KERMIS

De roemruchte revue van Louis Bouwmeester kwam er voor naar Zierikzee, evenals de geheel zonder armen geboren – en volgens de annalen destijds wereldberoemde – voetpianist Professor Pierre. De kermis van toen was er een met potsenmakers, waarzeggers en de wonderdokter. De kermis anno 2012 is er een met computergestuurd spektakel én ‘ouderwets’ tijdloos vermaak als de schiettent en de touwtjetrek. Ooit begon het als een wijdingsfeest ter ere van het gereed komen van een Nieuwe kerk. De ‘kerkmis’ werd in de loop der jaren een kermis. Het wijdingsfeest werd volksvermaak. Vermaak waar gans Schouwen-Duiveland reikhalzend naar uitkeek. Wijdverspreid vermaak, want in de eerste helft van de 20e eeuw werd in bijna alle kernen

op het eiland – tot buurtschappen als Nieuwekerke en Rengerskerke aan toe – kermis gevierd. Zierikzee was één van de grootste en die gaf een bonte rij van variététoneel, loterijen, snoep en koekkramen te zien. Aan de Oude Haven stond een grote schouwburg waar de meest uiteenlopende drama’s (Siegfried of onschuld en misdaad, Het middagmaal van Magdalena) werden opgevoerd. Plaatselijke ondernemers deden eveneens hun best om het publiek kermisvertier voor te schotelen, variërend van de al genoemde revue van Louis Bouwmeester tot luistermuziek in café La France aan Lange Nobelstraat.   
De kermis of jaarmarkt werd op de eerste maandag in September om 10.00 uur door de grote stadhuisklok tot driemaal toe echt ‘ingeluid’, onmiddelijk gevolgd door het doffe gedreun van neerploffende planken voor verschillende attracties en duurde toen elf dagen. Toneelvoorstellingen werden gedurende de kermisdagen meestal gegeven in een gebouw aan de noordzijde van de Grote- of Nieuwe Kerk. In de logementen van Van Oppen aan de Verernieuwstraat en Knulst het huidige appartementencomplex ‘de Mossele’ aan het Kraanplein werd een open bal gehouden. Een heer betaalde daar anderhalve gulden entree, maar kreeg daarvoor een goede fles wijn. Dames hadden vrije toegang. Bij Van Oppen werd de muziek verzorgd onder leiding van stadsmuziekmeester Charles Hofman. In het logement ‘De Korenbeurs’ van J.H.H. de Korte,
naast de Kleine- of Gasthuiskerk, was de entree maar dertig cent. Behalve kramen in de Poststraat en aan weerszijden van het Havenplein, Havenpark en Oude Haven tot voorbij het Kraanplein, waren er ook wondermensen en wonderdieren te bekijken. Het was een merkwaardige gewoonte in die tijd, dat op de dag van het inluiden van de kermis bijna alle ambachtslieden teveel dronken. Dat gold voor de bazen evengoed als hun knechts. Kermis was eeuwenlang vrijwel de enige mogelijkheid voor het volk om zich te vermaken. Doordat de techniek de romantiek verdreef, lijkt de kermis dood te zijn en lijkt het erop alsof het allemaal voorbij is, maar dat is slechts schijn. Men leefde in de 19e eeuw en enige tientallen jaren in de 20e eeuw naar de kermis toe
, een vol jaar lang. Er werd gespaard om met een wat royalere beurs te kunnen kermis vieren. Kermis was het niet alleen op het Havenplein en Kraanplein, waar gewoonlijk de kermisattributen waren opgebouwd. Kermis was het vooral ook in de café’s en zelfs de winkelstand deed mee door kermisaanbiedingen te lanceren of artikelen aan te prijzen als “kermiscadeau”. De kermis zelf bracht de mensen in een soort sprookjes- of droomwereld, die in niets leek op het eigen, sobere bestaan. Kermis van toen betekende: dikke, rode fluwelen gordijnen, kralen en spiegels, barok beeldhouwwerk met krullen en tierlantijnen, met steigenrende paarden, glimmend gepoetste, gedraaide koperen stangen, gondels, paarden en orgels en niet te vergeten de ‘kop van Jut’. De levende paarden van de carrrousel werden van hout, zij het eerst nog wel rondgetrokken door een echt paard. Later stond de stoomcarrousel van Schildmeijer, later die van Janvier  centraal. Deze carroussel had een monumentale ingang met twee steigerende paarden. Verder waren er onder andere tezien: rollende tonnen; een cake-walk; een grote danstent; rodelbaan; kinetograaf; wassenbeeldenspel; Amerikaanse hoepla’s… en veel mooie kramen, waarvan het best in herinnering z
ijn gebleven die van de wafelbakkers Bezooyen en de suikerkraam van De Leeuw, waarin de oude heer met zijn zwart kalotje op achter de toonbank stond. Begin 20e eeuw deed een nieuw fenomeen zijn intreden op de kermis: de projectie van lichtbeelden. The Alber’s Cineograph stond op het Havenplein en verzorgde daar tijdens de kermis van september 1900 een ‘voorstelling van levende photografieën’ en dagelijks meerdere ‘schitterende voorstellingen’. De kermisinrichtingen, vroeger weinig omvangrijke houten etablissementen, die vaak per schip werden vervoerd, werden steeds omvangrijker en de investeringen groter, zodat een goede bedrijfsvoering noodzakelijk werd. Een van de grote attracties uit het voor-mechanische tijdperk van de kermis was ook de rodelbaan, een gigantische attractie voor die jaren. In augustus 1917 was er zo’n rodelbaan opgebouwd op het Zierikzeese Zomerfeest. Behalve de ‘paeremart’ was de ‘kerremisse’ een jaarlijks terugkerende belevenis in het Schouwse centrumstadje. Aangezien er in 1917 Engelse bommen op de stad waren gevallen, vond men dat de kermis niet passend was. Intensieve stadsgenoten spraken daarom in dat jaar van ‘Zomerfeest’ , eigenlijk de kermis met een andere naam.
Anno 2012 is kermis een heel ander soort vermaak, waarbij het accent de laatste jaren is verschoven naar spectaculaire attracties voor thrill-seekers. Het aantal kermissen is op Schouwen-Duiveland drastisch teruggelopen. De kermis doet alleen Zierikzee, Renesse, Haamstede en Brouwershaven nog maar aan. Waarbij aangetekend dient te worden dat de kermis in Renesse is uitgegroeid van een doorsnee dorpskermis naar de een na grootste van Zeeland. Compleet met zinsbegoochelende attracties als de omgekeerde bungeejump en megawolenwiek de Booster. De aloude autoscooter is in Zierikzee en Haamstede niet langer present. Jongeren willen meer spektakel en daarom wordt telkens weer gezocht naar nieuwe attacties. (foto’s: gemeentearchief Schouwen-Duiveland)