Het onstaan van Zierikzee

Reconstructiekaart Schouwen-Duiveland rond 1300
Reconstructiekaart Schouwen-Duiveland rond 1300

Het verhaal gaat dat Zierikzee is ontstaan in 849. Ziringus of Zierik, een uit Pannonië (Hongarije) verdreven ontdekkingsreiziger, zou de stichter van Zierikzee zijn geweest of de toen aanwezige nederzetting het aanzien van een stad hebben gegeven. Dat dit verhaal een kern van waarheid bevat zou je kunnen afleiden uit het feit dat de plaatsnaam Zierikzee een samenvoeging is van Zierik en Ee.

Zierik is, zo wordt aangenomen, een lokale machthebber geweest, naar wie de kreek (de Ee) en later de nederzetting is genoemd, dus Zieriks Ee. Helaas zijn er voor dit stichtingsjaar (849) geen directe bewijzen. Archeologische vondsten gaan niet verder terug dan de 11e eeuw.

De oudste geschiedenis van Zierikzee is nauw verbonden met die van Schouwen. Tot enkele eeuwen voor het begin van de jaartelling maakte Schouwen-Duiveland deel uit van een uitgerekt veengebied. Door dit veengebied liep onder meer de rivier de Schelde. Delen van dit veengebied waren nog voor het begin van onze jaartelling aangetast door de zee.

 

KREEK WORDT AFGEDAMD

Eind 3e eeuw drong de zee opnieuw het land in. Via inbraakkreken werd klei op het land afgezet. De kreken slibden op den duur dicht. Door inklinking van de veengrond ontstond een landschap met hooggelegen kreekruggen met daartussen laag gelegen poelgronden.

In de 9e en 10e eeuw vonden opnieuw aanvallen van de zee plaats. De bevolking die zich op de kreekruggen had gevestigd, ging zich tegen de zee verweren door aanleg van dammen in de kreken. De storm van 1134 was de directe aanleiding om Schouwen te voorzien van een ringdijk.

Aan de zuidoostzijde van het eiland Schouwen, waar de Gouwe stroomde en overging in de Schelde, ontstond Zierikzee. Vanuit de Gouwe liep een kreek, die het eiland binnendrong. Langs deze kreek ontstond een kleine nederzetting van vemoedelijk vissers en schapenhouders. De eerste bebouwing vond plaats in het westen van het huidige Zierikzee. Later vond nieuwe bebouwing plaats in oostelijke richting. De kreek werd vermoedelijk afgedamd bij het zuidelijk deel van de huidige Dam, een straat in het hart van de stad. De noordelijke zijtak van de kreek is vermoedelijk ontstaan bij een stormvloed. Deze werd aanvankelijk in het noorden afgedamd (Sint Anthoniesdam). In deze dam werd een getijdemolen gebouwd, die in 1220 wordt genoemd. Het is de oudste vermelding van een watermolen in Nederland. De straatnaam Watermolen herinnert aan de plaats ervan. Later werd deze zijtak meer zuidelijk gedicht, bij het noordelijk deel van de Dam.

BANDEN MET GENT (BELGIE)

Zegel kapittel Sint Lievensmonsterkerk
Sint Lieven afgebeeld op het zegel van het kapittel Sint Lievensmonsterkerk

In 976 wordt in een oorkonde melding gemaakt van een bezitting genaamd Creka, toebehorend aan de abdij van Sint Baaf in Gent. Het is niet onwaarschijnlijk dat hiermee het latere Zierikzee is bedoeld. De banden tussen deze abdij en Zierikzee waren hecht. Dat blijkt uit de patroon van het kerkje. Het was gewijd aan Sint Lieven, een door de monniken van Sint Baaf geïntroduceerde heilige, die in werkelijkheid nooit bestaan heeft. In 1156 wordt zowel de naam van de kerk als de plaatsnaam -Siricasha-  voor het eerst genoemd. Op de afbeelding links staat Sint Lieven afgebeeld op het zegel van het kapittel van de Sint Lievensmonsterkerk.

 

Omstreeks het midden van de 12e eeuw werd begonnen met een nieuwe kerk, die de vorm kreeg van een Romeinse basiliek. In deze periode maakte de nederzetting een flinke groei door. Tegenover de kerk verrees een kasteel. Kroniekschrijvers delen ons mede dat dit kasteel gesticht zou zijn door de Vlaamse graaf Boudewijn V. Deze versterking zou in 1048 in handen zijn gevallen van de Hollandse graaf. Hoe het ook zij, het verhaal geeft aan dat Zierikzee en omgeving beschouwd werd als een strategisch belangrijk gebied. Het Hollandse gravenhuis rekende Schouwen tot hun territoir. Diezelfde kroniekschrijvers delen mee dat Zierikzee in 1205 door de Vlamingen werd belegerd. Als dit juist is moet de plaats toen al voorzien zijn geweest van verdedigingswerken. Kort daarna kreeg de nederzetting van de graaf stadsrechten. De keur, waarin dit werd vastgelegd, is niet bewaard gebleven. Wel is bekend dat dit in 1217 of 1219-1222 moet zijn gebeurd. Op 11 maart 1248 werden de stadsrechten door Rooms-koning Willem II vernieuwd en uitgebreid. Deze verkregen voorrechten stimuleerden de groei van de stad. In de 13e eeuw wordt melding gemaakt van een gasthuis en een vleeshal.

KLOOSTERS

Ook vestigden zich kloosters in de stad. De bedelorden waren vertegenwoordigd door de Minderbroeders, die zich in 1260 vestigden en door de Predikheren, die in de jaren 70 van de 13e eeuw, als eerste vestiging in Holland en Zeeland, in Zierikzee kwamen. Een Begijnhof werd voor 1256 gesticht. Van korte duur was de aanwezigheid van een klooster van de Ekstebroeders in de 13e eeuw. Hetzelfde geldt voor het aan Sint Agatha gewijd klooster van de Bogarden, dat twee eeuwen later in Zierikzee werd opgericht (1470-1482). De bezittingen gingen over aan de Cisterciënzers of Benardieten, die zich hier in 1483 vestigden. De Karmelieten hadden in Zierikzee een termijnhuis. Augustijner Servitinnen (Celle of Zwarte Zusters) vestigden zich voor 1443. In 1490 arriveerden Franciscaanse Tertiarissen (Grauwe Zusters). Tenslotte het Driekoningenklooster, dat door een twintigtal nonnen bevolkt werd vanaf omstreeks 1430. Tot vestiging van Johannieters en Tempelieren in Zierikzee is het, hardnekkige overleveringen ten spijt, nooit gekomen. (tekening: Stadsplattegrond van Zierikzee, 13-16de eeuw, met de belangrijkste gebouwen.

(bron: bewerkte tekst Huib Uil, gemeentearchivaris Schouwen-Duiveland  uit Zierikzee Monumentenstad aan de Schelde /

P.A. Hendrikx, De Oudste bedelordekloosters in het graafschap Holland en Zeeland, Dordrecht 1977)