Typ hier de tekst van de pagina (haal deze regel gerust weg).

Scheepvaart en scheepsbouw

Scheepvaart en scheepsbouw In Zeeland heeft het water altijd een grote rol gespeeld. De aanwezigheid van water leidde tot veel handel en vervoersstromen over het water tussen de Zeeuwse eilanden en de omliggende gewesten, tot visserij op de binnen- en buitenwateren en tot een grote betrokkenheid bij de handel op Oost- en West-Indië en de oorlogvoering ter zee. Het intensieve gebruik van het water noodzaakte weer tot bescherming van de scheepvaart en tot regulering van het verkeer op het water. Voor alle vormen van gebruik van het water was de bouw en het beheer van schepen onontkoombaar. Vandaar dat Zeeland vele instanties kende die direct of indirect met scheepvaart en scheepsbouw te maken hadden. Van veel van die instanties zijn de archieven in het Zeeuws Archief bewaard gebleven. In het hierna volgende overzicht worden deze archieven per onderwerp nader toegelicht en met elkaar in verband gebracht. Dit overzicht is niet uitputtend. Alleen specifiek op maritieme zaken betrekking hebbende archieven of bepaalde stukken uit archieven worden vermeld. In het algemeen geldt dat zich ook in de bestuurlijke, notariële en rechterlijke archieven uit een bepaalde periode altijd stukken betreffende een specifiek maritiem onderwerp kunnen bevinden. Aan het slot van ieder hoofdstuk worden de archieven genoemd met de jaren waarover het archief bewaard is gebleven en het interne nummer waaronder de toegang op het archief (inventaris, plaatsingslijst of catalogus) in de studiezaal van het Zeeuws Archief is te vinden. In die gevallen waarin naar afzonderlijke archiefstukken wordt verwezen worden hier tevens de inventarisnummers van die stukken vermeld. Van inventarissen van voor Zeeland belangrijke archieven die zich buiten Zeeland bevinden (VOC, WIC, Admiraliteit) staan exemplaren ter inzage in de studiezaal. De Zeeuwse Bibliotheek (ZB) heeft, dankzij de overname in 1992 van de Technische Bibliotheek Zeeland (TBZ) te Vlissingen, een ruimere collectie maritieme naslagwerken dan de gemiddelde provinciale bibliotheek, vooral op het gebied van de negentiende en twintigste eeuw. Zowel het boekenbezit van de Zeeuwse Bibliotheek als dat van het Zeeuws Archief zijn toegankelijk via dezelfde online catalogus. De bibliotheken van de maritieme musea in Rotterdam en Amsterdam, het Maritiem Museum Rotterdam en het Nederlands Scheepvaartmuseum Amsterdam, beschikken over de meest uitgebreide maritieme boeken- en tijdschriftencollecties in Nederland. Beide bibliotheken zijn toegankelijk via het Collectie Zoeksysteem Maritiem Digitaal (www.maritiemdigitaal.nl) van alle scheepvaartmusea in Nederland, waarin naar boeken, objecten en afbeeldingen gezocht kan worden. De bibliotheek van het Zeeuws Archief beschikt daarnaast over de gedrukte catalogus van het Nederlands Scheepvaartmuseum Amsterdam uit 1960.
> W. Voorbeijtel Cannenburg, Catalogus der bibliotheek [Nederlands Historisch Scheepvaartmuseum Amsterdam] (Amsterdam 1960) 2 dln, met index in deel 2 [bibliotheek intern: 019.6 voor]
Admiraliteit en marine De neerslag van vijf eeuwen Zeeuws marinebestuur is in de archieven van diverse instanties terug te vinden. In de eerste helft van de zestiende eeuw was het bestuur over de oorlogsvloot geconcentreerd in Veere. Een klein deel van het archief van deze Admiraliteit van Veere is bewaard gebleven. Tijdens de Republiek regelde het College ter Admiraliteit in Zeeland alle zaken betreffende de oorlog te water; het archief van dit college berust in het Nationaal Archief in Den Haag. De financiële afwikkeling van de zeeoorlog was in handen van de Ontvanger-Generaal van Zeeland, die hierover in zijn ‘rekeningen te water’ verantwoording aflegde aan de Zeeuwse Rekenkamer. De bouw, verbouw, aankoop, huur, uitrusting, bevoorrading en reparatie van de schepen was in handen van de equipagemeesters in Vlissingen, Veere, Zierikzee en Middelburg. Zowel van de ontvanger-generaal als de equipagemeesters zijn in het archief van de Rekenkamer de rekeningen en bijlagen bewaard op basis waarvan een gedetailleerd inzicht is te krijgen in de lotgevallen van de Zeeuwse Admiraliteitsschepen. In de bijlagen bij de rekeningen van de Ontvanger-Generaal bevinden zich ook vele monsterrollen en betaalrollen van de schepen (> ‘Monsterrollen’). Diverse functionarissen in dienst van de Admiraliteit van Zeeland tussen 1715-1794 en de (Bataafse) Marine in Zeeland tussen 1795 en 1808 staan jaarlijks vermeld in de Middelburgse Naamwijzer. Hierop is een index aanwezig.
> J.R. Bruijn, Varend verleden. De Nederlandse oorlogsvloot in de zeventiende en achttiende eeuw (z.p. 1998) [bibliotheek studiezaal: 399.34 brui].
> G.J.A. Raven (red.), De kroon op het anker. 175 jaar Koninklijke Marine (Amsterdam 1988) [bibliotheek studiezaal: 399.34 kroo].
> Archief Admiraliteit te Veere, 1460-1562 [toegang 243].
> Het archief van het College ter Admiraliteit in Zeeland, aanwezig in het Nationaal Archief, is beschreven in: J. de Hullu, De archieven van de admiraliteitscolleges (Den Haag 1924), p. 248-270 (inv.nrs 2423-2985).
> Archief Rekenkamer van Zeeland. Rekeningen Ontvanger-Generaal, administratie te water, 1573-1795 [toegang 505].
> Archief Rekenkamer van Zeeland. Rekeningen Equipagemeesters te Vlissingen, Veere, Zierikzee en Middelburg, 1587-1794 [toegang 508].
> ‘Naamwijzers van Middelburg’. De functionarissen van de Admiraliteit van Zeeland 1715-1794 [en] de (Bataafse) Marine in Zeeland 1795-1808 (Den Helder/Vlissingen 1997) [GIDS 21].
> J.R. Bruijn, A.C. Meijer, A.P. van Vliet (red.), Marinekapiteins uit de achttiende eeuw. Een Zeeuws elftal. Werken uitgegeven door het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen 11 (Middelburg 2000).
Op het terrein van de Vlissingse Admiraliteitswerf werd in 1814 een Rijksmarinewerf gevestigd, bestaande uit een werf van aanbouw en een werf van uitrusting. De directeur en commandant van het marine-etablissement was de hoogste marine-autoriteit in Zeeland. Naast de dagelijke leiding van de werf voerde hij ook het bevel over de bemanningen van de in het etablissement aanwezige marineschepen en het wachtschip en was hij verantwoordelijk voor de uitvoering van quarantainemaatregelen op schepen die de Westerschelde binnenkwamen. Over al deze taken is in het omvangrijke archief van de Rijksmarinewerf Vlissingen veel terug te vinden. Bij dit archief bevindt zich tevens het achtergelaten archief van Hoofdingenieur-Directeur van Scheepsbouw L.K. Turk over de periode dat deze zijn standplaats in Vlissingen had (1857-1863); het Haagse deel van het archief van deze functionaris is verloren gegaan. In 1868 werd de Rijksmarinewerf gesloten. Zeven jaar later vestigde zich hier de NV Koninklijke Maatschappij ‘De Schelde’ die, alhoewel zij ook veel schepen voor particuliere eigenaren bouwde, de traditie van marinescheepsbouw heeft voortgezet (> ‘Scheepsbouw’).
> Archief Rijksmarinewerf Vlissingen, 1814-1868 [toegang 95.1].
Biografische en carrièregegevens van marineofficieren die een adelborstopleiding gevolgd hebben zijn gepubliceerd in een drietal boekwerken samengesteld door M.J.C. Klaassen. Dezelfde gegevens van officieren die een admiraalsrang kregen zijn gepubliceerd in het ‘admiralenboek’. De stamboeken en soldijboeken van marinepersoneel (officieren en schepelingen) bevinden zich in het Nationaal Archief. G.J.A. Raven maakte hiervan een uitgebreid overzicht.
> M.J.C. Klaassen, Adelborstenopleiding te Hellevoetsluis-Feijenoord-Enkhuizen 1803-1812 (Den Haag 1986), idem, … Delft-Medemblik-Breda 1816-1857 (Den Haag 1979) en met P.S. van ‘t Haaff, Gedenkboek honderd jarig bestaan der adelborstenopleiding te Willemsoord 1854-1954 (Bussum [1954]) [alle bibliotheek studiezaal: 399.41 haaf/klaa]. Let op: M.J.C. Klaassen, Gedenkboek honderdvijfentwintig jarig bestaan der adelborstenopleiding te Willemsoord 1854-1979 (Den Haag 1979) bevat veel minder carrièregegevens per officier dan de voorgaande uitgave uit 1954!
