LIEVEN LEMSE (1505-1568)

Gezondheid is een kostbare schat. De mogelijkheden voor de genezing van ziekten en kwalen zijn in de loop van de tijd groter en beter geworden. Dat is te danken aan generaties medici die onderzoek deden en proeven namen. De geneeskunde is bij uitstek een terrein waarin zich grote veranderingen voltrokken. De doktoren hebben hun kennis vooral opgebouwd door ervaringen te delen en publicaties uit te wisselen. Ook Zierikzeese medici hebben hun bijdrage geleverd aan deze ontwikkelingen.

Levinus Lemnius was in zijn tijd een grote beroemdheid. Naar de mode van zijn tijd had hij zijn naam in het Latijn vertaald, Levinus Lemnius.  In alledaags Zierikzee was hij bekend als Lieven Lemse. Zijn ouders waren zodanig gegoed dat hij naar de Zierikzeese Latijnse school mocht. Uitsluitend ging hij verder leren in Gent. Daar maakte Lieven kennis met de publicaties van Erasmus. Daarna, vanaf 1521, studeerde hij in Leuven, de enige universiteit in de Lage Landen. Lieven studeerde aanvankelijk theologie en beheerste zodoende niet alleen Latijn maar ook Grieks en Hebreeuws. De geneeskunde trok hem uiteindelijk meer aan. Vermoedelijk heeft Lemnius, net zoals vele oud-studenten, aansluitend Italië bezocht en is daar wellicht tot doctor in de geneeskunde gepromoveerd. Korte tijd was Lemnius arts in Brugge. Omstreeks 1527 verstigde hij zich in zijn vaderstad om zijn stadsgenoten bij te staan in hun ziekten. Hij trouwde en woonde in een huis aan de westzijde van de Manhuisstraat waar nu het appartementcomplex ‘de Veste’ staat. Een van zijn kinderen, Willem Lemnius, trad in de voetsporen van zijn vader. Levinus Lemnius werd een algemeen gewaardeerd medicus, ‘die de bevolking van zijn stad in tijden van vreugde en tegenspoed bijstond’, zo schreef oud-huisarts C.M. van Hoorn, die in 1978 promoveerde op een dissertatie over het leven en werk van zijn beroemde voorganger. Behalve huisarts was Lemnius ook stadsdokter wat betekende dat hij ziekten behandelde

in het gasthuis, het weeshuis en het pest- en leprozenhuis. Vooral zijn moedige houding tijdens pestepidemieën, die als een zware gesel grote delen van de bevolking in de dood konden slepen, werd geprezen. Niemand deed tevergeefs een beroep op Lemnius. Waarschijnlijk is Lemnius op het eind van zijn leven kanunnik geworden in de Sint Lievensmonsterkerk. In deze periode reisde hij veel. Hij bezocht Londen, Italië en Zwitserland en had er talrijke ontmoetingen met medici en geleerden. In 1559 had Lemnius zijn roem op geneeskundig terrein gevestigd met een boek dat als titel Occulta Naturae Miracula (de geheime wonderen van de natuur) kreeg. In 1564 verscheen een nieuwe editie met een iets gewijzigde titel. Als man van zijn tijd was hij veelzijdig. Dat blijkt uit andere publicaties van zijn hand waarin hij onder meer ingaat op de studie van de letterkunde en de pedagogiek. 63 jaar oud overleed hij in 1568. Zijn grafsteen bleef, hoewel niet meer compleet, gespaard en berust in het stadhuismuseum. In de geneeskunde overbrugde Lemnius de tijd van de middeleeuwen naar de renaissance. Vooruitstrevend waren zijn waarnemingen ten aanzien van planten, zijn verzet tegen  astrologie, de alchemie en andere zaken, die we nu als buitenissig ervaren. Epilepsie bijvoorbeeld verklaarde Lemnius niet vanwege demonische invloeden maar vanuit een stoornis in de hersenen. De invloed van Lemnius was groot dankzij de vertalingen van zijn werk en de uitgebreide citaten in andere boeken.

tekst: H. Uil, gemeentearchivaris van Schouwen-Duiveland