CALICOTWEVERIJ

Aan het Kerkhof 3a staat staat een gebouw dat in de 19de eeuw dienst deed als calicotweverij. De calicotweverij is een vorm van nijverheid die in Zeeland een kortstondige bloei kende; in 1839 opkwam en voor het eind van de eeuw alweer ter ziele was. Het ging om het weven van ongebleekte, witkatoenen stoffen op basis van Engelse garen, de zogeheten calicots. Die waren vooral bestemd voor Nederlands Indië, het huidige Indonesie. De weverij in Zierikzee was aanvankelijk  een groot succes en nam ongeveer 30% van de totale Zeeuwse productie voor zijn rekening. Meer dan tien van deze weverijen heeft Zeeland nooit gekend. Ze zijn gewoon in het niets opgelost. Echter in Zierikzee is het gebouw waarin de weverij zat, tot nu toe bewaard gebleven. Volgens voorzitter Willem Heijbroek van de provinciale commissie Zeeland van Bond Heemschut vormt het pand in de schaduw van de massieve Sint Lievensmonstertoren een laatste overblijfsel van de calicotnijverheid. Alleen in Gemert en Geldrop staan nog calicotweverijen. Dat is ook de reden waarom de commissie zich inzette voor behoud van het gebouw. Het pand moest plaats maken voor een woonservicecentrum. De provinciale commissie Zeeland van Bond Heemschut zette zich in voor het behoud van dit laatste overblijfsel van een ooit kenmerkende nijverheid in Zeeland. De voorgevel, met daarin een gevelsteen verwijst naar het gebruik.

Oorspronkelijk was het een herenhuis uit de 18de eeuw, gebouwd in Lodewijk XVe-stijl. De Almelose fabrikanten G. en H. Salomonson kochten het huis en lieten het in 1840 ingrijpend verbouwen. De centrale deurpartij werd naar de achterkant verplaatst en er kwam een nieuwe, stevige verdieping, geschikt om weefgetouwen te dragen. Het dak werd vernieuwd en verlaagd en daardoor moesten de ramen worden ingekort. Agent Cambell van de Nederlandsche Handels-Maatschappij legde de eerste steen. In het eerste jaar werden 7876 calicots geweven door ongeveer 150 wevers. Meer daarover is te lezen in het artikel dat Liesbeth van der Doe-van der Geest  over de weverij schreef in de 'Kroniek van het land van de Zeemeermin', het jaarboek van de Vereniging Stad en Lande van Schouwen-Duiveland. De weverij bleef met 120 weefgetouwen maar korte tijd in bedrijf; in 1869 werden de deuren gesloten.

Commissievoorzitter Heijbroek geeft aan dat Heemschut naast behoud van de voorgevel, ook de orginele, sierlijke deurpartij uit 1840 in stand wil houden. Die kon mooi aan de zijkant van het nieuwe woonservicecentrum komen. "Op die manier kan een karakteristieke gevel met een zeer interessant verhaal bewaard blijven". Dat verhaal vertellen Paul Brusse en Willem van den Broeke in hun standaardwerk over de economische geschiedenis van Zeeland. Daaruit blijkt dat de calicotnijverheid min of meer als een vorm van werkverschaffing in de provincie terecht is gekomen. Dat gebeurde op dringend verzoek van de gouverneur van Zeeland, Ewoud baron van Vredenburch. Die wilde "ter leniging van de steeds toenemende armoede" iets doen. Tot de Belgische afscheiding in 1830 kwamen de katoenen stoffen voor Indië vooral uit Gent en omgeving. Daarna werd Twente een belangrijke leverancier. Omdat de economische omstandigheden in Zeeland slecht waren, deed de gouverneur met succes een beroep op staatssteun. De Nederlandsche Handels-Maatschappij beloofde jaarlijks voor 500.000 gulden aan calicots uit Zeeland te betrekken. De heren Salomonson zagen wel brood in het oprichten van weverijen, omdat er in Twente een tekort aan personeel was. De productie, die in 1839 op gang kwam, werd keurig verdeeld over Middelburg (4/10), Zierikzee (3/10), Vlissingen, Goes en Veere (elk 1/10). Omdat die de toegemeten productie niet haalden, kwamen er fabrieken bij in Arnemuiden, Westkapelle, Domburg en later Wilhelminadorp. Tewerkgesteld werden "buiten werk zijnde ambachtslieden" en kinderen van 12-18 jaar werden in het vak opgeleid (mét gewoon- en godsdienstig onderwijs). In dereglementen werden uitvoerig de verplichtingen van de wevers vastgelegd. In Vlissingen stond er een boete van 10 cent op vloeken, schelden en vechten. Ook het luidruchtig schreeuwen en trekken van vreemde gezichten was verboden. De arbeidsomstandigheden waren ongezond en slecht. Toch hadden de Zeeuwse calicots een goede naam. In 1849 werkten 750 mensen in de Zeeuwse textielnijverheid. De komst van de stoomweverijen (de eerste in 1852) leidde tot ondergang van de handmatige calicotfabrieken.