> L. Eekhout, Het admiralenboek. De vlagofficieren van de Nederlandse marine 1382-1991. Bijdragen tot de Nederlandse marinegeschiedenis 6 (Amsterdam 1992) [bibliotheek studiezaal: 399.34 eekh].
> G.J.A. Raven, ‘Bronnen van belang voor het onderzoek naar marinepersoneel’, in: H.L. Kruimel, Voorouders gezocht. Inleiding tot de genealogie (Amsterdam 1981) 171-178 [bibliotheek studiezaal: 902.5 krui].
Meer informatie over de Nederlandse zeemacht in verleden en heden is te vinden in het documentatie- en onderzoekscentrum van de Koninklijke Marine: het Nederlands Instituut voor Militaire Historie in Den Haag. Kaapvaart De kaapvaart was voor veel Zeeuwen een lucratieve onderneming. In de rekeningen van de vendumeesters en de bijlagen hierbij zijn de gegevens te achterhalen over vele tussen 1596 en 1713 gekaapte schepen. Een nadere toegang maakt de gekaapte schepen direct op scheepsnaam en naam van de kapitein toegankelijk. Rechtszaken over gekaapte schepen en de convooien en licenten zijn vastgelegd in registers die zich bevinden in het fonds ‘directe en indirecte belastingen’.
> Archief Rekenkamer van Zeeland. Rekeningen Vendumeesters en de Contrerolleurs van de Gecommitteerde Raden ter Admiraliteit in Zeeland, 1574-1764 [toegang 508], met nadere toegang: Repertorium van de namen van kaperkapiteins en schepen voorkomende in de rekeningen van de vendumeesters van de Admiraliteit in Zeeland, 1596-1713 [Nadere Toegang nr NADT 73].
> Archieven der directe en indirecte belastingen in Zeeland 1584-1809 [toegang 50]
> Een rekeningboek en een winst- en verliesrekening van een kaperrederij met de schepen Peerl (later Kleine Peerl) en Grote Peerl bevinden zich in de Handschriftenverzameling [toegang 33.1], inv.nr 204 en de Verzameling aanwinsten 1960/17 [toegang 33.2], inv.nr 105.
VOC en WIC De Kamers Zeeland van de VOC en de WIC waren na die van Amsterdam de grootste en belangrijkste vertegenwoordigers in beide handelsmaatschappijen. De archieven van beide kamers bevinden zich in het Nationaal Archief. Het Zeeuws Archief beheert diverse familiearchieven waarin zich vele zakelijke stukken van bewindhebbers van beide kamers bevinden. Voorbeelden hiervan zijn de families Mathias-Pous-Tak van Poortvliet, Schorer en Van de Perre-Schorer. Ook het archief van de Staten van Zeeland, de Verzameling Verheije-Van Citters en de zogenaamde ‘recueils’ Van Citters bevatten vele afschriften en andere stukken over VOC en WIC. De Zeeuwse opvarenden die voorkomen in de monsterrollen van het VOC-archief worden thans op persoonsnaam toegankelijk gemaakt. Deze nadere toegangen zijn (voor zover gereed) in de studiezaal van het Zeeuws Archief beschikbaar (>  ’Monsterrollen’ en trefwoord ‘VOC’). Werknemers van de VOC en WIC die in het buitenland overleden maar in Zeeland woonachtig waren, werden in de periode 1691-1794/1804 ten behoeve van de inning van de belasting op de collaterale successie geregistreerd op lijsten. Deze lijsten bevinden zich in de bijlagen bij de rekeningen van de ontvanger van de belasting op de collaterale successie te Middelburg in het archief van de Rekenkamer van Zeeland. Ze zijn in fotokopie en voorzien van een index op persoonsnaam toegankelijk in de Verzameling Genealogische Afschriften nr 412. > Meer nformatie over de Zeeuwse aspecten van de VOC is te vinden op onze pagina VOC Kamer Zeeland.
> Het archief van de Kamer Zeeland van de VOC, aanwezig in het Nationaal Archief, is beschreven in: M.A.P. Meilink-Roelofsz e.a., De archieven van de Verenigde Oostindische Compagnie. The archives of the Dutch East India Company (1602-1795) (‘s-Gravenhage 1992), p. 291-445 (inv.nrs 7232-13866).
> Van twee van de bovengenoemde familiearchieven zijn de inventarissen gepubliceerd: Y.J.A. Welings, Inventaris van het familiearchief Mathias-Pous-Tak van Poortvliet (1386)1462-1944. Inventarisreeks 3 (Middelburg 1989, 2e druk) en G.F. Sandberg, Inventaris van het archief van de familie Schorer 1577-1983. Inventarisreeks 1 (Middelburg 1983).
> Verzameling Genealogische Afschriften nr 412 [412/1: Index; 412/2: OIC en WIC 1691-1715, f. 1-66; OIC 1715-1752, f. 67-323; 412/3: OIC 1753-1804, f. 1-234; WIC 1710-1794, f. 235-305].
Slavenvaart Rond 1760 was de Commercie Compagnie van Middelburg de belangrijkste Nederlandse slavenhandelaar. Het archief van dit in 1720 opgerichtte bedrijf is zeer compleet bewaard gebleven. Aan de hand van de boekhouding, scheepsjournalen, monsterrollen en andere stukken, die van vrijwel iedere slavenreis bewaard zijn gebleven, is een gedetailleerde studie van de achttiende-eeuwse slavenhandel vanuit Middelburg mogelijk. Bovendien zijn alle opvarenden die voorkomen in de bewaard gebleven monsterrollen via een index snel op te sporen (> ‘Monsterrollen’). Ook de administratie van de scheepswerf van de Commercie Compagnie, die na het stopzetten van de slavenvaart tot 1889 bleef bestaan, geeft een uitgebreid inzicht in de scheepsbouw uit de achttiende èn negentiende eeuw. Werknemers van de Commercie Compagnie die in het buitenland overleden maar in Zeeland woonachtig waren, werden in de periode 1784-1805 ten behoeve van de inning van de belasting op de collaterale successie geregistreerd op lijsten. Deze lijsten bevinden zich in de bijlagen bij de rekeningen van de ontvanger van de belasting op de collaterale successie te Middelburg in het archief van de Rekenkamer van Zeeland. Ze zijn in fotokopie en voorzien van een index op persoonsnaam toegankelijk in de Verzameling Genealogische Afschriften nr 412. > Archief Commercie Compagnie van Middelburg, 1720-1889 [toegang 20], de inventaris van dit archief is gepubliceerd: W.S. Unger, Het archief der Middelburgsche Commercie Compagnie [1720-1889] (‘s-Gravenhage 1951).
> Verzameling Genealogische Afschriften nr 412 [412/1: Index; 412/3: MCC 1784-1805, f. 306-312].
Koopvaardij Onderzoek naar Zeeuwse koopvaarders in de zeventiende en achttiende eeuw is mogelijk aan de hand van de registratie van diverse belastingen op schepen (>  Belastingen).
Gegevens over de negentiende-eeuwse zeilvaart in Zeeland moeten uit diverse archieven bijeen gesprokkeld worden. Omdat veel schepen eigendom waren van partenrederijen zijn incidenteel archivalia hierover bewaard gebleven in familiearchieven. Voor achtergronden over de reizen van schepen uit deze periode vormen de scheepsverklaringen een mooie bron (> ‘Scheepsverklaringen’).
Eigendomsverklaringen van door Zeeuwse reders aangekochte of gebouwde schepen bevinden zich in de archieven van de Rechtbank van Eerste Aanleg en Arrondissementsrechtbank te Middelburg. Verbouwingen aan Zeeuwse koopvaardijschepen zijn te vinden in de werfadministratie van de Commercie Compagnie van Middelburg. Ook zijn de monsterrollen van schepen vertrekkend uit Vlissingen en Terneuzen bewaard gebleven (> ‘Monsterrollen’). Van de vennootschappen waarin de Middelburgse Houthandel Alberts korte tijd (1916-1921) enkele schepen had ondergebracht voor het vervoer van hout uit de Oostzee en Zuid-Amerika is de complete boekhouding bewaard gebleven.
> Eigendomsverklaringen, 1819-1869 in: Archief Rechtbank van Eerste Aanleg Middelburg [toegang 12], inv.nr 366a [nrs 1-31] en Archief Arrondissementsrechtbank Middelburg [toegang 701.1], inv.nr 1036 [nrs 32-73].
> Archief Houthandel Alberts [toegang 539], inv.nrs 1035-1062.
