Pieter Dignus de Vos (1866-1942)

Pieter Dignus de Vos werd op 13 augustus1866 geboren als zoon van een Zierikzeese horlogemaker. Hij was een rasechte Zierikzeeënaar, die zich zijn leven lang sterk verbonden bleef voelen met zijn geboortestad en met Schouwen-Duiveland. Had het echter aan hem gelegen dan was hij de wijde wereld ingetrokken. Zijn ouders dachten daar anders over en zagen hun Piet het liefst in de buurt blijven. Toen Piet in de vierde klas van de Hogere Burgerschool bleef zitten, verliet hij de schoolbanken. Ondertussen had de geschiedenis hem te pakken gekregen. Nog maar twaalf jaar oud verzamelde hij alles wat te maken had met Zierikzee. Van het sparen van munten verlegde hij zijn verzamelwoede naar boeken over de geschiedenis van Zierikzee en Zeeland. Aanvankelijk volgde
hij privéonderwijs om zich voor te bereiden op de akte middelbare geschiedenis. Tegen de verwachtingen in – Piet had een fenomenaal geheugen – zakte hij. Het verlangen om zeeman te worden, was daar debet aan. Piet schikte zich in zijn lot en vond in de historie een uitlaatklep. In 1887 verscheen zijn eerste artikel onder pseudoniem in de Zierikzeesche Nieuwsbode. Van dat schrijven – Piet deed ook journalistiek werk – was echter niet te leven. In 1890 werd hij klerk op het kantoor van de collecteur van de Staatsloterij. Een jaar later werd hij aangesteld als volontair op de gemeentesecretarie. Piet werkte zich snel in en werd een bekwaam en gewaardeerd ambtenaar. In 1895 werd hij commiesgriffier, de functionaris direct onder de gemeentesecretaris. Dat hij dicht bij de stedelijke archieven zat, bevredigde zijn passie. Met instemming van zijn superieuren wijdde hij zich aan het ordenen van de paparassen. Piets grootste hobby werd de genealogie. Hij stelde talloze stambomen samen. Mede dankzij zijn werk als ambtenaar van de burgerlijke stand en zijn voortreffelijk geheugen een vraagbaak voor velen. Zo kon het gebeuren dat De Vos, nadat hij op de scheerstoel had plaatsgenomen, tegen de kappersbediende – ter zijde: mijn vader – opmerkte: ‘Je moeder was toch gisteren jarig? Gefeliciteerd!’. In 1920 werd De Vos de eerste gemeentearchivaris van Zierikzee. Het werd zijn levensbestemming. Voortaan kon hij zich wijden aan het beheer van de stedelijke archieven, beantwoordde hij vragen en stelde hij zijn kennis van het verleden in dienst van het
gemeentebestuur. De schrijfactiviteiten van De Vos vonden in 1931 hun bekroning in de verschijning van een dik boek over de vroedschap van Zierikzee. Het bevat een overzicht van alle leden van de stadsraad, met hun voor- en nageslacht, voorzien van uitvoerige aantekeningen en een inleiding. Tot op heden is het werk van onschatbare waarde en wordt het breed gewaardeerd door historici. Ook zijn andere publicaties zijn van grote informatieve waarde en af en toe is de romanticus, die De Vos was, erin te beluisteren. In 1933 kreeg De Vos, die ongehuwd bleef, eervol ontslag als gemeentearchivaris maar ging hij verder als tijdelijke ambtenaar. In 1939 trad hij definitief terug. Drie jaar later, 8 september 1942, overleed hij. Zijn laatste levensfase, toen hij lichamelijk en geestelijk achteruit ging, bracht hij door in het gezin van zijn vriend Piet van Beveren. Deze zou hem later op gaan volgen. De Vos werd begraven in het graf bij zijn ouders op de algemene begraafplaats. Door de goede zorgen van zijn nicht, mevr. J.C.F. de Vos, ligt het graf er keurig bij. De gemeenteraad van Zierikzee eerde de Vos in 1948 door een straat naar hem te vernoemen. (foto’s: collectie Gemeentearchief Schouwen-Duiveland)

tekst: Huib Uil, gemeentearchivaris van Schouwen-Duiveland