VLOEDPLANKEN

Als gevolg van de stormvloed in de nacht van 14 op 15 januari 1808, waarbij het water de zijstraten van de Nieuwe Haven instroomde, bepaalde het stadsbestuur dat vloedplanken, met een hoogte van 50 cm moesten worden aangeschaft. Voordien was hieraan nooit behoefte geweest. Later, in 1825, werden deze nog eens met 20 cm verhoogd tot 70 cm. Met deze vloedplanken werden niet alleen de zijstraten afgesloten, maar ze werden ook voor de deuren en ramen gezet. Aan de zijkanten van de straten (bijvoorbeeld hier rechts op de foto op de hoek Pottenbakkersstraat-Oude Haven) kan men nog steeds de sleuven zien, waarin de balken (hier links op de foto aan de Nieuwe Haven) werden geplaatst. De kieren maakte men dicht met een speciale kleisoort afkomstig van de schorren van het Stelletje.

Op de hoeken van de straten moest ingemetselde bakken steeds een voorraad van deze klei aanwezig zijn. Was de hoeveelheid niet toeleikend, dan smeerde men de spleten verder aan met margarine. Iedere zijstraat van de Oude- en Nieuwe Haven had een voorman, die bij dreigend gevaar van gemeentewege werd gewaarschuwd. Zelf moest hij dan zijn bewakingsploeg alarmeren, om zijn straatgedeelte te beschermen. Jaarlijks werd van stadswege schouw gehouden of de vloedplanken en bijbehorende zaken aan de gestelde eisen voldeden. Na de ramp van 1953 werd in het Havenkanaal een keersluis aangebracht, die in 1959 ging functioneren. Deze wordt afgesloten als hoge vloed dreigt. Overstromingsgevaar voor de stad is hiermee afgewend. (foto: Zierikzee Monumentenstad)