GEDENKSTEEN Menke KOOS VAN DER BEEK

Jaarlijks, op 4 mei, worden de slachtoffers herdacht uit de Tweede Wereldoorlog met een kranslegging bij de daarvoor opgerichte monumenten. Ook in Zierikzee sneuvelden stadsgenoten bij bombardementen, deportatie en door straf opgelegd door de Duitse bezetter. Bij het Joods Monument aan de Caustraat worden de gedeporteerde joodse stadgenoten herdacht en voor verzetsheld Koos van der Beek is een gedenksteen in de muur van het stadhuis aangebracht, rechts van de ingang van het vroegere Bureau van Politie.

 

Menke Koos van der Beek, in leven wachtmeester der gemeentepolitie te Zierikzee, geboren in Tegelen op 23 November 1918 en omgebracht op 10 December 1944 in Renesse. Zijn onverschrokken moed en ongeëvenaarde vaderlandsliefde zijn ons allen steeds een lichtend voorbeeld.

 

Zijn verzetsdaad:

Tot 4 Januari 1945 werd de bedrijfstelefoon van de Provinciale Electriciteits Maatschappij in Zierikzee met de geallieerden in het geheim een verbinding onderhouden, terwijl Schouwen en Duiveland nog in Duitse handen was. Begin December 1944 werd over de verbinding aan de geallieerden gevraagd, een aantal illegalen, afkomstig uit veschillende plaatsen op Schouwen en Duiveland, naar de geallieerde zijde te halen, teneinde daarna bij eventuele landingen behulpzaam te kunnen zijn. Menke Koos van der Beek, wachtmeester der gemeentepolitie, stond in verbinding met 2 Engelsen en 1 Nederlander afkomstig van een op Schouwen en

Duiveland aangekomen zweefvliegtuig, welke een noodlanding had moeten maken. Deze personen waren na deze noodlanding ondergedoken bij Joost Ringelberg uit Zierikzee, alwaar zich tevens een Armeens onderofficier bevond, die aan een spionagedienst ten gunste van de geallieerden meewerkte. In totaal zouden 17 personen door de geallieerden gehaald moeten worden, de militairen inbegrepen. Maandag 4 en Dinsdag 5 December 1944 werden de telefonische besprekingen met de geallieerde officieren op Sint Philipsland hervat en werd overeengekomen, dat allen in de avond van 6 December 1944 om 20.00 uur, gehaald zouden worden. De 17 mensen bevonden zich op de avond voor het bewuste doel om 19.00 uur aan de zeedijk, recht voor de Boerenweg in Zierikzee. Door van der Beek werden aldaar, met een afgeschermde lamp, seinen gegeven in de richting van Colijnsplaat (Noord-Beveland). Tot 20.30 uur zaten de 17 personen aan de zeedijk, echter zonder iets van de geallieerden te bespeuren, zodat zij allen naar de stad teugkeerden, gelukkig zonder door de Duitsers te worden opgemerkt. De volgende dag werd weer telefonisch in verbinding getreden met de geallieerden en werd afgesproken, dat zij die avond (7 December), de poging tot overtocht zouden herhalen. Om 20.00 uur zaten dan ook alle 17 personen weer aan genoemde zeedijk. Van der Beek gaf weer seinen met de seinlamp. Van geallieerden werd echter weer niets bemerkt. Later is gebleken, dat de seinen inderdaad door de geallieerden zijn waargenomen, die van Colijnsplaat met een boot waren uitgevaren in de richting van Zierikzee. Omstreeks 20.35 uur moest het seinen worden gestaakt, aangezien een auto

