MOLENS
Van de vele molens die Zierikzee rijk was, resteren er nog twee. Ze geven de stad extra charme. Dat komt vooral door de wieken. Wanneer die gaan draaien, gaat er een bijzondere sfeer vanuit. Zierikzee is bevoorrecht door het feit dat de twee molens regelmatig in bedrijf zijn.
Molen "Den Haas" op het Bolwerk is de oudste. Maar eerst iets over het Bolwerk. Toen op het eind van de 16e eeuw het
Havenkanaal werd gegraven, moest de nieuwe haventoegang worden beschermd. Daarom werden aan weerszijden twee Bolwerken gebouwd. Aan de westzijde verrees in 1621 het Blauwe Bolwerk. Aan de Oostzijde werd het Oranje Bolwerk aangelegd, dat in 1652 gereedkwam. Alleen het Blauwe Bolwerk is bespaard gebleven. In 1817 werd een doorgang gemaakt naar de Westhavendijk.
Het hooggelegen Bolwerk was een ideale plaats voor een molen. Al spoedig werd hier een korenmolen gebouwd, die echter in 1723 werd afgebroken. Drie jaar later kregen de eigenaren van molen "De Flesse", die stond aan de
stadswal bij de Karnemelksvaart, toestemming om de molen af te breken. Ze kregen tevens toestemming om op het Bolwerk een nieuwe te bouwen. De opdrachtgevers waren de 27-jarige Willem van Schelven en de 25-jarige Gijsbrecht Blom. Metselaarsbaas Hubrecht Kooijman uit Brouwershaven was de aannemer. Op 20 maart 1727 werden de eerste stenen gelegd. Daaraan herinnert de gedenksteen boven de toegang. Daarop is een lopende haas
te zien met de naam Den Haas. De molen is door de gemeente aangekocht. In 1987 werd Den Haas na restauratie weer in gebruik genomen. Aan de voet van de molen ligt een aantal maalstenen, afkomstig uit de stoomgerancinefabriek, die in 1846 van start ging en stond tussen de Nieuwe Bogerdstraat en de Lange Sint Janstraat. Het was de eerste fabriek op dit terrein in Zeeland. Gerancine is een rode kleurstof, die bereid werd uit meekrap met behulp van zwavelzuur. De Meekrap, die voor Zierikzee en Schouwen-Duiveland van grote betekenis is geweest, was eind 19e eeuw vrijwel geheel verdwenen. Vanaf 1868 kon langs andere weg veel goedkoper rode verfstof worden geproduceerd. Meer info: Molendatabase.nl

Molen "De Hoop" aan de Lange Nobelstraat is de jongste van het duo. In 1788 werd hier een houten schorsmolen gebouwd voor leerlooierij. In 1820 volgde verbouwing tot korenmolen. In 1850 werd een stenen stellingmolen gebouwd. In 1874 is de molen door brand verwoest, maar weer herbouwd. Hoog steekt de molen boven de huizen uit. Dat moet ook wel, want anders wordt er onvoldoende wind gevangen. Met molens kun je geen grote winsten maken. Daarom werd de molen aangekocht door de gemeente. In 1982 werd deze gerestaureerd en is sindsdien weer in bedrijf. Er worden speciale meelsoorten gemaakt voor bakkerijen en particulieren.
Meer info: Molendatabase.nl
Aan de westkant van de stad, even ten zuiden van de Westbrug, stond in de stadswal aan de Regenboogstraat een opmerkelijke korenmolen genaamd "De Bloeme". Deze molen was van een voor Zeeland zeldzaam molentype. Het gaat om een 8-kante stellingmolen op een stenen onderbouw. De stelling heeft deels een verticale ondersteuning/deels een ondersteuning van schuine schoren. Het achtkant is met hout gedekt, deels in profieldelen, deels in potdekselwerk. De molen werd gebouwd in 1661 op een oude vestingstoren in de stadswal voor rekening van Jan Jacobse Soetewey. De molen kende in de 18e eeuw diverse eigenaren waaronder de families Phernambucq en Van Selven. Deze familie Van Dijke had de molen al sinds 1798 in het bezit. De molen is in 1896 of 1898 afgebroken.
Aan het Sas heeft in de 19e eeuw ook een molen gestaan. Het betrof een houtzaagmolen. Deze werd in 1878 buiten bedrijf gesteld en een jaar later gesloopt. Deze Zierikzeese windmolen was overbodig geworden, doordat de "houtkoperij" van jonkheer mr. Jac. Schuurbeque Boeije verkocht werd aan een Middelburgse firma, die de beschikking had over een stoomzaagmolen. Links een geschilderde voorstelling uit de collectie van het Burgerweeshuis.