Veerdiensten De vele eilanden waaruit Zeeland eeuwenlang bestond werden met elkaar verbonden door veerdiensten. Van de vele particuliere veerdiensten zijn vrijwel geen archieven bewaard gebleven, alleen de overheidsbemoeienis hiermee is in de archieven van de Staten van Zeeland en het Provinciaal Bestuur terug te vinden. Eén van de weinig bewaard gebleven archieven van negentiende-eeuwse stoomveerdiensten in Nederland is dat van de in 1864 opgerichtte NV Spoorboot Maatschappij van Middelburg, vanaf 1872 NV Zeeuwsche Spoorboot Maatschappij (ZSM). Tot de overname door de provincie in 1912 onderhield dit bedrijf de verbinding Middelburg-Zierikzee-Bergen op Zoom, later ingekort tot het traject Middelburg-Zierikzee. Naast vele particuliere veerdiensten bestond in Zeeland de vrij unieke situatie dat ook de provinciale overheid veerdiensten exploiteerde. De Provinciale Stoombootdiensten in Zeeland (PSD) onderhielden tussen 1866 en 2003 de verbindingen over de Westerschelde, tussen Vlissingen, Breskens, Hansweert, Walsoorden, Terneuzen, Borssele, Hoedekenskerke, Kruiningen en Perkpolder, en tussen 1912 en 1965 over de Oosterschelde de lijnen Middelburg-Zierikzee, Kortgene-Wolphaartsdijk en Veere-Kamperland. Hoe de exploitatie en het toezicht hierop tussen 1842 en 1991 verliep is in de archieven van de directeur van de PSD en de Commissie van Toezicht terug te vinden. In het archief van de PSD en dat van de ZSM bevinden zich eveneens de nodige tekeningen van veerschepen. Van de zogenaamde ‘tramboten’ van de Rotterdamsche Tramweg Maatschappij (RTM) zijn enkele tekeningen bewaard gebleven in de collectie tramtekeningen. > Archief NV Spoorboot Maatschappij van Middelburg/NV Zeeuwsche Spoorboot Maatschappij, 1864-1913 [toegang 97]
> Archieven Provinciale Stoombootdiensten in Zeeland (PSD), 1866-1991 [toegang 123.1]
> Collectie tekeningen trammaatschappijen [toegang 551.1], inv.nrs 518-583 (tramboten RTM)
Visserij Het Bestuur der Visserijen op de Zeeuwse Stromen (BVZS) was tussen 1825 en 1969 een belangrijke factor in de visserijwereld. Het BVZS gaf vergunningen (‘consenten’) af om te mogen vissen in de Zeeuwse wateren en oefende toezicht uit op de naleving van de visserijwetten. Hiertoe had het BVZS een aantal inspectievaartuigen in dienst, de zogenaamde ‘visserijpolitie’. Bovendien werd het BVZS vaak om advies gevraagd over allerhande zaken die met de Zeeuwse wateren te maken hadden. Het archief van het BVZS is zeer compleet bewaard gebleven en vormt een onschatbare bron van informatie over alle mogelijke aspecten van de Zeeuwse visserij. Uitgebreide jaarverslagen, notulen van het bestuur, alle ingaande en uitgaande correspondentie en vele stukken betreffende de diverse taken zijn in dit archief aan te treffen. Zeer bijzonder zijn de ruim 2000 dagboeken die aan boord van de schepen van de visserijpolitie zowel door de schippers als de opzichters werden bijgehouden. Deze zijn over de periode 1878-1969 compleet bewaard gebleven. Naast het archief van het BVZS beheert het Zeeuws Archief ook de uitgebreide gespecialiseerde bibliotheek van het BVZS waarin vele seriewerken betreffende de Nederlandse visserij zijn opgenomen. > Archief Bestuur der Visserijen op de Zeeuwse Stromen 1825-1969 [toegang 17.1], waarvan inv.nrs 3053-3345 en 1086-2887 de dagboeken betreffen. De inventaris van dit archief is gepubliceerd: J.P.B. Zuurdeeg, Inventaris van de archieven van het Bestuur der Visserijen op de Zeeuwse Stromen 1825-1969 (Middelburg 1974).
> College voor de Zeevisscherijen, Verslag van den Staat der Nederlandsche zeevisscherijen 1909 e.a. [jaarlijks; bibliotheek BVZS].
Vissersschepen Per type. De beschrijving van de verschillende typen vissersschepen in de Zeeuwse wateren is uitgebreid vastgelegd door J. van Beylen.
> Zeeuwse vissersschepen van de Ooster- en Westerschelde (Amsterdam [1964]) (geactualiseerde uitgave van een artikel onder dezelfde naam verschenen in: Mededelingen Marine Academie van België. Boek XIII (Antwerpen 1961) 107-188 [bibliotheek studiezaal: zeel 658 beyl]
> De hoogaars en de visserij van Arnemuiden (Leeuwarden 1993) [bibliotheek studiezaal: zeel arne 658.77 beyl]
> De Antwerpse knots en de Vlaamse garnalenvisserij op de Schelde in Vlaanderen en Zeeland (Franeker 1999) [bibliotheek studiezaal: zeel 658.77 beyl]
Per schip. De bronnen voor het traceren van individuele Zeeuwse vissersschepen vallen in twee categoriën uiteen: de registratie van het consent en de registratie van het schip. Als eerste worden enkele gedrukte overzichtswerken genoemd.
Gedrukte overzichten. Het belangrijkste gepubliceerde overzichtswerk met gegevens van Zeeuwse vissersschepen is een door P.J. Huijbrecht uitgegeven register van alle Zeeuwse visserschepen uit de periode 1911-1947. Van Arnemuiden en Breskens verschenen afzonderlijke publicaties die zowel oudere als recentere gegevens bevatten.
> P.J. Huijbrecht, Register van Zeeuwse vissersschepen periode 1911-1947 (Middelburg [c. 1987]) [bibliotheek studiezaal: zeel 658.77 huij]. Hierin worden ook oudere schepen vermeld die vanaf 1911 nog in dienst waren.
> Arnemuiden. Alle vissersschepen uit Arnemuiden (ARM) – ook motorschepen – staan vermeld in de bijlage in: J. van Beylen, De hoogaars en de visserij van Arnemuiden (Leeuwarden 1993) 312-365 [bibliotheek studiezaal: zeel arne 658.77 beyl]. Zie in dit boek ook de afzonderlijke lijsten van de bij de werf Meerman gebouwde vissersschepen (p. 66-71) en verongelukte Arnemuidse, Veerse en Vlissingse vissersschepen (p. 116-117).
> Breskens. De geschiedenis van alle visserschepen geregistreerd in Breskens (BR) is vastgelegd in: H.J. de Winde, J.G. Vader en A. Kal, Bressiaanse vissers (Schoorl 1994) 63-296 [bibliotheek studiezaal: zeel bres 639.6 wind].
Registratie consent. Iedere visser in de Zeeuwse wateren diende vanaf de negentiende eeuw in het bezit te zijn van een akte van consent, afgegeven door het Bestuur der Visserijen op de Zeeuwse Stromen. De akten werden ingeschreven in de zogenaamde ‘consentregisters’. Over de perioden 1850-1859, 1875-1879, 1885-1893 en 1918-1964 kunnen hierin de eigenaren of gebruikers van vissersschepen opgespoord worden of de achtereenvolgende schepen met hetzelfde registratienummer van één eigenaar/gebruiker of familie achterhaald worden. Deze registratie was echter primair bedoeld voor het bijhouden wie er vergunning (‘consent’) had om te mogen vissen, de gegevens over de schepen zijn dan ook summier.
> Archief Bestuur der Visserijen op de Zeeuwse Stromen 1825-1969 [toegang 17.1], inv.nrs 1019-1022, 1028-1067
Registratie schip. Vanaf 1911 werden alle visserschepen geregistreerd in een kaartsysteem. Het systeem werd bijgehouden door de burgemeester van de gemeente waar de schepen hun thuishaven hadden. Deze registraties moeten in principe in de archieven van de gemeenten waar vissersschepen geregistreerd werden terug te vinden zijn. Het Zeeuws Archief beheert de archieven van drie gemeenten waar vissersschepen geregistreerd werden:
> Arnemuiden (ARM): archief Gemeente Arnemuiden 1857-1951 [toegang 1201], inv.nrs 1115-1116 [1882-1936] en archief Gemeente Arnemuiden 1952-1966 [toegang 1202], inv.nr 110 [code -1.828]
> Middelburg (MG): archief Gemeentewerken Middelburg 1831-1952 [toegang 1040.1], inv.nr 537 [1882-1892]
> Veere (VE): archief Stad en Gemeente Veere (ASV) 1340-1927 [toegang 2000], inv.nr 3083 en archief Gemeente Veere 1934-1966 [blok 2001, in bewerking], voorl. inv.nr 955 [code -1.828.2, 1947-1965]
Bij de Directie Visserijen van het Ministerie van Landbouw en Visserij in Den Haag werd van de gemeentelijke registratie een schaduwadministratie bijgehouden: het Centraal Visserijregister. Iedere wijziging of aanvulling stuurde de burgemeester maandelijks naar Den Haag. Dit Centraal Visserijregister berust thans in het Visserijmuseum in Vlaardingen.
