NOORD- EN ZUIDHAVENPOORT
Stoere stadspoorten beschermen de toegang tot de haven. Wie he
t middeleeuwse Zierikzee per schip naderde, moet wel onder de indruk zijn gekomen van de verdedigingswerken van de stad. De grachten, muren en poorten maakten Zierikzee tot een hechte vesting. Nog steeds heeft Zierikzee dat karakter, hoewel de muren en een deel van de poorten zijn verdwenen. Niet ten onrechte wordt Zierikzee een stad als een kasteel genoemd. De beide havenpoorten dateren in oorsprong uit de 14de eeuw. Ze werden later uitgebreid, verbouwd en verfraaid. Drie zware belegeringen moest de stad in het begin van de 14de eeuw doorstaan. Om nieuwe vijanden te kun
nen weerstaan, werd de stadsverdediging vernieuwd. Daarvan waren onder meer deze twee poorten het resultaat. De meest imposante van de twee is de Zuidhavenpoort. Het is een variant op de Nobelpoort, maar veel soberder uitgevoerd. Het gebouw telt drie verdiepingen, die bereikbaar zijn via een tegen het gebouw geplaatst traptorentje. De poort is opgetrokken van grote Zeeuwse moppen. Aan de noord- en zuidzijde zijn figuren te zien. De metselaars maakten daarvoor gebruik met bakstenen met groene geglazuurde koppen. Ook aan de Nobelpoort zijn zulke figuren te ontdekken. De natuurstenen onderdelen zijn van Doornikse steen. Op de hoeken is witte Brabantse steen aangebracht. Aanvankelijk heeft de poort een open weegang gehad. Zo'n weergang had een borstwering waarachter de verdedigers hun posities konden innemen. Dankzij de vier uitgebouwde hoektorentjes konden de verdedigers vlak langs de poortmuren lijken en desnoods schieten. Aanvankelijk had de poort een tentdak. Bij een verbouwing circa 1500 werd de weergang overdekt en kregen de torentjes achtkantige (aan de stadszijde) en zeskantige (aan de landzijde) spitsen. In 1772 werd de poort verfraaid met een open zeskantig torentje. In de periode 1960-1970 werd het havenpoortencomplex gerestaureerd. In dat kader werd in het toren
tje in 1964 het oude stadhuiscarillon opgehangen. De klokken werden in 1550-1554 gegoten door Peter van den Gheijn uit Mechelen. Het is trouwens het oudste carillon van ons land. Op het halve en hele uur worden vrolijke klanken uitgestrooid over de hoofden van de inwoners en van vooral de watersporters. Aan beide zijden van de poort zijn delen van de oude stadsmuur te vinden. Die aan de zijde van de Oude Haven werd vermoedelijk aan het eind van de 15de eeuw gebouwd en heeft een weegang, afgesloten door een fraai torentje. De buitenzijde is voorzien van Brabantse natuursteen, die veel harder is dan baksteen en daardoor beter bestand tegen aanvallen van buitenaf. Zo'n muur met torentje heeft ook aan de andere kant van de haventoegang gestaan. In de nog bestaande
muur zijn de gaten te zien voor het geschut. Ze bevinden zich in een oplopende lijn. Oorspronkelijk moet de straat veel steiler zijn geweest. Het geschut werd op rijdende onderstellen geplaatst. De doorgang naar de haven werd aanvankelijk afgesloten door een stenen brug, die werd vervangen door twee halve draaibruggen, met deaartussen een opklapbaar gedeelte. Nog later werd de huidige ophaalbrug gebouwd.
Bij de Zuidhavenpoort staat een beeld van Ad Braat. Het is een moeder, met achter zich haar kind verscholen. Eronder de sobere tekst: "Beproefd, maar niet gebroken.". Het herinnert aan de watersnoodramp van 1953. Schouwen-Duiveland was het zwaarst getroffen eiland: 531 mensen verloren het leven. Het verdriet en de emoties vinden hun vertaling in dit beeld. Voor de Zuidhavenpoort ligt sinds 1980 een dubbele ophaalbrug. De voorganger ervan was een klapbrug van ijzer die in 1927 werd gebouwd. Het gemeentebestuur aarzelde niet om fors in eigen zak te tasten om deze brug, die helemaal past bij de poort, te verwezelijken.
De Noordhavenpoort ziet er heel wat minder stoer uit. Toch ligt het hier voor de hand om aan te nemen dat deze oorspronkelijk een soort vorm zal hebben gehad als de Zuidhavenpoort. De muren en de fundamenten ervan zijn gedeeltelijk terug te vinden in het westelijk deel van de bestaande poort. In 1492 werd Zierikzee ingenomen door Albrecht van Saksen. Die liet de poort ingrijpend verbouwen om de stad in bedwang te kunnen houden. Bovendien moest een boete van 20.000 gulden worden betaald. Dat komt ervan als je de verliezer bent. Gelukkig werd de verhouding met de landsheer weer beter. De Noordhavenpoort werd opnieuw verbouwd en kreeg toen grotendeels zijn huidige vorm. Het is een bijzonder verdedigingswerk door zijn vormgeving. Het vormt een bolwerk waarvan het binnenplein wordt omringd door een ombouwing in hoefijzervorm, die van een weergang is voorzien. De poort is aan de buitenzijde tevens waterkering. Alle buitenmuren werden opgetrokken met witte Gobertanger en Ledesteen. In 1559 kreeg de poort aan de stadszijde de huidige siergevels, opgetrokken met witte Brabantse steen. In stijl zijn ze verw
ant aan de renaissancegevel van het stadhuis. Hier hadden de muren geen defensieve taak en om die reden zijn ze slechts enkele decimeters dik. Tegen de Noordhavenpoort werd de woning van de stadsfabriek gebouwd. Deze functionaris was belast met de leiding over de openbare werken. Aan de andere kant van de poort is, net zoals bij de Zuidhavenpoort, een deel van de stadsmuur gereconstrueerd. Van binnen en van buiten is goed te zien hoe de stad verdedigd kon worden. Aan de voorzijde van de Noordhavenpoort bevinden zic
h sleuven waarmee de belagers werden onthaald op gloeiende pek of kokende olie. Door de poort in een flauwe bocht te bouwen, werd de vijand de kans ontnomen om van buitenaf in de stad te kunnen schieten. In de buitenmuren van de poort zijn de gaten te vinden voor de kanonnen en musketten, met daarboven de kijksleuven. Ook bevinden zich in de overdekte weergang werpgaten en kijksleuven. Voor het lozen van de natuurlijke behoeften zijn in de poorten privaten aangebracht. In de Nobelpoort zijn ze te vinden in de naar de stad gekeerde hoeken tussen beide torens en het hoofdgebouw. Vanuit het kleine vertrek
viel het afval van grote hoogte in de gracht. In de Noordhavenpoort zitten de privaten in de muren. Via een vertikaal kanaal hadden deze hun uitmonding onder water in de gracht. Eén van de raadsels in deze poort is dat één van de privaatkokers eindigt in een kanonsgat, waarachter nooit geschut kan zijn geplaatst. Hebben de Zierikzeese schutters op andere wijze willen schieten?! Waarschijnlijk is het niets anders dan Zierikzeese bluf. Hoe meer kanonsgaten, hoe indrukwekkender het leek. Op 2 juli 1576 viel Mondragon tijdens het Spaans beleg Zierikzee binnen. Dit beleg duurde 9 maanden. De ijzeren staaf op de top van de Noordhavenpoort wordt aangewezen als de degen van Mondragon.


















