GASTHUISKERK

De Gasthuis- of kleine kerk is in oorsprong de kapel van het gasthuis, die in de tweede helft van de 14de eeuw werd gesticht en dat diende als onderkomen voor arme vreemdelingen op doorreis en voor behoeftige zieken. Het gasthuis lag achter de huidige kerk, aan de Hoge Molenstraat. De kapel werd bediend door een eigen pastoor. Na de Reformatie werd deze kapel in gebruik gegeven aan de Waals Gereformeerde gemeente, die in 1587 ontstond en bediend werd door één, later door twee predikanten. In 1613 kreeg de Waalse gemeente, waar in het Frans werd gepreekt, een gebouw aan de Poststraat toegewezen (thans deel van de Zeeuwse Muziekschool). De groeiende Nederduits Gereformeerde gemeente had behoefte gekregen aan een tweede kerkgebouw en aan hen werd de Gasthuiskerk ter beschikking gesteld. Op 23 juni 1613 werd er voor het eerst in het Nederlands gepreekt. De toewijzing van de Gasthuiskerk was slechts een gedeeltelijke bevrediging van de ruimtenood. De kerk was te klein om de steeds groter wordende schare kerkgangers te bevatten. Er werd gezocht naar mogelijkheden om de gemeente aan meer ruimte te helpen. De leuze viel op vergroting van de Gasthuiskerk. Vergroting bracht echter problemen met zich mee. Aan de noordzijde bevond zich het gasthuis en an de zuidzijde stonden particuliere woningen. Het stadsbestuur besloot tot aankoop van deze huizen om daardoor de benodigde ruimte te vinden voor vergroting. Het duurde nog enkele jaren voordat alle huizen in handen van de stad waren. In 1650 gaf het gemeentebestuur opdracht tot het maken van een bestek voor de uitbreiding. Gekozen werd voor het bouwen van een beurs, met daarboven een galerij. De kerk kreeg daardoor een belangrijke uitbreiding van het aantal zitplaatsen. De beurs voorzag in de mogelijkheid  om handel te drijven in een tegen regen en sneeuw beveiligde ruimte. Dichtbij de haven en tegenover de Brede brug die als plaats van allerlei activiteiten diende, was het een uitstekende lokatie voor de handelaren. Bovendien werd de kerk gemakkelijker bereikbaar. De afbraak van de huizen vond plaats in 1651. Een door de timmerlieden Pieter en Bastiaan Vogelaar ontworpen plan werd goedgekeurd en op vrijdag 3 juni 1651 (deze datum is terug te vinden op de gevel) werd de eerste steen gelegd. Begin 1652 was de bouw voltooid. De kansel met tuin dateren uit de jaren even voor de aanbouw van 1651. Hetzelfde geldt vermoedelijk ook voor de regentenbanken tegenover de kansel. In 1653 werd de voorgevel versierd met het wapen van de stad Zierikzee, vastgehouden door een zeemeerman en een zeemeermin. Toen werden ook de potten op de kroonlijst geplaatst. Het kerkgebouw is in gebruik bij de Hervormde gemeente, die opvolgster van de Nederduits Gereformeerde gemeente. Achter de kerk werd in 1854 een consistorie gebouwd. In 1948-1958 werd het kerkgebouw ingrijpend gerestaureerd.

In 1992-1994 werd het interieur opnieuw hersteld en ingericht. In 1887 had de kerk een orgel gekregen, gebouwd door de firma L. van Dam & Zonen uit Leeuwarden. Een nieuw orgel werd geplaatst door de firma Marcussen & Son uit Aabenra (Denemarken). De ingebuikneming vond plaats in 1964. Op weinig plaatsen in Nederland ontmoeten kerk en samenleving elkaar zo nadrukkelijk als in Zierikzee aan het Havenplein. Tijdens warme zomerdagen is het heerlijk koel in de beurs. Daar kun je genieten van alles wat voorbij trekt. Nog steeds is de Beurs -de Zierikzeeënaars spreken over de Beuze- een ontmoetingsplaats voor velen. Een gezellig praatje, heerlijk wandelen in de zon, hier kan het allemaal.  

 

 

  

 

  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

ZIERIKZEE MONUMENTENSTAD
Parel aan de Oosterschelde
  
Contact & Disclaimer