ZEEGROENTE
ZEEKRAAL
Zeekraal lijkt op een soort "minicactusje" zonder stekels (Salicornia = "zoute-kraaltje"). Het groeit op kale plekken en aan de randen van de schorren (=kwelders). Schorren zijn begroeide buitendijkse gebieden die onder invloed staan van eb en vloed. Zeekraal is vaak de eerste plant die de kale slikken koloniseert. Individuele plantjes houden het fijn zwevende materiaal vast en zorgen zo voor de aangroei van het schor. Het is dan ook een echte pioniersplant en komt lokaal zeer massaal voor. Doordat het plantje actief zout opneemt heeft het een zeer zilte smaak. Ook zit het boordevol vitaminen die het uit het omringende zeewater opneemt. Zeekraal is een eenjarige plant die zich middels zaadvorming voortplant. Om te kiemen heeft zeekraalzaad zoetwater nodig. Veel regen in het vroege voorjaar (tijdens doodtij periodes) zijn dan ook onontbeerlijk voor een goede productie. Zeekraal komt wereldwijd voor en bestaat uit verschillende soorten. In Europa is de voornaamste soort Salicornia Europea. Te verdelen in twee groepen: kortarige en langarige. Kortarige vormt meer vertakte stengels en is donkerder van kleur. Het is minder afhankelijk van eb en vloed en komt ook vaak binnendijks voor. Langarige is minder vertakt, lichtgroen van kleur en sterk gebonden aan de zee. De laatste vorm is de lekkerste en is dan ook de vorm die door Elenbaas wordt geleverd. Zeekraal is oogstbaar van half mei tot en met begin september. Van een plantje kan men meerdere malen oogsten doordat het na afsnijden steeds opnieuw aangroeit. Bij het aangroeien vertakt het ook waardoor hele dichte matten van vertakte zeekraal kunne ontstaan. Aan het eind van het seizoen (half augustus) worden de eerste bloemetjes zichtbaar als witte puntjes. Hierna worden de plantjes steeds houtiger en vind uiteindelijk zaadvorming plaats. Gaat het in het zaad dan wordt de zeekraal geel/oranje en uiteindelijk bruin, waarna het zaad door wind en water wordt verspreid. (foto zeekraal: Salty Greens)
LAMSOOR
"Lamsoor" is de Zeeuwse naam voor Zeeaster ( Aster tripolium). De naam lamsoren komt waarschijnlijk van het feit dat de blaadjes lancetvormig ( "oortjes" ) zijn en "schorre schapen" ze graag eten. Het plantje groeit veelal op de meer hogere delen van het schorre. Het is ook een "pioniersplant", en groeit vaak op plaatsen waar een jaar eerder zeekraal groeide. Beide soorten komen zelfs door elkaar voor. Ook bij lamsoor zijn er meerdere vormen te onderscheiden. Er is een vorm die in zogenaamde rozetjes groeit. Deze vorm is meerderjarig en groeit op wortelstokken die in het voorjaar uitlopen. Ze groeit vaak aan de randen van kreken en in de buurt van zeekraal.
Een andere is de eenjarige vorm, vaak lichter van kleur, ontkiemt direct uit het zaad en vormt soms grote egale velden bovenop het schor. Ook lamsoren is zilt van smaak doordat het zoutwater opneemt. Het is echter minder zout van smaak dan zeekraal. Soms is lamsoor lichtgrijs van kleur doordat het overtollig zout uitscheidt. Lamsoren kan geoogst worden van half maart t/m eind juli. Ook van een lamsorenplant kan meermalen worden geoogst. Aan het eind van het seizoen gaan de planten in bloei. Ze vormen dan bloeistengels met mooie "Margrietachtige" bloemen (kleur van de bloemblaadjes: wit, lila of geel. De kleur van het hartje is altijd geel). (foto lamsoor: Zeegroenten.nl)












