SINT LIEVENSMONSTERTOREN

Het stadssilhouet wordt beheerst door de Sint Lievensmonstertoren. Die naam is voor de inwoners veel te lang; voor hen is het de Dikke Toren. Tussen de vele monumenten die Zierikzee rijk is, neemt deze reus een bijzondere plaats in. Met z´n ongeveer 62 meter steekt de onafgebouwde kolos fors de lucht in. De toren is het symbool van durf en eigenzinnigheid. Voor de Zierikzeeënaars heeft de Dikke Toren vooral gevoelswaarde. Wanneer de toren weer in het vizier komt na een lange reis, pas dan voelen zij zich weer echt thuis. Als trouwe wachter bleef de toren waar de tonelen wisselden. Tijden van welvaart werden afgewisseld door tegenslagen in de vorm van overstromingen en soortgelijk onheil. Belegeringen door Spanjaarden, Fransen en Engelsen gingen aan de dikke kolos voorbij. Hij bleef op zijn post als het schijnbaar altijd blijvende element. De welvaart die Zierikzee vooral in de 14de eeuw kende, vond haar weerklank in een imposante kerk. Dit laat-gotische bedehuis was de grootste kerk van Zeeland. Bij dit werk moest een toren komen, die daar door grootte, omvang en allure een waardige aanvulling op zou vormen. In 1454 werd met de bouw begonnen. Aangenomen wordt dat de Mechelse bouwmeester Andries Keldermans de ontwerper is geweest. Onder leiding van zijn broer Anthonis en diens zoon Rombout Keldermans werd de bouw voortgezet. De rijke versieringen van de toren zijn typerend voor de stijl van de familie Keldermans. Het is de Brabantse gotiek van haar beste kant. Aangenomen wordt dat het werk aan het fundament zo´n 25 jaar in beslag heeft genomen. Hieraan is niet doorlopend gewerkt. De stadsbrand van 1466, die onder meer het westelijk deel van de kerk trof, heeft voor oponthoud gezorgd. De funderingswerken geven een beeld van de pretenties van de Zierikzeeënaars. De omvang van de voet van de toren bedraagt 24,5 bij 24,5 vierkante meter. Daarentegen die van de Utrechtse Domtoren, met 112 meter de hoogste kerktoren van ons land, 19,5 bij 19,5 vierkante meter. Omdat de bouwput geen schade mocht veroorzaken aan de kerk werd de toren niet aan de kerk vastgebouwd. Hoewel rekening gehouden werd met het later bouwen van een verbinding bleef er een vrijwel onbebouwde open ruimte. De toren is opgetrokken met enkele miljoenen bakstenen. Ze kwamen onder andere uit de omgeving van Dordrecht, Rotterdam en Gouda. De buitenkant werd bekleed met het duurdere natuursteen. De kleine witte blokken van zandhoudende kalksteen komen uit de streek ten noorden en oosten van Brussel. Deze steen wordt Brabantse witte arduin genoemd. Bekender is de naam Gobertanger naar één van de vindplaatsen. Voor ingewikkelder werk, zoals voor de steunberen en pinakels, werd de Vlaamse witte arduin of Ledesteen gebruikt, afkomstig uit de gebieden ten westen van Brussel. Vanaf ongeveer 1490 werd Bentheimer zandsteen verwerkt uit het gelijknamige graafschap. Ook werd een blauwe kolenkalksteen gebruikt, die afkomstig was uit de Henegouwse groeven van onder andere Ecaussines. Deze steen werd aangeduid als blauwe arduin of Escosijnse steen. In een periode van ongeveer 30 jaar kwam de toren in haar huidige vorm gereed, dat wil zeggen tot de eerste omloop. Toen, omstreeks 1510, werd de bouw gestaakt. Minder goede tijden waren aangebroken. De stad verarmde en de middelen ontbraken om de toren te voltooien. De bouwkosten van de toren, zoals die verwezenlijkt was, bedroegen niet minder dan bijna F 100.000,- , een fabelachtig hoog bedrag. Lang werd aangenomen dat de toren zo´n 180 a 200 meter hoog had moeten worden. Th. Haakma Wagenaar heeft met deze opvatting korte metten gemaakt. Op basis van een ingenieuze studie van het moeilijk te interpreteren bekroningsontwerp van de toren, berekende hij dat deze ongeveer 130 meter hoog had moeten worden. Dat is desalniettemin een respectabele hoogte en nog altijd meer dan de Utrechtse Domtoren. De niet afgebouwde toren kreeg tenslotte nog een overkragende lijst. Bovenop werd een klokkehuis met nooddak gebouwd. Dit kwam vermoedelijk in de jaren dertig van de 16de eeuw gereed. In de loop van de tijd verloor de toren veel van zijn schoonheid. Talrijke versieringen verdwenen, vooral in de 18de eeuw. De houten torenbekroning werd in 1835 afgebroken. In 1839/1840 werd een nieuwe kap gebouwd. Bovendien werden een kroonlijst en een balustrade aangebracht.

