STOOMTRAM(-STATION)

De opheffing van de tramdienst was voor Schouwen-Duiveland een indirect gevolg van de Watersnood van februari 1953. Deze haalde een streep door het beleid van de Rotterdamsche Tramweg Maatschappij (RTM), dat gericht was op modernisering en uitbouw van het railvervoer in de Delta.

Tegen het vertrek van ‘den tram’ heeft in die jaren slechts een enkeling geprotesteerd. Buiten de RTM, de latere NV. Streekvervoer Zuid-West-Nederland en het huidige Connexxion, heerste de mening dat het ‘ouderwetse’ ding beter door autobussen kon worden vervangen. De techniek van planning en kosten/batenanalyse stond in die tijd nog in de kinderschoenen zodatbde mening eerder gevoelens dan op feiten berustte. De RTM is in ieder geval gedwongen tot keuzes die haar beleid doorkruisten. Of dat nu voor het vervoer positief danwel negatief zou uitwerken, stond niet langer ter discussie. Zeker is dat de tramweg qua lijnvoering niet zo’n flexibel vervoerssysteem was als onze busdiensten nu vormen. Maar daarbij mag niet uit het oog worden verloren dat de tram in die dagen  een geheel ander , en in zekere zin veel ruimer vervoerssysteem bood: een paar ton massagoed verladen, vervoer van post, pakketten meegeven of fiets en kinderwagen meenemen is er niet meer bij, kortom het aanbod van soorten vervoersdiensten binnen één systeem was groter. Boven het RTM-station van Zierikzee tussen 1900 en 1910 (foto: S. Ochtman & zn en R.W.J.Ochtman)

 

DE OPENING

Op vrijdag 27 april 1900 vond de feestelijke opening plaats van de tramlijnen Steenbergen-Anna Jacobapolder en Zijpe-Zierikzee-Brouwershaven. In Steenbergen begon de zegetocht van “het brieschende stoomros”, dat op elk van de ‘versierde stations met gejuich werd ontvangen. Daar stonden de fanfares opgesteld, de schooljeugdzong er toepasselijke liederen en er werden uiteraard toespraken gehouden. Op de tramboot werd geluncht, terwijl de tram te Zierikzee werd opgewacht door “Kunst en Eer“, die een door directeur Sj. Klimmerboom speciaal gecomponeerde “tramgalop” speelde. In Zonnemaire bood de jeugdige Kr. J. Hocke Hoogenboom bloemen aan. Het eindstation was Brouwershaven, waar het enthousiasme van de bevolking dat van de vorige stations zo mogelijk nog overtrof. De feestdag werd besloten met een concert en vuurwerk in Zierikzee. Pas in 1915 werd de tramlijn verlengd tot Burgh. 

 

BIETENVERVOER

In Steenbergen stond de suikerfabriek CSM (Centrale Suiker Maatschappij), die massa’s peeën (suikerbieten) met de tram kreeg aangevoerd. Eén van de bekende locomotieven die hier op het eiland hebben gereden was Loc 38, in tramwegkringen een ‘ Backertje’ genoemd naar de ontwerper, de firma Backer & Rueb in Breda. Omdat deze twee-assige machines zo’n rechthoekige vorm hadden, kregen ze op Schouwen-Duiveland soms de bijnaam ‘De Koekedôaze’. De RTM kreeg de meeste inkomsten op de lijn naar Steenbergen in het bietenvervoer. Dat heette in RTM-jargon ‘beetwortelvervoer’. De Loc 38 werd in 1906 gebouwd. Niet in Breda maar bij werkspoor in Utrecht en in 1960 voor de sloop verkocht. Op de terreinen van de suikerfabriek CSM in Steenbergen  werden de per tramwagon aangevoerde suikerbieten destijds nog met de hand met behulp van een pee-riek gelost.

De tramlijn Anna Jacobapolder-Steenbergen mocht dan voor het vervoer van reizigers nooit zovedel hebben betekend, maar voor beetwortelvervoer was deze lijn van grote betekenis. De bietenteelt en de verwerking tot suiker waren voor het zuid-westelijk zeekleigebied van groot belang en in Westelijk Noord-Brabant bevonden zich een groot aantal suikerfabrieken. Het aandeel in het bietenvervoer en pulp als retourvracht is voor de RTM dan ook zeer omvangrijk geweest. De RTM heeft miljoenen tonnen suikerbieten naar de CSM-suikerfabriek in Steenberegn vervoerd. De Zuid-Nederlandse Stoomtramweg Maatschappij (ZNSM) en de RTM werkten nauw samen mbt het goederenvervoer. Alleen met uitzondering van de zomerdienst 1924 vond geen doorlopend personenvervoer plaats. In 1924 reden doorgaande personentrams van de RTM op de lijn Anna Jacobapolder Steenbergen-Roosendaal.

