsklasse Tripartite-klasse. Frankrijk en Nederland schaften elk 15 mijnenjagers aan, België 10. Later bestelde Indonesië er twee bij Nederland. Pakistan bestelde twee bij Frankrijk en bouwde er zelf ook nog één. In 1979 is de kiel gelegd voor de eerste Nederlandse mijnenjager, Zr.Ms. Alkmaar. In 1982 is ze te water gelaten en in 1983 in dienst gesteld. Zr.Ms. Willemstad, de laatste mijnenjager, is in 1989 in dienst gesteld. 

Het opvallendste aan de mijnenjager is de nagenoeg volledige afwezigheid van staal: de romp is van polyester en de opbouw van aluminium. Dit is gedaan omdat veel zeemijnen reageren op verstoringen van het magnetische veld.  Begin 21e eeuw zijn de eerste 5 Alkmaar-klasse mijnenjagers uit dienst gesteld. De overige 10 Nederlandse mijnenjagers zijn gemoderniseerd in het zogeheten Project Adjusting Mine-counter-meassures-capability, oftewel PAM, waarbij de electronische sensoren zijn verbeterd om de mijnbestrijdingscapaciteit te verbeteren.

 

Vanaf 2012 werden vanwege bezuinigingsmaatregelen 4 schepen afgevoerd: Zr. Ms. Haarlem, Zr. Ms. Maassluis, Zr. Ms. Hellevoetsluis en Zr. Ms. Middelburg.


 

Technische gegevens Alkmaar-klasse

Waterverplaatsing: 543 ton

Afmetingen (LxB): 51,5 x 8,9 meter (grootste afmeting)

Diepgang: 3,8 meter

Snelheid: 15 knopen

Voortstuwing: Stork Werkspoor 1.860 pk

Bemanning: 44 man

Bewapening: Oerlikon-mitrailleurs 20 mm; 2 PAP 104 MNV

 

 

 

 

 

 

 

Op 19 juli 2012 werd het schip gedokt en startte een onderhoudsperiode. De Zierikzee werd onderhouden door de Belgische Marine als onderdeel van de Belgisch Nederlandse samenwerking en is de eerste Nederlandse mijnenjager die in de nieuwe bi-nationale kleurstelling wordt opgeleverd. Tijdens de onderhoudsperiode heeft een deel van de Nederlandse bemanning het onderhoud in Zeebrugge begeleid en ondersteund.

 

 

Half maart 2013 werd de Zr.Ms. Zierikzee, na bijna 8 maanden op het droge, in Zeebrugge weer te water gelaten. 

 

Er is een wezenlijk belang van de unieke capaciteit van deze groep schepen. Immers, het verkeer op de Noordzee en in de aanloop van belangrijke zeehavens zouden zomaar stil gelegd kunnen worden door mijnendreiging. Dat kon men ook zien tijdens de operatie Unified Protector voor de kust van Libië. Een Frans fregat en haar boordhelikopter ontdekten daar mijnenlegactiviteit door Kadhaffi- aanhangers voor de kust van Misratah. Dat zorgde ervoor dat het humanitaire scheepvaartverkeer stil kwam te liggen. De bemanningen van Zr.Ms. Haarlem, Zr.Ms. Vlaardingen en Zr.Ms. Middelburg zijn daarop meteen adequaat in actie gekomen. Het bewijst echter ook dat de mijnendreiging reëel is en dat er een hoop werk ligt op het bord van de zes mijnenjagers die we nog varende hebben.

De mijnenjagers worden dichter bij huis continu ingezet in de operatie Beneficial Cooperation, om de Nederlandse vaarwateren mijnenvrij te houden. Regelmatig varen ze uit voor het ruimen van explosieven op de Noordzee.

 


 

 

bron: tekst en foto’s Ministerie van Defensie en KVMO.nl