POL PRAET (1879-1981)

(markante verschijning)

Napoleon Ludovicus Praet werd geboren in Nieuw-Namen, behorend tot de gemeente Clinge. Hij woonde er precies op de grens. Zelf vertelde Pol daarover dat hij de voordeur uitliep hij Nederlander was en als hij dat deed via de achterdeur hij Belg was. Hoewel hij het grootste gedeelte van zijn leven in Zierikzee woonde, bleef Pol een Zeeuws-Vlaming. Net zoals zijn landgenoten had hij die opmerkelijke mix van een Nederlandse degelijkheid en Vlaamse rondborstigheid. Pol stond in Zierikzee vanwege zijn lengte beter bekend als Polletje Praet. Zelf prefereerde Pol de voornaam Poleon. Kort na zijn huwelijk in 1917 met de in Antwerpen geboren Rosalia Broeckaert verhuisde het echtpaar naar Zierikzee. Ze gingen wonen aan de Nieuwe Haven (nummer 33). Pol en Rosalia kregen samen zes kinderen. Het leed bleef het echtpaar niet gespaard want twee van hun zoontjes overleden op jonge leeftijd. Pol ging aan de slag als mosselvisser en met succes. Met zijn ZZ5 kwam hij de moeilijke crisisjaren en de tweede wereldoorlog door. Pol kon zijn zaak overgdragen aan zijn twee zoons Constantinus Ludovicus en Petrus maar was tot op hoge leeftijd actief. Als mosselvisser in hart en nieren kostte het afscheid nemen van ziujn bedrijf Pol grote moeite. Polletje Praet werd een karakteristiek figuur. Vele Zierikzeeënaars zullen zich zijn stekkerende gang door de stad herinneren. Hij was een opgewekt mens en dat uitte zich in een grote voorliefde voor zingen. Tot op hoge leeftijd kende hij heel veel liedjes uit zijn hoofd. Toen Inez van Oord van de PZC Pol interviewde ter gelegenheid van zijn honderdste verjaardag ontkwam ook zij er niet aan een zingende Pol mee te maken. Stampvoetend en slaand met zijnhanden op de tafel klonk het: ‘De hele nacht, daar moet je jong, daar moet je jong, daar moet je jong voor zijn’. Zingen dat deed Pol wanneer hij alleen was op zijn schip. Dan galmden zijn liedjes over de Oosterschelde.  Een andere opvallende karakteristiek waren zijn pittige uitspraken. ‘Een derde van de mensen is onkruid, is slecht’, vertelde hij tegen de journaliste van de PZC. Daarmee maakte Pol meteen duidelijk dat hij tot het twee derde deel behoorde. De jourtnalist van de Zierikzeesche Nieuwsbode werd deelgenot gemaakt van zijn lijfspreuk: ‘Eerlijkheid en vlijt gedijen altijd, leugen en bedrog nooit. Een gering bedrag en een vlijtige hand is meer dan rijkdom van een bedrieger. Als je dat ter harte neemt, komt alles vanzelf.’ Tenslotte had Pol in geloofszaken een besliste keus gemaakt. In zijn zwarte kleren en met een zwarte hoed op was Pol een trouw bezoeker van de Rooms-katholieke kerk. Bijna ieder jaar ging hij op bedevaart naar Lourdes. Met plezier vertelde Pol over het door hem beleefde wonder. Op een dag wilde hij met zijn schip het Zierikzeese havenkanaal binnenvaren maar de motor begaf het. Met veel moeite slaagde hij erin het schip ana de kaai te leggen. De volgende dag moest Pol met de gevangen mossels naar Yerseke maar daar viel niet aan te denken met zo’n kapotte motor. Toch probeerde Pol of de motor wilde starten. Warempel het ding deed het, volgens Pol, ‘wonder boven wonder’. Dat deed hem zeggen: ‘God is de baas en zorgt voor mij, daar hoef ik niet bang voor te zijn.’ Pols honderdste verjaardag was een groot feest inclusief mis, een receptie in Mondragon, een telegram van de koningin, het bezoek van mevrouw Boertien-Velema, echtgenote van de commissaris van de koningin, burgemeester De Meester, wethouder Van Gastel en pastoor De Graaf. (foto: Johan D.C. Berrevoets sr., collectie gemeentearchief Schouwen-Duiveland)

tekst: H. Uil, gemeentearchivaris van Schouwen-Duiveland