voorbijreed. Ongeveer 7 minuten later werd weer geseind, maar later is komen vast te staan, dat deze seinen niet meer door geallieerden zijn waargenomen. Even na 21.00 uur vertrokken de 17 mensen dan ook weer en zij beschouwden de onderneming wederom als mislukt. Tegen 21.30 uur arriveerden de geallieerden echter alsnog aan de zeedijk, maar de af te halen personen waren inmiddels verdwenen. De geallieerde patrouille is daarop weer naar de boot teruggekeerd en zowel heen als terug moesten ze voorbij een Duitse schildwacht sluipen. Bij het aan boord gaan heeft deze schildwacht waarschijnlijk de aanwezigheid van mensen geconstateerd en schoot een vuurpijl af, teneinde de andere Duitse militairen te alarmeren. Aangezien de 17 personen inmiddels nog geen kans hadden gezien in Zierikzee een veilig onderkomen te vinden, stuitten ze onderweg op en patrouille van 7 Duitsers. Een hevig vuurgevecht ontwikkelde zich, wat in het voordeel van de Duitsers, door een betere bewapening, wordt beslecht. 7 van de 17 mensen konden nog ontvluchten, maar de andere 10, waaronder van der Beek, werden gevangen genomen en naar het “Wehrmachtsheim” in Zierikzee overgebracht. Aldaar werd onder andere van der Beek door de zogenaamde Zollsekretär met een gummistok op beestachtige wijze mishandeld. Inmiddels werden alle ambtenaren van de gemeentepolitie, alsmede de Marechaussee, gearresteerd. 

 

Op 8 December 1944 werden bovenbedoelde gevangenen, behalve de heer Lazonder uit Renesse, die bij de gevangenneming zwaar gewond werd, naar Brouwershaven vervoerd en bij het overbrengen naar het aldaar liggende schip wederom beestachtig mishandeld. Bij het uitvaren uit de haven sprong de Armeense onderofficier overboord. Of deze ontkomen of verdronken is, is niet bekend. Zijn naam was York Mikiniejan, die samen met van der Beek de stafkaarten bijwerkte. De andere gevangenen werden hierna opnieuw mishandeld en werden gedwongen voorover op het dek van de boot te gaan liggen. Tegenover iedere man kwam een Duitser te staan, die de kolf van het geweer in de rug van betrokkene duwde. Bij aankomst in Ouddorp, evenals Middelharnis, werden de gevangenen opnieuw op wrede wijze mishandeld. In Middelharnis werd direct na aankomst begonnen met de zogenaamde berechting. Deze was zaterdagmorgen, 9 December 1944 om ongeveer 03.30 uur afgelopen. Alle 10 personen werden ter dood veroordeeld, terwijl het vonnis door middel van de strop voltrokken zou worden. ook de zwaargewonde C. Lazonder werd ter dood veroordeeld. Daarna zijn de 9 gevangenen vervoerd naar Haamstede, waar zij in een bunker werden opgesloten. ’s Zondagsmorgens, 10 December 1944, vóór her vervoer naar de plaats van de terechtstelling, heeft Ds. H.C. Voorneveld, Gereformeerd predikant in Haamstede, hen allen geestelijk bijgestaan. Deze heeft voor hen gelezen Psalm 23 (“De Heer is mijn Herder”) en op verzoek van de eveneens ter dood veroordeelden I. van der Bijl uit Zonnemaire, las genoemde predikant Psalm 91 (“Die in de schuilplaats des Allerhoogsten is gezeten, die zal vernachten in de schaduw des Allemachtigen”) Daarna zijn de 9 gevangenen in een gesloten huifkar vervoerd naar de laan van “Slot Moermond” in Renesse en aldaar door middel van ophanging ter dood veroordeeld. Onder het zingen van “Een vaste burcht is onze God” zijn allen de heldendood ingegaan. De lijken moesten op bevel van de moffentirannen 24 uur blijven hangen, terwijl het lijk van de inmiddels op 11 December 1944 overleden C. Lazonder eveneens naast de andere lijken werd opgehangen. De naaste familieleden, alsmede 5 ingezetenen uit iedere gemeente op Schouwen en Duiveland, werden gedwongen langs de slachtoffers te lopen.

