GASFABRIEK

Op het terrein naast de Noordhavenpoort zijn de werkzaamheden voor de bouw van woningen en appartementen begonnen. Een tijdje geleden was het nog een gapend gat van ongeveer acht meter diep. Er bevonden zich meer restanten van de voormalige gasfabriek in de grond, dan dat men dacht. Toch is het niet zo heel lang geleden dat de Zierikzeese gasfabriek nog ik werking was. In 1825 werd in Amsterdam de eerste gasfabriek van Nederland gebouwd. Andere steden volgden al vlug dit voorbeeld. Middelburg liet in 1854 de eerste Zeeuwse gasfabriek bouwen. Zierikzee volgde tamelijk snel. Al in het daarop volgende jaar besloot de gemeenteraad dat de gemeente zelf de fabriek zou gaan exploiteren. Vooral het plan om de stadsverlichting op gas te laten branden lag hieraan ten grondslag. Begin 1856 besloot de daartoe ingestelde “commissie van fabricage” de fabriek te laten bouwen op een perceel net buiten de Noordhavenpoort. De Zierikzeese aannemer H. van den Ende bouwde het gebouw en fa. Van Enthoven en Co. uit Den-Haag leverde de apparatuur. Stadsarchitect M. Couvée werd tot directeur benoemd en J. Welters als opzichter. Afgesproken werd, dat al in oktober van hetzelfde jaar de levering van gas zou beginnen. Dit bleek al snel onhaalbaar, want de geplaatste ijzeren gaskuiphouder vertoonde gebreken.  Van Enthoven werd honderd gulden als boete in rekening gebracht. 

LEIDINGSTELSEL

Maar begin 1857 was de fabriek dan toch startklaar en was er een klein leidingenstelsel in de stad aangelegd. Op 15 januari 1857 liet men als proef enkele lantaarns in de stad op gas branden en o, wat gaf dat een mooi en helder licht. Ook straalde het licht uit de etalages van de winkeliers die gedurfd hadden om op gasverlichting over te stappen. Een corps muzikanten van de dienstdoende schutterij zorgde voor de sfeer en de burgemeester bood de gemeenteraadsleden een diner aan. De volgende dag startte men de levering van gas aan 58 particulieren. Natuurlijk waren er ook tegenstanders van het gas. Het zou wel eens gevaarlijk kunnen zijn. En het was duur. Het eerste jaar kostte het 21 cent per kubieke el. In het begin waren ersteeds moeilijkheden met de gashouderkuip. Het werd verstandig geacht om een nieuwe kuip aan te leggen en later de kapotte te herstellen. Nadat in 1859 een nieuwe stenen kuip was gebouwd en de ijzeren hersteld, ging het beter. Het gasverbruik door particulieren nam sterk toe. De straatverlichting, die van

stadswege in 1678 met acht, op houten palen geplaatste, olielantaarns was begonnen, werd in de loop der jaren regelmatig uitgebreid. In 1787 werden de houten palen door stenen vervangen en in 1838 kwamen réverbères in zwang; lantaarns die aan touwen midden over de straten hingen. Zo waren in 1857 in totaal 90 olielantaarns voor straatverlichting in gebruik, die weldra voor 131 gaslantaarns moesten plaatsmaken. Eind van dat jaar waren er 232 particulieren op het leidingnet aangesloten en in 1865 al 321. Het continuebedrijf bereidde gas uit steenkool. In de zomer was steenkool het goedkoopst en werden er grote hoeveelheden ingekocht. Ook was er bij het productieproces nogal veel water nodig, dat men hoofdzakelijk uit de gracht tussen de Noordhavenpoort en de Nobelpoort betrok. Verder werd er ongebluste kalk bij gebruikt en metaalsulfaten. Bijproducten waren onder meer cokes en teer, welke op hun beurt inkomsten opleverden. Afvalstoffen zoals ammoniakwater, loosde men eenvoudig op het Havenkanaal. In 1882 breidde men het bedrijf uit met een derde gashouder van steen. Door diverse verbeteringen kon men de gasprijs laten dalen. Toen de fabriek in 1907 vijftig jaar bestond kostte het gas nog maar zes cent per kubieke meter. De meeste afnemers hadden een gewone meter in huis, maar minder draagkrachtigen bezaten een muntgasmeter. Wierp men er twee en een half centmuntstuk in, dan leverde deze een bepaalde hoeveelheid gas. De munten waren bij diverse winkeliers in de stad verkrijgbaar.

WATERPAS

Regelmatig werden er zaken bij de fabriek bijgebouwd, in 1905/1906 werd de fabriek zelf gemoderniseerd. Daartoe kocht men aangrenzende grond aan van de weduwe Ten Haaf. Hierop werd een houder voor 1600 m3 gas gebouwd. Toen deze klaar was, bleek hij niet heel recht te staan. Met veel kunstgrepen heeft men het gevaarte waterpas gekregen. De jaren 1940-1945 waren moeilijk, men deed alle mogelijke moeite om gewoon te leveren. Desnoods veranderde men de cijfers van de boekhouding. In 1943 werd de fabriek gebombadeerd en vloog één van de gashouders in brand. Deze werd snel provisorisch hersteld, maar in december 1944 gebeurde dit nog eens. Na de inundatie was alles kapot. In februari 1955 beëindigde men de fabricage. Het propaangas werd toen af en aan per tankauto aangevoerd vanuit Pernis en zo werd de gasfabriek een distributiebedrijf. In 1966 ging dit op in de Zeeuwse Gasmaatschappij NV ZEGAM, welke later fuseerde met de PZEM. Begin 1971 bereikte het aardgas Schouwen-Duiveland. Adieu, gasfabriek! Alleen voorjaar 2005 deed ze nog éénmaal van zich spreken, toen het terrein werd gesaneerd en dit behoorlijk tegenviel.

(tekst: Betty Blikman-Ruiterkamp)