Ofschoon het de bedoeling was dat de tram na de Watersnoodramp van 1953 op Schouwen-Duiveland weer terug zou keren was dat met de lijn Anna Jacobapolder-Steenbergen niet het geval. Direct na de ramp werd namelijk door de RTM-directie het besluit genomen om deze lijn op te heffen en werd het personenvervoer door de BBA uit Breda overgenomen.

 

DE ROUTE

Zijpe was een belangrijk knooppunt in de verkeersaders van de RTM. Behalve de komst van de tram op Schouwen-Duiveland werd 

ook een veerdienst onderhouden tussen Zijpe en Anna Jacobapolder met aansluitingen naar West-Brabant. Ook werden van Zijpe uit veerdiensten onderhouden  tussen deze plaats en Stavenisse op Tholen en Numansdorp-haven in de Hoeksche Waard.

De eerste halte na Zijpe was Bruinisse. De halte was gelegen aan het eind van de Dorpsweg. Na Bruinisse ging ‘den tram’  Duiveland in. Oosterland had twee haltes (de blauwe keet, thans de Wok van Zeeland) en cafe ‘ Even Buiten’, thans de Pleisterplaats. Op deze lijn reed bijvoorbeeld de M1602 (een 1601 is er nooit geweest), die de RTM zelf had gebouwd op het onderstel van een ZVTM-motorrijtuig. Deze motorwagen, waarvan sommigen het gezellig interieur nog goed kunnen herinneren, is gewaard gebleven (zie foto) in de collectie van het Rijdend Tram Museum, tussen de Punt en Port Zelande aan de Brouwersdam bij Scharendijke.

Van 1900 tot 1915 reed de stoomtram van de RTM ook door het dorp Nieuwerkerk en voor het aanleggen van de trambaan dempte men het laatste deel van de kerkgracht. Toen bij tracewijziging de haltes aan de Ring en bij ‘De Wereld’  kwamen te vervallen kreeg Nieuwerkerk een eigen stationnetje aan de Rolleklootsche Dijk, die later in Stationsstraat werd omgedoopt. Toen in 1900 de tram naar hier kwam waren honderden mensen nog niet eerder van het eiland afgeweest. Er waren zelfs mensen die nog nooit in Brouwershaven waren geweest.

Dat er aan het spoor bij de tram wel iets mankeerde, blijkt uit de ongelukken welke soms plaats hadden. Er stond vooral in de eerste jaren een tegenstelling tussen de kwaliteit van het spoor en de snelheid, die de locomotieven ontwikkelen konden. Er gold een maximum snelheid van 20 km per uur en die werd kennelijk nog wel eens overschreden was een veel genoemde oorzaak van ontsporingen. Maar er konden ook wel andere oorzaken zijn van zo’n ontsporing. Er braken bijvoorbeeld ook wel eens krukassen van locomotieven. Tussen de haltes Capelle, de eerste halte na het station Nieuwerkerk, en Zierikzee-Sas vond op 18 fenruari 1904 ter hoogte van de Groenendijk zo’n ongeluk plaats en de gevolgen waren niet mis. Hij rijtuig met als nummer 342 (gewicht 5025 kg) lag volledig uit de rails en daarvoor lang een verwrongen tramdeel.

 

 

Halte Sas Zierikzee

Na Capelle stoomt hier op de foto links de tram de halte Zierikzee-Sas binnen. Deze was gelegen aan het eind van de Scheepstimmerdijk. Het hier afgebeelde huis, dat tevens als wachtkamer fungeerde dient in verbouwde vorm als woonhuis van A.G. Versluis (Sas 2). Nog steeds is het dit verleden aan de woning te zien. De verbindingsweg tussen de Julianastraat en de Scheesptimmerdijk-Calandweg heet tegenwoordig terecht Trambaan.

 

 verdween de tram na veel trammelant van het eiland. Het openbaar vervoer werd verder uitsluitend met autobussen onderhouden.

Deze kaart uit 1908 toont ons het stationsgebouw van de RTM (Rotterdamsche Tramweg Maatschappij) met het perron. De tram uit Duiveland stoomt juist binnen.

 

 

 

 

 

Gezicht op het tramstation omstreeks 1900, vóór de latere uitbreiding tot stand was gekomen

 

  Stoomtrein tijdens het passeren van de halte Het Sas, omstreeks 1900