> J. van Beylen, De hoogaars en de visserij van Arnemuiden (Leeuwarden 1993) 308 [bibliotheek studiezaal: zeel arne 658.77 beyl] [korte toelichting op het visserijregister].
> Visserijmuseum, Vlaardingen (www.visserij-museum.nl, en volg de links ‘Faciliteiten’ en ‘Studiecollectie’).
Binnenvaart Voor de binnenvaart zijn, naast de algemene in aanmerking komende bronnen genoemd onder ‘scheepsverklaringen’, ‘scheeprampen’ en ‘scheepsbouw’, nog enkele andere bronnen van belang. De eigendomsbewijzen van binnenvaartschepen dienden te worden ingeschreven in de daarvoor speciaal bestemde registers van de hypotheekbewaarders. Enkele registers zijn in de archieven van de hypotheekbewaarders te Goes en Zierikzee bewaard gebleven. De rest van deze registers is geconcentreerd in Rotterdam (zie hierna). Binnenvaartschepen die regelmatig gebruikt werden voor het vervoer van stortsteen ten behoeve van de vele oeververdedigingswerken werden tussen 1861 en 1916 ingeschreven in een ‘register van steenschepen’. Exemplaren van dit register bevinden zich in waterschapsarchieven en in het archief van het Provinciaal Bestuur. In de archieven van Provinciale Waterstaat bevindt zich de administratie omtrent de ‘steenschepen’.
> Archieven Hypotheekbewaarders [toegang 247.1], inv.nrs 1827-1828 (kantoor Goes, eigendomsbewijzen 1862-1926) en inv.nrs 2288-2289 (kantoor Zierikzee, eigendomsbewijzen 1839-1925).
> Archief Provinciaal Bestuur 1851-1910 [toegang 6.2], inv.nr 2321, relatieven 21-11-1879, nr 69 (register van steenschepen).
> Archief Provinciale Waterstaat, Ingenieur Zierikzee [toegang 653.1], inv.nr 515 (register steenschepen met mutaties).
Binnenvaartschepen. Er zijn drie diensten die zich bezighouden met verschillende soorten registraties van binnenvaartschepen en voor derden onderzoek verrichten en uittreksels of fotokopieën leveren tegen betaling en na schriftelijke aanvraag:
Scheepskadaster. Teboekstelling van zee-, vissers- en binnenvaartschepen sinds 1838 ten behoeve van de eigendoms- en hypotheekregistratie, uittreksels volgens tarieven Kadaster, voor geheel Nederland geconcentreerd in Rotterdam waar ook de registers voor scheepsinschrijvingen van alle andere regionale kantoren thans zijn ondergebracht. Enkele Zeeuwse registers voor letterlijke overschrijving van eigendomsbewijzen van schepen zijn echter niet overgebracht.
> Kadaster Directie Zuidwest, Bureau Schepen en Luchtvaartuigen, Max Euwelaan 70, Postbus 8718, 3009 AS Rotterdam, tel. (010) 242 67 60.
> De Zeeuwse registers voor letterlijke overschrijving van eigendomsbewijzen bevinden zich in: archieven Hypotheekbewaarders [toegang 247.1], inv.nrs 1827-1828 (kantoor Goes, eigendomsbewijzen 1862-1926) en inv.nrs 2288-2289 (kantoor Zierikzee, eigendomsbewijzen 1839-1925).
> Literatuur: L. Minnebach, ‘Scheepsregistratie bij het Kadaster. Het ‘branden’ van schepen’, in: Geo-Info 2 (2005) 548-551 [bibliotheek intern: periodieken].
Scheepsmetingsdienst. De Scheepsmetingsdienst en opvolgende instanties hielden zich sinds 1894 bezig met de meting van binnenvaartschepen, de afgifte van een meetbrief en de inschrijving op ijknummer in de ligger. De registratie is over het algemeen moeilijk toegankelijk, het ijk/meetbriefnummer moet bekend zijn. Fotokopieën uit liggers en dossiers zijn mogelijk tegen betaling na schriftelijke aanvraag.
> Inspectie Verkeer en Waterstaat (IVW), Divisie Scheepvaart, gebouw Prinsenpoort, ‘s-Gravenweg 665, Postbus 8634, 3009 AP Rotterdam, tel. (010) 266 85 00.
> Literatuur: H.J.A. Dessens, ‘Scheepsmeting van Nederlandse binnenschepen 1894-1940’, in: R. Reinders, A. van Holk (red.), Scheepslading. Inleidingen gehouden tijdens het zesde Glavimans symposion Rotterdam april 1992 (Groningen 1993) 79-88 [bibliotheek studiezaal: 658.2 sche].
Rijnschepenregister. De Internationale Vereniging het Rijnschepenregister (IVR) werd in 1874 opgericht door verzekeringsmaatschappijen uit Duitsland en Zwitserland voor de keuring en certificering van te verzekeren binnenschepen. Alle als deugdelijk bevonden schepen worden sinds 1879 opgenomen in een register, het ‘IVR-Register’. De vereniging zelf beschikt uiteraard over de meest complete serie, incomplete series zijn aanwezig in de bibliotheken van de maritieme musea in Amsterdam en Rotterdam.
> Internationale Vereniging het Rijnschepenregister (IVR), Postbus 23210, 3001 KE Rotterdam, tel. (010) 411 60 70.
Beurtvaart In de binnenvaart neemt de beurtvaart een bijzondere plaats in. Beurtvaart is het vervoer over binnenwateren met schepen die een geregelde dienst onderhouden tussen twee of meer plaatsen. In het verleden kende de beurtvaart een grote bloei, maar met de opkomst van het vervoer per vrachtauto (bode-diensten) nam de belangrijkheid snel af. In de archieven duiken beurtschippers soms op in scheepsverklaringen (> ‘Scheepsverklaringen’) en bij de registratie van hun schepen (> ‘Binnenvaartschepen’). Veel mondeling overgeleverd materiaal publiceerde A.R. Koppejan in een boek over de Zeeuwse beurtvaart.
> A.R. Koppejan, Sturen en turen. De laatste beurtschippers in Zeeland (Vlissingen 2002) [bibliotheek studiezaal: zeel 658.41 kopp]. Zie over de beurtschippers Vermeulen ook: A.R. Koppejan, ‘Sturen en turen. De Middelburgse beurtschippers Vermeulen’, in: De Wete 29 (2000) 1 (januari) 12-22, eerder uitgebreider gepubliceerd in: De Blauwe Wimpel 52 (1997) 206-209 [beurtdienst Middelburg-Rotterdam] en 53 (1998) 146-149 [beurtdienst Middelburg-Antwerpen].
Scheepsongelukken Zolang een schip ongestoord van vertrekhaven naar bestemmingshaven voer, is er, op de bronnen genoemd onder ‘koopvaardij’ na, weinig over terug te vinden. Zodra het mis ging, door aanvaring, stranding of zinken, is er meestal meer in de archieven over een schip te vinden. In het ergste geval, wanneer het schip verloren ging, gaven aangespoelde lading, wrakstukken of drenkelingen aanleiding tot overheidshandelen en is daar dus archief over aanwezig. Voor zover de lading en wrakstukken tussen 1700 en 1807 werden opgevist binnen en buiten de betonning of aanspoelden op de Zeeuwse stranden, zijn gegevens hierover terug te vinden in de rekeningen en bijlagen van de Rentmeester-Generaal der Domeinen Bewesten Schelde, de Rentmeester-Generaal der Domeinen Beoosten Schelde (beide in hun functie van opper-strandvonder) en de Baljuw van de Wateren. Deze stukken bevinden zich in het Rekenkamerarchief. Ze bevatten gegevens over het type schip, de kapitein en de bemanningsleden, de reis en de lading van het schip en vaak zijn de achtergronden van de scheepsramp of de gevolgen van het aanspoelen van wrakstukken en lading in deze deelarchieven te achterhalen. In een nadere toegang op het Rekenkamerarchief zijn alle in deze rekeningen aangetroffen scheepsrampen opgesomd. Over scheepsrampen uit de negentiende en begin twintigste eeuw zijn vaak gegevens te vinden in de scheepsverklaringen (> ‘Scheepsverklaringen’). Het Loodswezen rapporteerde over bepaalde scheepsongelukken aan het Ministerie van Marine en Rijkswaterstaat bemoeide zich met de registratie en opruiming van wrakken. De burgemeester van de gemeente waar wrakstukken aanspoelden kon in zijn functie van strandvonder ook met een scheepsramp te maken krijgen. De afrekening van de strandvonderijrekeningen vond plaats met het Ministerie van Binnenlandse Zaken waarbij alle correspondentie ook de Gouverneur, later de Commissaris des Konings en Gedeputeerde Staten passeerde. Aan de hand van een concrete datum kan in het archief van het Provinciaal Bestuur naar stukken betreffende een scheepsramp gezocht worden. Veroorzaakte een schip na aanvaring of stranding schade, dan diende die wel vergoed te worden. De afwikkeling van schade aan meerpalen, steigers en sluizen, de zogenaamde ‘schadevaringen’, is terug te vinden in de archieven van Rijks- of Provinciale Waterstaat (> ‘Waterstaat’). De vergoeding voor de schade aan zeeweringen moet gezocht worden in de archieven van de waterschappen op wiens strand of dijk het schip terecht was gekomen. De archieven van waterschappen worden door de huidige waterschappen zelf beheerd. > Archief Rekenkamer van Zeeland. Rekeningen Rentmeester-Generaal der Domeinen Bewesten Schelde 1597-1805, Rentmeester-Generaal der Domeinen Beoosten Schelde, 1597-1806 en Baljuw van de Wateren, 1597-1805 [toegang 505]. De stukken betreffende scheepsrampen in deze deelarchieven zijn toegankelijk gemaakt in: Overzicht van tussen 1700 en 1807 in de Zeeuwse wateren verongelukte schepen [Nadere Toegang nr NADT 65].
