MELKFABRIEK

De agrarische sector staat onder druk. Steeds meer vanzelfsprekende activiteiten in deze hoek verdwijnen. Een halve eeuw geleden gold Zierikzee nog als het centrum van de zuivelindustrie op Schouwen-Duiveland en een tijd lang zelfs in Zeeland. Wat daar nu van rest, zijn enkel de gebouwen aan de Julianastraat, hergebruikt door een elektronicaconcern.

“Melk, goed voor elk”, een slogan die ons in de zestiger jaren steevast werd voorgeschoteld. “Gebruik per man per dag driekwart kan”, luidde het vervolg. De “witte motor” werd vroeger ook op Schouwen-Duiveland verwerkt. Dat was de tijd dat de zuivelverwerkende industrie hier belangrijk was. Die periode begon toen in 1883 bij Zierikzeeeen stoomzuivelfabriek werd gesticht, de eerste in Zeeland. In 1891 volgde Zonnemaire, Dreischor, Brouwershaven en Ellemeet. Geen van die fabrieken was een lang leven beschoren. In 1892 bouwde men in Nieuwerkerk de coöperatieve melkfabriek “de Duif”. Zestig leden telde dit verbond. De fabriek lag gunstig, dichtbij een tramhalte.

De melk werd bij de boeren opgehaald door een vrachtrijder, maar wie dicht bij een halte woonde, kon de melk gewoon meegeven met de tram. Door al het schudden en schommelen op het spoor, was de boter al half klaar bij aankomst. In 1920 ging het snel bergafwaarts met “de Duif”. De fabriek werd verkocht en de nieuwe eigenaar ging een samenwerkingsverband aan met de Verenigde Zuivelbereiders. Onder die vlag werd ook begonnen met bijproducten als caseïne en melkpoeder. Onbehagen over prijsvorming en leveringsvoorwaarden leidde in 1948 tot de oprichting van de Coöperatieve Melk en Melkproductencentrale (CMMC). De watersnoodramp in 1953 bracht een nieuwe wending. De gebouwen van “de Duif” hadden zoveel schade geleden, dat werd besloten om in Zierikzee een nieuwe “ultra-moderne melkverwerkingsfabriek” te bouwen aan de Vissersdijk. Het bedrijf werd vijftig jaar geleden, op 3 september 1955, officieel geopend door commissasris van de koningin A. de Casembroot. Hij deed dit door de flessenvul- en capsuleermachine in werking te stellen, een onderdeel van de “efficiënt en zakelijk ingerichte fabriek”. Deze bestond uit een melkontvangstinrichting, een automatische reinigingsinstallatie, een spoellokaal met grote tanks en een pasteurisatie-afdeling waar vijfduizend kilo melk per uur kon worden verwerkt.

SAMENSTELLING

In de hoofdruimte bevond zich een laboratorium, waar het

vetgahalte bepaald kon worden en kwaliteitsonderzoek werd verricht. In het verwerkingslokaal stonden installaties voor yoghurtbereiding en een homogenisator, die er voor zorgde dat de melk altijd dezelfde samenstelling bezat. Er hoorden ook twee koelcellen bij en een ruimte voor lege emballage. Een kantoor, toiletten en doucheruimten maakten het af. Vóór de fabriek, aan de kant van de Julianastraat, stond de woning voor de bedrijfsleider. Tussen beide gebouwen bevonden zich garages. In vele openingstoespraken die derde september klonken de wensen door voor een glorieuze toekomst en een lang bestaan. Dat heeft niet zo mogen zijn. In 1974 werd de melklevering in bussen afgeschaft, was de fabriek niet langer rendabel en ging dicht. Vanaf dat moment ging de melk van de leden per koeltank naar de Melkunie in Maasdam. De gebouwen werden aangekocht en in gebruik genomen door de buurman. Het bebindingswegje tussen de Julianastraat en de Vissersdijk, naast de voormalige melkfabriek, kreeg in 1965 officieeel de naam “Melkweg”. Door het reeds jaren ontbreken van het straatnaambordje, is er echter weinig dat nog aan de agrarische drukte in het Zierikzeese havengebied herinnert.

(tekst: Betty Blikman-Ruiterkamp)