In 2005 lanceerde eigenaar woningcorporatie Zeeuwland het plan het pand om te bouwen tot woonservicecentrum. Sinds dat jaar staat het pand leeg. In december 2009 werd meegedaan in het SBS6 televisieprogramma "het mooiste pand van Nederland". De winnaar van dit programma krijgt 1 miljoen euro van de bankGiroloterij. Het pand is helaas blijven steken bij de laatste 16 gebouwen. De restauratie zal daarom langer op zich moeten laten wachten. De vormgeving van het pand herinnert aan de industriële revolutie en is daarom het behouden waard.

Het heeft maar weinig gescheeld of Zierikzee was beroofd van een, voor zover nu (2011) bekend, in Nederland uniek monument. De sloopvergunning voor het pand was al afgegeven. Het was de gemeentelijke monumentencommissie die in 2006 nieuwsgierig was geworden naar de zolder van het pand. Het ging hen om de dakconstructie. Het vage vermoeden werd bewaarheid. De constructie die een fragiele indruk maakt, maar zijn kwaliteit heeft bewezen, was van een uitzonderlijke makelij. Het warenb de architecten Holger de Kat, Maarten Raaijmakers en Adriaan van der Zwan, die zich gingen verdiepen in de constructie en de achtergronden van het pand. Hun onderzoek bracht hen naar het Gemeentearchief, maar ook naar Frankrij

k, het land van de herkomst van de spanten.Vergelijkbare constructies vonden ze in Dieppe en Aire sur-la-Lys. Het pand maakte deel uit van een groter complex dat in 1839 werd gebouwd, aan de overkant van de Nieuwe Kerk en doorliep tot aan de Wevershoek. In 1840 werd het nog bestaande pand in gebruik genomen. Kenmerkend voor de innovatiedrang in Zierikzee was dat voor deze dakconstructie, een gloednieuwe vinding, werd gekozen. Ook in de Nieuwe Kerk, die in dezelfde periode werd gebouwd, werden kersverse technieken toegepast. De nieuwe vinding was geconstrueerd door de Franse kolonel Armand Rose Emy (1771-1851).  Het grote voordeel van zijn vinding was dat onder de spanten een open ruimte overbleef. In het geval van de weverij overspannen ze ruim negen meter en blijft er een vrije hoogte over van 3,8 meter vanaf de zoldervloer.

De onderdelen zijn volledig ingeklemd zodat er geen vernageling of pennen gebruikt worden. Om de ruim halve meter zijn ze verankerd. De drie architecten publiceerden hun vindingen in een fraaie studie die werd uitgegeven door de Stichting Dorp, Stad & Land in Rotterdam, die het welstandstoezicht voor de gemeente verzorgt. Directeur Frans van den Meiracker presenteerde het boek met terechte trots. De drie architecten wisten hun enthousiasme over te brengen op de opdrachtgever en zijn architect. Zeeuwland, de eigenaar van het pand, besloot het roer om te gooien en het pand en daarmee de spantconstructie te behouden. De weverij blijft daarom gespaard en ingepast in een nieuw plan, een film en podiumvoorziening. Het pand gaat dienst doen als foyer voor het daarachter aan te bouwen theater. Daarmee draagt het pand bij aan de variatie aan monumenten. De laatste woorden van de auteurs van het boek: 'Lamineren zonder lijm' (ISBN 978-90-816685-1-4) drukken het duidelijk genoeg uit: "Het goed bewaard gebleven Emyspant van Zierikzee is daarmee volstrekt uniek en de recente ontdekking ervan is van bouwhistorisch belang op Europese schaal."

 


(bron/bewerkte teksten van: Rinus Antonisse en Huib Uil, gemeentearchivaris)

 

 

 

 

 

 

 

 

  

 

 

 

  

 

  

 

 

 

 

 

 

ZIERIKZEE MONUMENTENSTAD
Parel aan de Oosterschelde
  
Contact & Disclaimer