> Archief Rijksloodswezen [toegang 199.1], inv.nr 667 (rapporten van scheepsrampen).
> Archieven Rijkswaterstaat Directie Zeeland [toegang 361] (aan de hand van een datum).
> Archieven Provinciaal Bestuur van Zeeland 1813-1939 [toegangen 6.1-6.3] (aan de hand van een datum).
> Exemplarisch voor het bronnengebruik bij het onderzoek naar een specifieke scheepsramp uit eind achttiende-half negentiende eeuw zijn: A.C. Meijer, H. Uil, ‘Na de storm de strandvonder. De lotgevallen van een beurtschip dat op nieuwjaarsdag 1779 bij Zierikzee aan de grond liep’, in: Kroniek van het land van de zeemeermin (Schouwen-Duiveland) 19 (1994) 35-50 en J.H.F. Schwartz, ‘De Roompot gezonken in de Roompot. Achtergronden en nasleep van de ramp met een Zierikzeese Oostindiëvaarder’, in: Kroniek van het land van de zeemeermin (Schouwen-Duiveland) 21 (1996) 45-56.
> zie voor literatuur hierna onder ‘Sleepvaart en berging’.
Reddingwezen Het archief van de ook in Zeeland actieve Koninklijke Zuid-Hollandsche Maatschappij tot Redding van Schipbreukelingen (KZHMRS) over de periode 1824-1953 bevindt zich in het Gemeentearchief Rotterdam. In scheepsverklaringen worden in voorkomende gevallen ook reddingsacties genoemd (> ‘Scheepsverklaringen’). De oprichtingsakte en jaarrekeningen van de Coöperatieve Redding en Berging Maatschappij te Veere (1898) over de periode 1898-1920 bevinden zich tussen de gedeponeerde stukken in het archief van het Kantongerecht Middelburg.
> Archief KZHMRS: Gemeentearchief Rotterdam, toegang 306 [online versie]
> Zie voor de vindplaatsen van de laatstgenoemde stukken: J.H.F. Schwartz, ‘Bergers in Veere. De Coöperatieve Redding en Berging Maatschappij te Veere’, in: De Wete. Gedaan aan de leden van de Heemkundige Kring Walcheren 27 (1998) 3 (juli) 21-27.
Sleepvaart en berging De Westerschelde is één van de drukste scheepvaartroutes ter wereld. Vanaf de negentiende eeuw zijn sleepvaart- en bergingsbedrijven in Zeeland actief om bij calamiteiten hun diensten aan te bieden. Archieven van dit soort bedrijven zijn nog niet aan openbare archiefbewaarplaatsen overgedragen. Wel zijn er diverse boeken waarin aan deze bedrijfstak aandacht wordt besteed. In scheepsverklaringen (> Scheepsverklaringen) worden deze activiteiten soms zichtbaar.
> C. Heijkoop, De Westerschelde bij storm en mist. Scheepsrampen in het Westerscheldegebied van 1860-1982 (Vlissingen 1983) [bibliotheek studiezaal: zeel 658.37 heij]
> C. Heijkoop, Sleepvaart en berging om de Zuid (Vlissingen 1996) [bibliotheek studiezaal: zeel 658.37 heij]
> C. Heijkoop, D’n Wasschappelsen engel. Twee eeuwen scheepsstrandingen om en nabij Westkapelle (Vlissingen 2000) [bibliotheek studiezaal: zeel west 658.36 heij]
> C. Heijkoop, Verdaagd voor de boulevard. Scheepsstrandingen op en nabij de Vlissingse Noordzeeboulevard (Vlissingen 2004) [bibliotheek studiezaal: zeel vlis 658.36 heij]
> J.A. Heijliger, B.V. Bergings en Transportbedrijf Van den Akker. B.V.Nieuwe Vlissingse Sleepdienst. Portret van twee Vlissingse rederijen (z.p. 1985) [bibliotheek studiezaal: zeel vlis 658.37 heij]
> M. de Vriend, E. de Vriend, Scheepsbergers in actie op de Westerschelde. Bergingsbedrijf Van den Akker (Goes 1998) [bibliotheek studiezaal: zeel vlis 658.37 vrie]
> E. de Vriend-de Jong, In noot weder op de Westerschelde 1680-1950 (Zaandam 2005) [bibliotheek studiezaal: zeel 658.36 vrie]
> H.J. de Winde, Terneuzen sleepboothaven (IJmuiden 1987)
> H.J. de Winde, Rederij T. Muller [Dordrecht] (Schoorl 1993)
> H.J. de Winde, Rederij Willem Muller Terneuzen (Schoorl 1994)
Verzekering Uiteraard probeerden ook opvarenden van schepen zich tegen onheilen op zee te verzekeren. De vroegste verzekeringsvormen in de scheepvaart hadden te maken met de Duinkerker kapers. Vanaf 1635 bestonden vooral in Noord-Hollandse havenplaatsen zogenaamde ‘zeevarende beurzen’ die de gevangeniskosten en de terugreis van in Duinkerker gevangenissen opgesloten zeelieden betaalden. Ook door het afsluiten van ‘bentcontracten’ of ‘assuranties’ probeerden met name vissers in havens in het Maasmondgebied en in Brouwershaven, Veere en Zierikzee zich te verzekeren. Na de Vrede van Munster (1648) kregen deze vroege verzekeringsvormen een ruimere doelstelling en werd ook uitgekeerd bij een ‘verloren reis’ als men schip en goed had verloren. Akten waarin dit soort verzekeringen werden vastgelegd bevinden zich mogelijk in het rechterlijk of notarieel archief van een havenplaats.
> Varende Voorouders [Jaarboek CBG 52 (1998)] 69-71, 99, 104-105.
> A. Fransen, Verzekering tegen Seerovers en Godts weer. Een onderzoek naar de geschiedenis van de zeevarende beurzen, circa 1635-1815. IISG Research Papers 24 (Amsterdam 1996) 73-74 [bibliotheek studiezaal: 379.9 fran].
> A.P. van Vliet, Vissers en kapers. De zeevisserij vanuit het Maasmondgebied en de Duinkerker kapers (ca. 1580-1648). Hollandse Historische Reeks 20 (Den Haag 1994) 162-164 [bibliotheek studiezaal: 639.6 vlie].
> P. Boon, Bouwers van de zee. Zeevarenden van het Westfriese platteland, c. 1680-1720). Hollandse Historische Reeks 26 (Den Haag 1994) 76-79, 82 [bibliotheek studiezaal: 658.2 boon].
In Zierikzee werd in 1735 de Slavenkas opgericht ten behoeve van de lossing van in Noord-Afrika (‘Barbarije’) gevangen zittende zeevarenden. Later werd ook in andere gevallen geld uitgekeerd. De bewaard gebleven administratie, vooral de ‘registers van contribuerende zeelieden’, geeft een schat aan informatie over zeelieden uit Zierikzee of elders wonende opvarenden van Zierikzeese schepen. Het ‘register van contribuerende zeelieden’ over de periode 1761-1778 (inv.nr 17) is gepubliceerd en voorzien van een index.
> Gemeentearchief Schouwen-Duiveland, archief Slavenkas [1735-1970] (beschreven in: W.H. Keikes, Het fonds genaamd de Slavenbeurs of Slavenkas te Zierikzee. Historische inleiding en inventaris der archieven. Zierikzee in de zeiltijd 1 (Zierikzee 1976) 62-72) [bibliotheek studiezaal: zeel zier 938.1 keik; toegangenkast: inventarissen gemeentearchieven Zierikzee 2].
