CULTUUR & ONDERWIJS

 

 

 

In de 17de eeuw naam Zierikzee een bescheiden plaats op cultureel gebied in. Op literair terrein kreeg Adriaen Hoffer (1589-1644) (zie afbeelding links) bekendheid. Hij was de zoon van een Zierikzeese zouthandelaar, die indertijd vanwege zijn keuze voor de Gereformeerde leer naar Engeland was gevlucht. Adriaen werd in de voetsporen van zijn vader onder meer raad en burgemeester. In 1627 werd hij benoemd tot rentmeester-generaal van de grafelijke domeinen in Zeeland beoosten Schelde. Deze functie liet hem genoeg tijd om zich te wijden aan poëzie. Naar de mode van zijn tijd had hij zijn naam gelatinisseerd tot Adrianus Hofferus. Hij was ouderling en nam als zodanig, samen met ds. Udemans, deel aan de Synode van Dordrecht (1618/1619). Ook Hofferus probeerde door middel van zijn gedichten de Nadere Reformatie te dienen. Dat blijkt onder meer uit zijn Nederduytsche Poëmata (1635). Hij verdiepte zich ook in de geschiedenis van zijn vaderstad. Hofferus liet bij zijn overlijden een bibliotheek na van 1150 werken. Zijn zoon Rochus Hoffer (1615-1671), breidde die boekenverzameling uit tot ruim 4.000 banden. Ook hij was actief op literair gebied. Onder meer dankzij vader en zoon Hoffer ontstonden er heel wat litaraire connecties. Maar ook op andere wijze speelde Zierikzee een bescheiden rol. Jacob Cats, geboren in Brouwershaven, ging in Zierikzee op school. De dichter Constantijn Huygens verbleef in het voorjaar van 1618 in Zierikzee om er de praktijk als advocaat te leren. Eén van de belangrijkste natuurfilosofen van de 17e eeuw was Isaac Beeckman (1588-1637). Hij woonde van 1611 tot 1616 in Zierikzee waar hij werkzaam was als kaarsenmaker. Hier deed hij zijn eerste natuurkundige observaties waardoor hij de eerste onderzoeker werd, die een min of meer consistent mechanistisch wereldbeeld had. Dat wil zeggen dat hij met behulp van de beweging, de vorm en de grootte van materiële lichamen probeerde de natuurverschijnselen te verklaren. Beeckman was de eerste in Nederland die dagelijks weerkundige waarnemingen deed. Later had hij intensief contact met de Franse filosoof René Descartes. Deze ontleende veel van zijn ideeën aan Beeckman. Slechts weinig schilders van naam waren in Zierikzee gevestigd. Karel Slabbaert. (1619-1654), die bekendheid kreeg met zijn genrestukken, was weliswaar hier geboren, maar werkzaam in Middelburg. Dat gold niet voor Pieter Vogelaer (1641-1708), die hier actief was als schilder en graveur. Daarvoor werkte hij als zilversmid. Op onderwijsgebied had de stad een breed aanbod. De Latijnse school, die sinds 1622 was gevestigd aan de Manhuisstraat, leidde op voor de universiteit. Naast de Latijnse school stond de Franse school voor jonge heren. Aan de Oude Haven stond de Franse school voor juffrouwen. Verder was er een aantal Nederduitse scholen, waar de kinderen leerden lezen, schrijven en rekenen. Had het aan burgemeester

mr. Pieter Mogge (zie afbeelding) gelegen, dan zou Zierikzee zelfs een universiteit rijk zijn geweest. Deze schatrijke vrijgezel legateerde een bedrag van 420.000 gulden voor de stichting van een hogeschool. Professoren in de godgeleerdheid, rechten, medicijnen, filosofie, letterkunde en Oosterse talen moesten worden aangesteld. Maar Leiden beriep zich op haar rechten. De universiteit aldaar was gesticht voor Holland én Zeeland. Na 10 jaar gediscussieer was het resultaat dat het plan niet doorging. Pieter Mogge had met deze mogelijkheid rekening gehouden en daarom bepaald dat het kapitaal in dat geval bestemd moest worden voor het stichten van een weeshuis voor kinderen van omgekomen militairen. Toen Mogge zijn testament in 1743 schreef van de Oostenrijkse Successie-oorlog aan de gang.  Maar die oorlog was al lang afgelopen. Uiteindelijk werd het kapitaal voor allerlei nuttige doeleinden gebruikt. In de 18de eeuw vervulde de stad op cultureel en wetenschappelijk gebied slechts een bescheiden rol. Maar met ere moeten wij de naam van de arts Job Baster (1711-1775) vastleggen. Hij deed onderzoek op medisch en natuurwetenschappelijk gebied. Hij was de eerste in Nederland die met succes de Chinese goudvis wist te kweken. Baster was lid van wetenschappelijke genootschappen waaronder de Royal Society in Londen. Zijn tuin, het Zonnehof, met vijvers waar hij onder andere goudvissen kweekte, lag op de plaats van het parkeerterein de Mosselboomgaard. Een beeld van Job Baster, gemaakt door Ad Braat, in een kruidentuin, grenzend aan het terrein, houdt de herinnering levens aan deze medicus. Eén van de andere Zierikzeese medici die bekendheid kreeg, was Cornelis Plevier (1722-1750). Hij schreef een baanbrekend werk over verloskunde. Op medisch gebied probeerde het stadsbestur de opleiding van vroedvrouwen en chirurgijns te verbeteren door de aanstelling van een lector in 1768. Tot de oprichting van een natuurwetenschappelijk college kwam het in 1795. In 1803 werd een lector in de natuur- en zeevaartkunde en andere vakken benoemd. Maar deze initiatieven waren geen lang leven beschoren. In 1797 werd een departement opgericht van de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen waaruit onder meer de nog bestaande Nutsspaarbank voortkwam (opgericht in 1819). Eveneens in 1797 is een muziekkorps opgericht. Het reorganiseerde zich in 1830 tot het muziekgezelschap  Koninklijke Harmonie Kunst en Eer en is daardoor één van de oudste in ons land.

 

 

bron: Zierikzee Monumentenstad aan de Schelde, tekst H. Uil