LEPROZENHUIS

Bij het afgraven van vervuilde grond op de bouwlocatie op de hoek van Grachtweg en Scheepstimmerdijk bij Zierikzee zijn gisteren drie skeletten gevonden. Waarschijnlijk gaat het om stoffelijke overschotten van bewoners van het leprozenhuis dat eeuwen geleden net buiten de stadspoorten van Zierikzee gevestigd was.

De vondst komt voor wethouder openbare werken van de gemeente Schouwen-Duiveland R. van der Wekken niet onverwacht. Het was bekend dat in de omgeving van Noord- en Zuidhavenpoort in vroeger tijden een leprozenhuis was gevestigd. In de annalen duikt het voor het eerst in 1472 op. De exacte locatie is echter niet bekend. ,,Dus kan het heel goed zijn dat we hier op een deel van de begraafplaats bij het leprozenhuis gestuit zijn“, aldus Van der Wekken.

De drie skeletten werden keurig naast elkaar gerangschikt in de bodem terug gevonden. Volgens archeoloog E. Norde van de Grontmij is een van de drie skeletten dat van een jongvolwassene. Van de overige twee kon hij gisteren nog weinig zeggen. Volgens Norde dateren de skeletten uit de periode 1700-1750. Dat kon worden afgeleid uit de resten van pijpenkoppen en stukjes aardewerk die in de nabijheid van de botten gevonden werden. De skeletten worden vandaag voor verder onderzoek overgebracht naar het archeologisch centrum van de Vrije Universiteit in Amsterdam. Na onderzoek kan pas met zekerheid worden vastgesteld of het inderdaad de stoffelijke resten zijn van leprozen.

Verbannen

Destijds werden lijders aan de ziekte lepra ofwel melaatsheid verbannen uit stad en dorp. De ziekte maakte hen tot een uitgestotene. Leprozen leefden in gedwongen afzondering in het leprozenhuis. Ze mochten alleen op bepaalde dagen de stad in. Daarbij moesten ze smalle straatjes vermijden omdat ze anders bij het passeren te dicht bij andere mensen zouden komen. Om te waarschuwen voor hun komst gebruikten de leprozen een houten klepper.

De Zierikzeese leprozen werden ondergebracht in een leprozenhuis net buiten de stad. Toen in 1655 een pestgolf Zierikzee trof, werd het leprozenhuis korte tijd gebruikt als pesthuis. Daarna deed het dienst als ziekenhuis en na 1789 werd het militair hospitaal. Nadat een storm in november 1800 het gebouw zwaar had beschadigd, werd het gesloopt. Later verscheen op die locatie de Zierikzeese gasfabriek. Die deed dienst tot 1956, waarna emulgatorenfabrikant Emulsion Holland zich op het terrein vestigde.

Emulsion is inmiddels verhuisd naar het bedrijventerrein aan de Straalweg bij Zierikzee. Momenteel wordt de door de gasfabrieks-activiteiten vervuilde grond gesaneerd. Als die sanering achter de rug is, wordt begonnen met de bouw van wooncomplex Rollandthof, vernoemd naar een van de regenten van het leprozenhuis.
[Bron: Provinciale Zeeuwse Courant, 18 februari 2005]

Typ-hier-de-titel

De bodemsanering op de nieuwbouwlocatie Rollandthof – op de hoek van Grachtweg en Scheepstimmerdijk in Zierikzee – wordt niet stilgelegd voor nader archeologisch onderzoek en het graafwerk wordt ook niet archeologisch begeleid. Daarmee gaan B en W voorbij aan het nadrukkelijke advies van de provinciaal archeoloog.

Bij de graafwerkzaamheden op de plek waar over enkele maanden wordt begonnen met de bouw van woningbouwproject Rollandthof, werden tot dusver restanten gevonden van zeventiende-eeuwse huisjes.

Onder die fundering liggen kloostermoppen uit de vroege zestiende eeuw. Ook stuitten grondwerkers op drie geraamten, vermoedelijk de resten van mensen die bezweken zijn aan lepra of pest. De skeletten werden gevonden in de buurt van een eveneens blootgelegde oude sloot. De beenderen zijn ontgraven en worden momenteel onderzocht.

Van de resten van de fundamenten zijn monsters genomen en stenen opgemeten.
Wethouder R. van der Wekken (CDA) voelt weinig voor verder diepgravend archeologisch onderzoek op het terrein voor de oude stadspoort.

Tijdens het officiële begin van de bodemsanering gisteren maakte hij duidelijk meer belang te hechten aan een snel begin van het woningbouwproject Rollandthof. Dit in relatie tot het tekort aan nieuwbouw in Zierikzee. “Archeologisch draagt de gemeente hiervoor inderdaad de verantwoordelijkheid. Maar ik ga er – net als de provincie – vanuit”, zei de wethouder richting projectleider P. Brand en gedeputeerde J. Suurmond, “dat een snelle sanering in deze leidend zal zijn. Wanneer wij alles minutieus zouden laten uitzoeken, zijn we over vijf jaar nog bezig. Dat is hier niet de bedoeling. Onze inzet is er in alles op gericht dat in januari 2007 de eerste bewoners hun intrek kunnen nemen.”

Begeleiding
Provinciaal archeolooog R. van Dierendonck heeft archeologische begeleiding van de sanering bepleit. Dat houdt in, legt assistent-provinciaal archeoloog H. Jongepier uit, dat het werk niet te hoeft worden stilgelegd, mits een bevoegd archeoloog het graafwerk continu volgt. Worden er vondsten gedaan dan wordt bekeken hoe het verder gaat en welke maatregelen nodig zijn.

De gemeente volgt het advies van Van Dierendonck niet op, maar kiest ervoor gewoon door te gaan met de sanering zonder te zoeken naar archeologische resten en zonder archeologische begeleiding. Zonder een uitgewerkt programma van eisen met een plan van aanpak conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie.

Slim
Of dat slim is, waagt assistent provinciaal archeoloog H. Jongepier te betwijfelen. “De gemeente handelt tegen het advies van de provinciaal archeoloog in, en dat dat is niet verstandig.”

Ook kan de Rijksinspectie voor de Archeologie kan bezwaar maken tegen het gemeentebesluit. Dat risico neemt de gemeente Schouwen-Duiveland voor lief.

[Bron: Provinciale Zeeuwse Courant, 3 maart 2005]

Typ-hier-de-titel