> E. van der Doe, ‘Zeevarenden ter koopvaardij in het 18de-eeuwse Zierikzee’, in: A.C. Meijer, L. Priester & H. Uil (red.), Gids voor historisch onderzoek in Zeeland (Amsterdam 1991) 49-56.
> E. van der Doe, ‘Zeeman in Zierikzee, geen slaaf in Barbarije. Het archief van de Slavenkas als historisch-genealogische bron’, in: Gens Nostra 52 (1997) 206-218.
> P.F. Poortvliet, Slavenkas van Zierikzee. Registers van contribuerende zeelieden 1761-1778. Prae 1600 Club, Post 1600 Sectie [B-nrs]. Deel 1: 1761-1762 [B184]; Deel 2: 1762-1767 [B185]; Deel 3: 1773-1779 [B186]; Deel 4: 1773-1778 [B187] (Den Helder/Vlissingen 1996) [niet in bibliotheek studiezaal].
In Vlissingen bestond tussen 1761 en 1919 de Zeemans- en Vissersbeurs. Het archief van deze beurs is bewaard gebleven. De kasboeken (inv.nrs 4400-4408) en rekeningen (inv.nrs 4455-4460) geven de belangrijkste gegevens van de inschrijvers.
> Gemeentearchief Vlissingen, archief Gemeente Vlissingen, inv.nrs 4378-4468 (beschreven in: W. de Bruine, Inventaris van het archief der Gemeente Vlissingen. Deel I (Vlissingen 1959) 290-296 [bibliotheek studiezaal: toegangenkast, inventarissen gemeentearchieven, Vlissingen]
> F.J. van Loon, P.F. Poortvliet, Notulen der resolutien aengaende de Arme Zeemans en Vissersbeurs der stad Vlissingen 1756-1807. Prae 1600 Club, Post 1600 Sectie [inv.nr, B-nrs]. Deel 1: 1756-1781 [4379, B164]; Deel 2: 1782-1795 [4380, B174]; Deel 3: 1796-1807 [4381, B194] (Den Helder/Vlissingen 1995-1997) [bibliotheek studiezaal: deel 1: zeel vlis 932.9 loon, deel 2 en 3 niet in bibliotheek studiezaal]
Belastingen Schepen en hun lading werden regelmatig aangeslagen voor diverse belastingen. De belastingen werden zowel door de havenplaatsen als door het gewest en de generaliteit geheven. Ontvangers zorgden voor de inning van deze belastingen. Zij moesten hiervan rekeningen opmaken en deze achteraf, samen met de nodige bewijsstukken, overleggen aan een controlerende instantie. Voor de havenplaatsen was dit meestal het stads- of dorpsbestuur, voor de gewestelijke en generaliteitsbelastingen gebeurde dit door de Rekenkamer van Zeeland. Vele gegevens over schepen, lading en bemanningen zijn daarom terug te vinden in het Rekenkamerarchief.
> A.C. Meijer, ‘Het archief van de Zeeuwse Rekenkamer, een schatkamer voor historici en genealogen’, in: A.C. Meijer, L. Priester & H. Uil (red.), Gids voor historisch onderzoek in Zeeland (Amsterdam 1991) 107-113.
> E. van der Doe, ‘Geviste en aangespoelde goederen uit Zeeuwse wateren in de 18e eeuw. Het archief van de Rekenkamer van Zeeland als maritiem-archeologische bron’, in: R. Reinders, A. van Holk (red.), Scheepslading. Inleidingen gehouden tijdens het zesde Glavimans symposion Rotterdam april 1992 (Groningen 1993) 66-78 [bibliotheek studiezaal: 658.2 sche].
Tol. De rekeningen van de Tol van Zeeland, of Tol van Yersekeroord, geven een zeer gedetailleerd inzicht in de vervoersstromen in de Zeeuwse wateren. De tol werd geïnd door ontvangers in onder andere Middelburg, Vlissingen, Veere, Goes, Zierikzee, Tholen, Lillo (later Bath) en Sas van Gent. Iedere ontvanger noteerde dagelijks de eigenaar van het passerende schip, de omvang van het schip, de aard van de lading en de betaalde tol. De rekeningen van alle ontvangkantoren zijn over de perioden 1584-1592 en 1628-1805 in het Rekenkamerarchief bewaard gebleven. Ze bevinden zich als bijlage bij de rekeningen van de Rentmeester-Generaal der Domeinen Bewesten Schelde. Hij boekte de ontvangsten per kantoor (‘wacht’) in zijn ‘ordinaris’-rekening en voegde de door de diverse ontvangers ingediende rekeningen als bewijsstukken bij de bijlagen bij de rekening. De tolrekeningen zijn in een Nadere Toegang uitgesplitst naar ontvangkantoor en voorzien van een inleiding over het functioneren van de tol.
> Archief Rekenkamer van Zeeland. Rekeningen Rentmeester-Generaal der Domeinen Bewesten Schelde 1597-1805 [toegang 505]
> Overzicht van de rekeningen van de Tol van Zeeland gedurende de periode 1584-1805, aangetroffen in de stukken van de Rentmeesters-Generaal der Domeinen Bewesten- en Beoosten Schelde [Nadere Toegang nr NADT 59].
> E. van der Doe, ‘Geviste en aangespoelde goederen uit Zeeuwse wateren in de 18e eeuw. Het archief van de Rekenkamer van Zeeland als maritiem-archeologische bron’, in: R. Reinders, A. van Holk (red.), Scheepslading. Inleidingen gehouden tijdens het zesde Glavimans symposion Rotterdam april 1992 (Groningen 1993) 66-78 m.n. 69 [bibliotheek studiezaal: 658.2 sche].
Lastgeld. Het lastgeld was een heffing op alle inkomende en vertrekkende schepen. Zij betaalden een bepaald bedrag per ‘last’. De hoogte van de heffing en de omvang van de last varieerde in de loop der tijd. Aan het eind van de vijftiende eeuw werd het lastgeld alleen geheven op vissersschepen. Zij betaalden enkele stuivers per last haring of gezouten vis (twaalf tonnen). In de tweede helft van de achttiende eeuw was het lastgeld een heffing op alle schepen. Zij betaalden vijftien stuivers per last (circa twee ton). Het lastgeld is in de loop der tijd zowel geheven als gewestelijke, plaatselijke en generaliteitsbelasting.
> Varende Voorouders [Jaarboek CBG 52 (1998)] 105-107.
> V. Enthoven, ‘Tussen hoop en vrees. De Schotse stapel in Veere anno 1772’, in: Zeeland. Tijdschrift van het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen 7 (1998) 41-51, m.n. 47.
Gewestelijk lastgeld. In de laatste decennia van de zestiende eeuw was er in Zeeland een gewestelijke lastgeldheffing. Deze werd geïnd in Brouwershaven, Veere, Vlissingen en Zierikzee. Hiervan zijn alleen de jaarlijkse totale opbrengsten per plaats terug te vinden in de rekeningen van de Ontvanger-Generaal. Specificaties met namen van schepen of schippers ontbreken. Dit gewestelijke lastgeld werd later afgeschaft.
> Archief Rekenkamer van Zeeland, inv.nrs C 3-7 (totaalopbrengsten in de rekeningen te lande).
> Varende Voorouders [Jaarboek CBG 52 (1998)] 106, 110 noot 32.
Plaatselijk lastgeld. Het lastgeld was een heffing van de stad of het dorp op de door vissers aangevoerde haring of gezouten vis. De heffing bestond uit enkele stuivers per last (twaalf tonnen). Uit de opbrengst betaalde het stads- of dorpsbestuur verbeteringen aan de infrastructuur van de haven. Alleen van Veere zijn registers van de stedelijke lastgeldheffing bekend uit de periode 1634-1651.
> Archief Stad Veere, inv.nrs 975-978 [rekeningen van het lastgeld 1634-1651].
> Archief Stad Veere, inv.nr 1297 [rekeningen van het dok- en lastgeld 1770-1792].
> V. Enthoven, ‘Tussen hoop en vrees. De Schotse stapel in Veere anno 1772’, in: Zeeland. Tijdschrift van het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen 7 (1998) 41-51, m.n. 50 noot 7, 51 noot 49.
Generaliteits lastgeld. Ook de Staten-Generaal hief in de gehele Republiek een lastgeld ter financiering van de zee-oorlog. In de ‘Rekeningen te water’ van de Ontvanger-Generaal wordt deze belasting verantwoord. In de bijlagen bij de rekening bevinden zich echter geen specificaties per schip of schipper, een verklaring van de ontvanger was voldoende. Alleen voor het jaar 1772 zijn voor Veere twaalf maandstaten bewaard gebleven waarin de opbrengsten van diverse belastingen op handel en scheepvaart zijn verantwoord, waaronder het lastgeld.
> Archief Rekenkamer van Zeeland, inv.nr C 8021 [‘Sommiere staat der Convoyen en Licenten ten Comptoire Vere …’].