Voor het stadsbestuur was de toren een zware last. Herhaaldelijk gingen stemmen op om het gevaarte af te breken. Tenslotte ging de toren in 1881 over naar het Rijk. De gemeente en het Rijk betaalden ieder hun aandeel in de noodzakelijke restauratie, die in de periode 1883-1897 werd uitgevoerd onder leiding van architect E.J. Margry. Naast herstel vonden er ook minder gelukkige ingrepen plaats. In een zinloze poging de toren een spitser aanzien te geven werden de steunberen gedeeltelijk weggebroken. Een aanzienlijke verbetering was het wegnemen van de kroonlijst. Tijdens het laatste jaar van de Tweede Wereldoorlog werd de toren aan de zuidzijde zwaar beschadigd door geallieerd geschut, dat vanaf het bevrijde Noord-Beveland vuurde. In de jaren 1957-1972 werd de toren opnieuw gerestaureerd. Toen verving men onder meer de kap door de huidige, die doet denken aan het vroegere klokkehuis. Bovenop werd een windvaan in de vorm van een scheepje geplaatst. Ter vervanging van de kwetsbare zandsteen, waarvan het gebruik niet meer is toegestaan, gebruikte men bazaltlava. Ook de balustrade werd  vervangen en de steunberen kregen hun oorspronkelijke hoogte terug. De zo typerende versieringen werden voor een groot deel weer aangebracht dankzij de inzet van een aantal beeldhouwers. In de toren staat sinds 1976 een beeld, dat de zeeslag in 1304 op de Gouwe uitbeeldt. Dit monument is vervaardigd door Eric Claus uit Amsterdam. De tonelen wisselden, maar onze trouwe wachter bleef. Nu omstuwd door duizenden toeristen, waarvan een groot deel de moed heeft de 281 treden omhoog en 279 treden naar beneden te gaan. Hun inspanning wordt beloond. Het uitzicht over de stad en de verre omgeving is een ervaring, die geen enkele bezoeker van Zierikzee mag missen. Onze oude wachter laat hen graag delen in de charme van Zierikzee.

 

De Dikke Toren heeft in het afgelopen seizoen (2013) 48.000 bezoekers getrokken. Velen van hen maakten voor 2 euro de tocht  naar boven; de rest bezocht een expositie of voorstelling in dit 'landmark' van Zierikzee. De VVV exploiteert de toren vanaf 2010 voor het eerst. Het gebouw is opgenomen in de Kunstwandeling Zierikzee die elk eerste weekend van de maand wordt gehouden. In de kerstvakantie (2014) is de toren geopend. Op termijn vestigt de VVV haar Zierikzeese kantoor in de toren.

 

Op zaterdag 18 oktober 2014 kreeg de Dikke Toren haar 60.000-ste bezoeker binnen. De familie Nijssen uit Barendrecht werd verrast met een bloemetje, een streekproduct en nog wat waardebonnen. 

 

Openingstijden 2014:

 

Van 11 april tot 25 oktober van dinsdag tot en met zaterdag van 10.00-17.00 uur

In de schoolvakanties ook de maandagen geopend.

 

De toegang tot de toren is gratis.

Wil je van een prachtig uitzicht genieten over de stad, van de Zeelandbrug of Oosterschelde, dan is de toren te beklimmen voor maar  € 2,00.

 

Houdt er wel rekening mee dat er geen lift in de toren aanwezig is. (www.vvvzeeland.nl)


Uw gastheer is torenwachter Hans Baris. Hij vertelt u graag het verhaal van deze Sint Lievensmonstertoren.

 

(foto's: Zierikzee-Monumentenstad)


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

 

  

 

 

 

 

  

ZIERIKZEE MONUMENTENSTAD
Parel aan de Oosterschelde
  
Contact & Disclaimer