Met welk een helden hebben we hier te doen! De moffen hebben niet één woord betreffende het ondergrondse werk uit hun kunnen krijgen. Deze mannen hebben hun jonge leven gegeven voor onze vrijheid. Voor hen waren de woorden “Den Vaderland getrouwe, blijf ik tot in den dood” geen holle phrase! Laten wij, bewoners van Schouwen en Duiveland en met ons alle Nederlandsers, deze “mannen van groot formaat”  een eresaluut brengen!. Laten wij hen nimmer vergeten; ook hun achtergebleven verwanten niet. De inwoners van schouwen en Duiveland hebben in dezen een dure ereschuld te voldoen!

 

Menke Koos van der Beek

 

 

Zijn leven en zijn jong geluk,
Heeft hij voor onze zaak gegeven. 
Hij is zijn land, in nood en druk,
Tot in den dood getrouw gebleven.

Hij streed den ondergrondschen strijd
En wilde het gevaar niet achten; 
Zijn frissche jeugd bleef beter tijd,
Den gulden vrijheidsdag verwachten.

Die dag, met Hollands vlag getooid,
Mocht met zijn gloed hem niet bestralen; 
Vergeten wij zijn offer nooit,
Zijn moed moog’ onze veerkracht stalen.

Wij leggen op zijn graf een bloem,
Geplukt op drooggebleven velden; 
Hij krijg’ de eer, deel’ in de roem
Van Neerlands dapp’re vrijheidshelden.

================

 

 

Onder dagtekening van 10 December 1944 wordt op last van de Duitsers het volgende bekend gemaakt:

“Op last van de Inselkommandant van de Duitse Weermacht wordt bekend gemaakt dat heden, 10 December 1944, door middel van de strop, het doodvonnis is voltrokken aan:

J.P Jonker uit Haamstede;
L.M. Jonker uit Haamstede; 
W.M. Boot uIt Renesse:
Joh. Oudkerk uit Renesse;
A.M. Padmos uit Renesse; 
M.P.M. van der Klooster uit Brouwershaven;
J.A. Verhoef uit Brouwershaven;
I. van der Bijl uit Zonnemaire; 
M.K. van der Beek uit Zierikzee.
De secretaris van Renesse, die bij de gevangenneming gewond werd, wordt later berecht.

 

Dadelijk na de voltrekking van het vonnis, is ter plaatse aan de vertegenwoordigers uit elke gemeente het volgende medegedeeld:

Dit vonnis is voltrokken, omdat deze personen hebben getracht te vluchten en samenwerking te zoeken met de vijand en zich bij hen te voegen, om zodoende gezamelijk de Duitse Wehrmacht te bestrijden. De eigendommen, alsmede vee en levende have, worden verbrand of verbeurd verklaard. De familie van de veroordeelden mag alleen de lijfkleding behouden, die ze aan hebben. Volgens mededeling van de Inselkommandant bevinden zich op dit eiland nog 2 Engelsen, 1 Nederlander in uniform en 1 voortvluchtige Armeense onderofficier. De bevolking wordt verplicht door samenwerking met de Duitse Wehrmacht deze personen op te sporen. Wanneer deze opsporing plaats heeft vóór dinsdag 12 December 1944 om 12.00 uur, volgen geen strafmaatregelen. Bij aantreffen na genoemd tijdstip worden uit de bevolking verdere gijzelaars gesteld, die eveneens zullen worden veroordeeld tot de strop. Van de bevolking wordt v

erwacht loyale samenwerking met de Duitse Wehrmacht, of althans neutraal blijven en in geen geval begunstiging van de vijand.

 

 

 

 

 

 

Op 10 december 1945 werd de gedenksteen, aangebracht in de voorgevel van het stadhuis aan de Meelstraat, ter nagedachtenis van de geëxecuteerde politieagent en verzetsman Menke Koos van der Beek. De onthulling geschiedde door jhr.mr. J. Schuurbeque Boeye, burgemeester van Zierikzee. (foto’s: gemeentearchief)