> V. Enthoven, ‘Tussen hoop en vrees. De Schotse stapel in Veere anno 1772’, in: Zeeland. Tijdschrift van het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen 7 (1998) 41-51, m.n. 47 en 50-51, noot 4 en 42.
Convooi- en licentgelden. In de ‘Rekeningen te water’ van de Ontvanger-Generaal wordt deze belasting verantwoord. In de bijlagen bij de rekening bevinden zich echter geen specificaties per schip of schipper, een verklaring van de ontvanger was voldoende. Alleen voor het jaar 1772 zijn voor Veere twaalf maandstaten bewaard gebleven waarin de opbrengsten van diverse belastingen op handel en scheepvaart zijn verantwoord. Het zijn vijf ‘generaliteits’-belastingen: ze golden voor het gehele gebied van de Republiek en werden door de Staten-Generaal: het convooigeld, de licenten, het lastgeld, het half licent en ‘transito’.
> Archief Rekenkamer van Zeeland, inv.nr C 8021 [‘Sommiere staat der Convoyen en Licenten ten Comptoire Vere …’].
> V. Enthoven, ‘Tussen hoop en vrees. De Schotse stapel in Veere anno 1772’, in: Zeeland. Tijdschrift van het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen 7 (1998) 41-51, m.n. 47 en 50-51, noot 4 en 42.
Ankeragegeld. Het ankeragegeld was een belasting op het buitenlands scheepvaartverkeer. Alle buitenlandse schepen die in Zeeuwse wateren kwamen moesten voor het ankeren een bepaalde vergoeding betalen. Deze was afhankelijk van de grootte van het schip en de omvang van de lading. Schepen die in ballast voeren waren hiervan niet vrijgesteld. De inning geschiedde door plaatselijke commiezen die in de meeste direct aan het water liggende plaatsen zetelden. Zij verantwoordden hun inkomsten bij de Baljuw van de Wateren die deze gegevens dan in zijn rekening overnam. De door de schippers ondertekende verklaringen werden dan als bewijs meegeleverd. In die verklaringen, dikwijls niet meer dan een klein stukje papier, is vermeld het soort schip, de herkomst, de naam van de schipper en omvang en aard van de lading.
> Archief Rekenkamer van Zeeland. Rekeningen Baljuw van de Wateren, 1597-1805 [toegang 505].
> E. van der Doe, ‘Geviste en aangespoelde goederen uit Zeeuwse wateren in de 18e eeuw. Het archief van de Rekenkamer van Zeeland als maritiem-archeologische bron’, in: R. Reinders, A. van Holk (red.), Scheepslading. Inleidingen gehouden tijdens het zesde Glavimans symposion Rotterdam april 1992 (Groningen 1993) 66-78 m.n. 68-69 [bibliotheek studiezaal: 658.2 sche]
Ton- en bakengeld. Tussen 1599 en 1607 werd naast het ankeragegeld ook nog ton- en bakengeld geheven op alle via de Wielingen en de Deurloo passerende schepen als vergoeding voor het met tonnen aangeven van de vaarroute.
> Archief Rekenkamer van Zeeland. Rekeningen Ontvanger van het ton- en bakengeld, 1599-1607 [toegang 505].
> E. van der Doe, ‘Geviste en aangespoelde goederen uit Zeeuwse wateren in de 18e eeuw. Het archief van de Rekenkamer van Zeeland als maritiem-archeologische bron’, in: R. Reinders, A. van Holk (red.), Scheepslading. Inleidingen gehouden tijdens het zesde Glavimans symposion Rotterdam april 1992 (Groningen 1993) 66-78 m.n. 69 [bibliotheek studiezaal: 658.2 sche]
Kaaigeld. Een stedelijke heffing, bijvoorbeeld terug te vinden in Goes.
> Gemeentearchief Goes, Archief Stad Goes, inv.nrs 1459-1493 [rekeningen ontvangers kaaigeld 1760-1795, 1805-1806].
Schut- en havengelden. Een gemeentelijke heffing, bijvoorbeeld terug te vinden in de Gemeente Goes.
> Gemeentearchief Goes, Archief Stad en Gemeente Goes, inv.nrs 1495-1528 [staten van geschutte vaartuigen, met vermelding van eigenaren, opgemaakt door de sas- en havenmeester 1819-1851].
Havens Ten behoeve van diverse doeleinden kon de eigenaar van een haven een registratie van de binnengekomen schepen bijhouden. Zo zijn bijvoorbeeld in het archief van de Dienst Gemeentewerken Middelburg registraties aanwezig van ontvangen havengelden, binnengekomen schepen, bruggelden en kraangelden. In het Gemeentearchief Vlissingen bevinden zich de ‘havenjournaals’ van de Vlissingse Buitenhaven, waarin de NV Haven van Vlissingen de ontvangen liggelden registreerde, met vermelding van scheepsnaam, data van aankomst en vertrek en lading.
> archief Dienst Gemeentewerken Middelburg 1831-1952 [toegang 1040.1], inv.nrs 413-725 en Aanvulling [toegang 1040.2], inv.nrs 23-47, 85-93.
> Gemeentearchief Vlissingen, archief NV Haven van Vlissingen, havenjournaals, 1914-1983 [online plaatsingslijst op website gemeentearchief]
Zeeuws bewind in Suriname Na de verovering van Fort Zeelandia door Abraham Crijnssen in 1667 werd Suriname Zeeuws bezit. Een Gouverneur oefende namens de Staten van Zeeland het gezag over Suriname uit. Dit duurde tot 1682, toen de kolonie werd verkocht aan de West-Indische Compagnie. De periode van vijftien jaar Zeeuws bewind over Suriname bracht een omvangrijke administratie met zich mee, waaronder de uitrusting van vele schepen. In de ‘rekeningen te lande’ en bijbehorende bijlagen van de Ontvanger-Generaal en in de rekeningen van de equipagemeester te Vlissingen is de gedetailleerde financiële afwikkeling van de bevoorrading van deze Zeeuwse kolonie verantwoord.
> Archief Rekenkamer van Zeeland. Rekeningen Ontvanger-Generaal, administratie te lande, 1573-1805 [toegang 505].
> Archief Rekenkamer van Zeeland. Rekeningen Equipagemeesters te Vlissingen, 1587-1794 [toegang 508].
Monsterrollen Bemanningsleden die een contract aangingen voor een reis met een schip (‘aanmonsterden’), werden geregistreerd op een zogenaamde ‘monsterrol’. Welke gegevens er in de monsterrol zijn te vinden kan, afhankelijk van tijd, plaats en doel, sterk verschillen. Admiraliteit. Monsterrollen van oorlogsschepen die in de zeventiende en achttiende eeuw door de Zeeuwse Admiraliteit werden uitgerust bevinden zich als bijlagen bij de ‘rekeningen te water’ van de Ontvanger-Generaal in het archief van de Rekenkamer. De namen van de bemanningsleden uit deze monsterrollen zijn toegankelijk gemaakt in indices.
> Archief Rekenkamer van Zeeland. Rekeningen Ontvanger-Generaal, administratie te water, 1573-1795 [toegang 505].
> De zich in dit archief bevindende monsterrollen zijn op persoonsnaam toegankelijk via: P.F. Poortvliet, De bemanningen der schepen van de Admiraliteit van Zeeland, 1610-1793 (1796). 26 delen ([Kapelle]: Nederlandse Genealogische Vereniging afdeling Zeeland 1995-1996 / Den Helder 1997) [Nadere Toegang nrs NADT 72.1 t/m NADT 72.26].
> Varende Voorouders [Jaarboek CBG 52 (1998)] 117.
Commercie Compagnie. Achttiende-eeuwse monsterrollen van de bemanning van slavenschepen zijn aanwezig in het archief van de Commercie Compagnie van Middelburg. Ook hiervan is een index op bemanningslid aanwezig.
> Archief Commercie Compagnie van Middelburg, 1720-1889 [toegang 20].
> De zich in dit archief bevindende monsterrollen zijn op persoonsnaam toegankelijk via: P.F. Poortvliet, De bemanningen der schepen van de Middelburgsche Commercie Compagnie, 1721-1803. 5 delen ([Kapelle]: Nederlandse Genealogische Vereniging afdeling Zeeland 1995) [Nadere Toegang nrs NADT 161.1 t/m NADT 161.5].
VOC Kamer Zeeland. Voor Zeeuwse schepelingen zijn ook de monsterrollen in het archief van de Kamer Zeeland van de VOC van belang. Dit archief ligt in het Nationaal Archief in Den Haag. Op de namen van de officieren en Zeeuwse opvarenden van de uitgaande schepen van de Kamer Zeeland is een index in de maak, waarvan de reeds verschenen delen in het Zeeuws Archief zijn in te zien (zie voor achterhronden en een overzicht het trefwoord ‘VOC’).
> Nationaal Archief (ARA), Den Haag, archief Verenigde Oostindische Compagnie (VOC), 1602-1795 [toegang 1.04.02].
> De zich in dit archief bevindende monsterrollen van de uitgaande schepen uitgereed door de Kamer Zeeland zijn op persoonsnaam van de officieren en Zeeuwse opvarenden toegankelijk via: P.F. Poortvliet, Het kader en de Zeeuwse zeelui van de uitgaande schepen van de VOC Kamer Zeeland ([Den Helder] 1997) [opgenomen in de Verzameling Genealogische Afschriften nrs 780 [1789-1794], 781 [1780-1788], 787 [1767-1772], 790 [1760-1766], 792 [1753-1759], 796 [1773-1779], 802 [1746-1752], 809 [1739-1745].
  Koopvaardij. De bemanningsleden die in de negentiende en twintigste eeuw in Vlissingen en Terneuzen aanmonsterden aan boord van een Nederlandse kustvaarder of zeeschip zijn geregistreerd op de monsterrollen van de waterschout (of ambtenaar van aanmonstering) in deze havenplaatsen. De archieven van beide functionarissen zijn bewaard gebleven. Vooral voor kustvaarders en rederijen die in deze plaatsen hun thuishaven hadden, zoals Rederij Lensen in Terneuzen en de Stoomvaart Maatschappij Zeeland (SMZ) in Vlissingen, zijn volledige monsterrollen aanwezig. Voor overige schepen gaat het vaak om de zogenaamde ‘bijmonstering’ van één of enkele bemanningsleden.
Scheepsjournalen Een logboek of scheepsjournaal van een schip was eigendom van de kapitein en wordt daarom slechts zelden in een archief aangetroffen. De enige bewaard gebleven scheepsjournalen uit de zeventiende en achttiende eeuw bevinden zich in familiearchieven, bedrijfsarchieven of in de Handschriftenverzameling. Gedeelten uit vooral negentiende-eeuwse scheepsjournalen kunnen zijn overgenomen in de scheepsverklaringen (> ‘Scheepsverklaringen’) die de kapitein vaak na afloop van zijn reis aflegde. Vele scheepsjournalen van slavenschepen zijn aanwezig in het bedrijfsarchief van de Commercie Compagnie van Middelburg (> ‘Slavenvaart’).   Scheepsverklaringen In een scheepsverklaring of zeeprotest legde de kapitein direct na aankomst in een haven verantwoording af over zijn laatste reis ten behoeve van eventuele latere juridische procedures. In de zeventiende en achttiende eeuw werden deze verklaringen afgelegd voor een notaris, tussen 1811 en 1838 voor de Rechtbank van Koophandel in Middelburg, vanaf 1838 voor de kantongerechten in Zeeland, incidenteel ook nog wel voor notarissen. Vooral voor de notarissen en kantonrechters in havenplaatsen werden vele scheepsverklaringen afgelegd. Afhankelijk van de opgedane ervaringen tijdens de reis kan de inhoud van deze verklaringen uiteenlopen van een korte standaardverklaring tot pagina’s lange uiteenzettingen met uitgebreide samenvattingen van het scheepsjournaal. Ook wanneer een schip was vergaan legden de overlevenden vaak voor de dichtstbijzijnde notaris of kantonrechter een verklaring af. Wanneer een schip schade had opgelopen kunnen naast de scheepsverklaring ook andere akten in een notaris- of kantongerechtsarchief te vinden zijn, zoals de akte van aanstelling van deskundigen die aanwezig moeten zijn bij het openen van de luiken of de schade moeten vaststellen en de akte waarbij het rapport van deze deskundigen wordt gedeponeerd (vaak inclusief het rapport zelf).
Loodswezen Beloodsing van schepen, betonning en bebakening van het vaarwater en aanleg van vuren en lichten langs het vaarwater waren lange tijd een verantwoordelijkheid van het Loodswezen. Bij scheepsrampen diende het Loodswezen een rapport op te maken. Ook had het Loodswezen eigen schepen in dienst: afhaalvaartuigen, loodsvaartuigen, betonningsvaartuigen en lichtschepen. Over al deze zaken zijn gegevens te vinden in het archief van het zesde district van Loodswezen, ‘Monden van de Schelde’. De personeelsadministratie van het Loodswezen was echter centraal geregeld bij de Inspecteur van het Loodswezen. Het archief, waaronder de stamboeken, bevinden zich derhalve in het archief van deze functionaris, berustend in het Nationaal Archief in Den Haag. Hierin bevinden zich ook vele andere stukken betreffende Zeeuwse zaken. De Westerschelde geeft via Nederlands grondgebied toegang tot een Belgische haven: Antwerpen. Vandaar dat in het in 1839 gesloten Scheldetractaat een speciale commissie van toezicht in het leven werd geroepen die moest toezien op de naleving van dit tractaat. De notulen van deze commissie zijn in het Zeeuws Archief aanwezig. Scheepsbouw In Zeeland waren in de loop der eeuwen vele scheepswerven actief. Zo is in het Zeeuws Archief een vrijwel doorlopende administratie van tweehonderdvijftig jaar marinescheepsbouw in Vlissingen terug te vinden. Aanvankelijk was in Vlissingen een Admiraliteitswerf gevestigd, de bouw en uitrusting van deze schepen is terug te vinden in het archief van de Rekenkamer. In 1814 werd op het terrein van deze werf een Rijksmarinewerf gevestigd, waarvan eveneens het archief bewaard is gebleven. De marinewerf in Vlissingen bouwde vele nieuwe oorlogsschepen en verrichte omvangrijke verbouwingen aan bestaande schepen (> ‘Admiraliteit en marine’). De Middelburgse scheepsbouw is in vier archieven terug te vinden. De Admiraliteit had haar eigen werf (> ‘Admiraliteit en marine’), de VOC en WIC bouwden schepen op hun eigen werven in Middelburg (> ‘VOC en WIC’) en de slavenschepen van de Commercie Compagnie van Middelburg werden gebouwd op de eigen werf van dit bedrijf (> ‘Slavenvaart’). Naast Middelburg en Vlissingen bezat de Admiraliteit ook werven in Veere en Zierikzee. Voor de negentiende-eeuwse particuliere scheepsbouw in Zeeland is het archief van de Commercie Compagnie van Middelburg van groot belang. De Commercie Compagnie bleef na de stopzetting van de slavenvaart als werf voortbestaan en uit deze periode is een voor Nederland unieke negentiende-eeuwse scheepswerf-administratie overgeleverd: materiaalboeken en rekeningboeken geven een gedetailleerd inzicht in de bouw van fregatten, barken, brikken en de eerste stoomschepen. Aan het einde van de negentiende en in de twintigste eeuw waren in Zeeland enkele grote en vele kleine werven actief. De grootste werf, de NV Koninklijke Maatschappij ‘De Schelde’ beheert het archief zelf, het Zeeuws Archief beheert het archief van de op één na grootste werf, de NV Terneuzensche Scheepsbouw Maatschappij (TSM) te Terneuzen. Van twee kleine werven, die van Meerman in Arnemuiden en De Klerk te Kruispolderhaven, bouwers van de Zeeuwse scheepstypen hoogaars en hengst, bezit het Zeeuws Archief enkele rekening- en bestekboeken. Waterstaat Rijkswaterstaat en Provinciale Waterstaat hadden vaak bemoeienis met schepen en scheepvaart. Kanalen, havens, sluizen, steigers, havendammen, afluitingsdammen en stormvloedkeringen worden door deze diensten aangelegd en beheerd. Gegevens over schepen die hierbij betrokken waren zijn te vinden in de archieven van Provinciale Waterstaat en Rijkswaterstaat Directie Zeeland, Dienst Droogmaking Walcheren (1944), Dienst Dijkherstel Zeeland (1953) en de Deltadienst. Zowel over de bouw van dienstvaartuigen als de huur van particuliere vaartuigen zijn stukken bewaard gebleven. Daarnaast had de waterstaat bemoeienis met vele andere zaken die de scheepvaart raakten. Zo zijn de registers van scheepvaartbewegingen in de sluizen van Veere over de gehele periode 1872-1969 bewaard gebleven. Van de sluizen in Vlissingen zijn alleen de registers van binnenvaartschepen over 1938-1940 aanwezig. Omdat de steigers en later de aanleginrichtingen voor de Provinciale Stoombootdiensten in beheer zijn bij Rijkswaterstaat, zijn hierover en over de bouw van nieuwe veerboten ook stukken te vinden. Zodra schepen waterstaatsobjecten beschadigden bij aanvaring of stranding, zogenaamde ‘schadevaringen’, is er archief over deze zaken overgeleverd, soms werden hiervoor zelfs afzonderlijke registers bijgehouden. Stukken over strandingen op de Zeeuwse kust zijn ook te vinden in de archieven van de Zeeuwse waterschappen. Informatie over scheepswerven en reders genoemd op afzonderlijke pagina’s: http://www.marhisdata.nl/